Geknuffel binnen eigen sekse

Biologen vermoeden dat homoseksualiteit in het dierenrijk lonend kan zijn voor de voortplanting. (AP)

Vandaag publiceren biologen nieuw onderzoek over homoseksualiteit in het dierenrijk.

Hij heette Eric, zij Dora. Een verliefd stel pinguïns in de zoo van Edinburgh. Tot de verzorgers ontdekten dat hij voortaan geen Eric maar Erica moest heten. Twee onafscheidelijke lesbiennes waren het. Homoseksualiteit in het dierenrijk? Ssssstttt, vergissinkje, fluisterden biologen elkaar lange tijd toe.

Maar intussen vrijt vrouw bonobo met vrouw bonobo, en doen sommige mannenapen het onderling al even gepassioneerd. Je kunt een waslijst opsommen van dieren die seksueel genot binnen het eigen geslacht zoeken. Vanuit evolutionair oogpunt lijkt dat een dwaling omdat er geen kinderen van komen, en daar ging het toch om. Maar biologen vermoeden dat het geknuffel binnen de eigen sekse best lonend kan zijn voor de voortplanting.

Eerst die waslijst: er zijn nu zo’n 1500 diersoorten waarbij allerhande seksuele activiteiten, van hofmakerij tot penetratie, ’binnensgeslachts’ zijn geobserveerd. Doe daar honderden soorten bij van wie we het nooit zagen, omdat je die zelden op seks zult betrappen. Ook menig dier bewaart zijn intimiteiten voor achter een boom.

Maar de voyeuristische bioloog constateerde al wel dat een kwart van de zwarte mannenzwanen bij elkaar hokt, dat dolfijnmannen zelfs groepsseks bedrijven, dat mannengiraffen na hevig gekronkel met hun nekken elkaar beklimmen en tot een collectief orgasme komen. Vrouwtjes van de Japanse makaak flirten elkaar naar grote hoogte, en in de schapenwereld is de seksuele genegenheid van ram tot ram regelmatig bevestigd.

Let wel, dit wordt hier in mensenwoorden opgetekend. Van het kleinste wormpje, via vogel en reptiel tot aan menig zoogdier, kun je vaststellen dat vrouwen seksueel genot aan elkaar beleven, en mannen idem. Maar hebben die dieren ook een voorkeur voor iemand uit ’eigen gelederen’? Vraag dat eens aan een giraffe. Of aan fruitvliegen, want die winkelen al even fanatiek binnen het eigen geslacht. Meer dan het gadeslaan van hun gedrag kun je niet: een romantische interpretatie van het copuleren van twee mannenhyena’s is niet erg geloofwaardig.

Wie zich wil overtuigen van de gewoonheid van homo- en vaak ook biseksueel gedrag in de dierenwereld moet maar eens door Biological exuberance: animal homosexuality and natural biodiversity van Bruce Bagemihl (1999) bladeren. Daar schrok de biowereld van. Overtuigender is het natuurlijk om even tussen de bonobo’s te gaan zitten. Die zien in de kleinste rimpel tijdens hun ontmoeting reden om het geschil onmiddellijk weg te vrijen, zonder aanzien des geslachts. De primatoloog Robin Dunbar vergeleek het met de ’chocolade en bloemen die wij altijd meenemen’. Kortom, concludeerde een andere bioloog: de voorstelling van hoe het er in moeder natuur aan toe gaat –een mannetje en een vrouwtje, het regime in de ark van Noach– klopt niet.

Dat nieuws is al 75 jaar oud, maar altijd terzijde geschoven omdat de logica van de voortplanting het verbiedt. Het dier paart uiteindelijk om kroost te krijgen, en afwijkend gedrag daarin resulteert in minder dragers van zijn erfelijke outfit. Dieren die om wat voor reden dan ook –genetisch of sociaal– neigen naar seks met het eigen geslacht, zouden die neiging bij gebrek aan nageslacht amper doorgeven. Homoseksualiteit moet dan per definitie verdwijnen. Overdreven altruïsme ook, als dat ten koste gaat van je eigen broedsel. Dat bloedt dood, want van zo’n opofferende instelling kun je qua voortplanting letterlijk niet leven.

Maar: dieren volgen niet altijd het biologische voorschrift en paren soms maar wat. Zijn dat nodeloze uitwassen of zit er enige kienheid achter? Evolutiebiologen betogen vandaag in het vakblad Trends in Ecology and Evolution dat dat best zou kunnen. Voortplanting is een dynamisch gebeuren, waarin ogenschijnlijke energieverspilling toch lonend kan zijn.

Dat geldt niet voor de jammerlijke dwaling van fruitvliegen die door een genetische mutatie beide geslachten niet meer uit elkaar kunnen houden. Hun ’neus’ laat het afweten. Maar er zijn ook voorbeelden –pinguïn en schaap-– van dieren die uitdrukkelijk voor een geslachtsgenoot gaan, ook bij ruim aanbod van de tegengestelde sekse.

Hoe moet het dier dat verantwoorden? Biologen kunnen daar theoretisch een mouw aan passen: het binnengeslachtelijke verkeer dient als sociale lijm. Dolfijnmannen plezieren elkaar, met als bonus een hechte gemeenschap van tuimelaars. Dat komt de kleine tuimelaartjes ten goede. Anderen bedrijven seks met jongeren van het eigen geslacht, mogelijk om hen wegwijs te maken in de paringsrituelen.

Dan heb je de gladjanussen die zich aan elkaar opdringen om de ander de gelegenheid te ontnemen zich in te laten met de vrouwtjes. Sommige vliegen doen dat. Een enkele ondergeschikte mannenvis lonkt, vermomd als vrouw, naar de dominante concurrent, stemt hem mild en effent zo het pad voor zijn latere avances naar de (echte) vrouwtjes. Ook zulke doortraptheden zouden heel goed ten dienste kunnen staan van de eigen voortplanting.

Hier lijkt de evolutionaire logica gered. Het betreft allemaal gedragingen in de geest van het spierinkje en de kabeljauw, soms met winst voor iedereen. Zoals bij de tuimelaars. Maar het motief van homoseksuele gedragingen lijkt vanuit diezelfde logica vaak ongrijpbaar. Waarom gaan dolfijnenmannen maar door met het elkaar naar de zin maken, terwijl de stemming al opperbest is. Ook sommige gieren investeren veel van hun paringsenergie in het paaien van medegieren. Hou nog wat over, denk je.

Misschien is het motief moeilijk te doorgronden omdat er te veel onbekende factoren meespelen. De biologen wijzen in Trends in Ecology op de wonderlijke paarvorming in een kolonie van albatrossen bij Hawaii, vorig jaar ontdekt. Een derde van alle paartjes bestond uit twee dames die bijzonder zorgzaam voor elkaar waren, en voor hun jong.

De opvoeding van één albatrosjong vereist twee ouders, maar er was een ernstig tekort aan mannen. Zo’n damespaar moet accepteren dat het, per vrouw, minder genen doorgeeft aan het nageslacht dan een albatrosvrouw die het met een man hield. Maar het damespaar zorgde beduidend beter dan één verlaten albatrosmoeder.

Toch moet het knagen aan een van het stel: die geeft haar genen immers helemaal niet door. Wat een duur altruïsme. Sommige sterntjes lijken zich ook op te offeren, maar de afrekening wordt anders als er enige verwantschap tussen de dames blijkt te bestaan. Dan bekommeren ze zich collectief om de familiegenen.

Maken we het nog ingewikkelder: de albatrosvrouwen die elkaar beminnen en bijstaan, verkleinen het aantal ’vrije’ dames in een populatie met weinig mannen. Daardoor komen de heren minder in de verleiding om hun huidige partner te verlaten. Stel nu dat er verwantschap bestaat tussen de hokkende vrouwen en die moeders die daardoor hun man binnenboord kunnen houden: in genetisch opzicht rinkelt dan de kassa voor alle deelneemsters in het spel. Maar voor de mathematicus is het haast niet meer te becijferen.

De biologen opperen dat het seksueel verkeer binnen het eigen geslacht ook verborgen evolutionaire gevolgen kan hebben. Niet alleen het DNA-pakket bepaalt hoe een dier het eraf brengt, onder meer qua nageslacht. De omgang met soortgenoten beïnvloedt evenzeer hoe het dier reilt en zeilt: of het ook bij de ruif mag, en of het in het voortplantingsscenario zijn/haar partij kan meeblazen.

Mogelijk speelt homoseksueel gedrag daarin een rol. Laat dat maar aan de fantast in de bioloog over: stel dat een hitsige giraffe een andere giraffeman uit diens seksuele impasse haalt, hem weer doet stralen. Die komt uit een dip, gaat de vrijersmarkt op en wordt vader. De vraag is nog wel even hoe die homoseksuele assistentie zich genetisch kan verankeren.

Maar willen dieren kinderen, dan zullen ze zich moeten melden bij het ’tegengeslacht’. En dan verbaas je je weer over het schaap. Waarom kiezen rammen bij voldoende ooien om hen heen soms zo bokkig voor een kerel? Waarom waren enkele samenlevende pinguïnmannen in een Duitse dierentuin niet te vermurwen bij het zien van vrouwelijk schoon, speciaal voor hen uit Zweden geïmporteerd? Hier wordt meer fantasie gevraagd van biologen: leg maar eens uit waarom vrouwelijke makaken, eenmaal gehecht aan een andere makakenmeid, de stoerste makakenmannen niet meer zien staan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden