Geknede aardbeien met slagroom

'Gastronomisch adviseur' noemt ze zich. Alicia Rios werkt in Madrid. Ze heeft kunstgeschiedenis gestudeerd, een restaurant gedreven, en doet onderzoek naar de geschiedenis van eten en drinken. En maakt daar grappen over. Zoals die ansichtkaarten die ze uitgegeven heeft. Je ziet bijvoorbeeld een beeldschone Spaanse, in wit kant gekleed. Ze staart dromerig voor zich uit. Maar draagt een krans van Spaanse worstjes om haar hals en op haar hoofd. Lange rode pepers als oorbellen. Plaatjes in de traditie van de beroemde zestiende-eeuwse schilder Guiseppe Arcimboldo.

JANNY DE MOOR

Een mooi maar tegelijk ook een vies gezicht. Net zo vies als toen Alicia op een congres in een smetteloos wit kostuum met haar blote handen rode en witte gelatinepudding door elkaar begon te kneden en vervolgens een portie aarbeien met slagroom. Zoiets doe je immers niet!

Vervolgens laat ze ons raden welke eet-geluiden wij horen op een bandje. Van dichtbij gemaakte opnamen van het verorberen van een appel, het speekselrijke kauwen op een bonbon, het gulzig slokken van bier. “Waarom lachen we?”, vraagt iemand uit het publiek, “Worden we zenuwachtig, of is het echt grappig?” Het zijn echt afschuwelijke geluiden. Een koe is er niks bij. Gelukkig dat wij onszelf van binnen altijd aangenamer horen dan het in werkelijkheid klinkt. Daarom dus mag luidruchtig smakken niet.

Met al die dingen weet Alicia een gevoel van vervreemding op te roepen. Er zijn er die vinden dat je zo niet met eten kunt omgaan. Zonde van die roze en witte schuimpjes, die ze nu weer enthousiast kapot staat te drukken. Maar het schijnt aanstekelijk te werken, want niemand minder dan Elisabeth Luard, een bekende Engelse schrijfster van kookboeken, springt plotseling vrolijk op om Alicia een handje te gaan helpen. Terug naar de kindertijd. Lekker voelen wat je nog nooit eerder had gevoeld.

Met eten moet je zorgvuldig omgaan. Het wordt je al vroeg bijgebracht dat verspilling van voedsel een schande is. En terecht natuurlijk. Er wordt zoveel honger geleden. De meeste mensen zullen dus huiveren als ze lekker belegde broodjes nonchalant in een afvalbak zien liggen. Voedsel heeft iets heiligs. En daarom vinden wij ook dat eten met eerbied behandeld moet worden. Een mooi opgediende sla op een fraaie schotel lijkt beter te smaken dan dezelfde sla uit een plastic emmer. En die smaakt weer beter in de keuken dan in de badkamer.

Als je Utrecht binnenkomt bij de koffiefabriek, dan denk je eerst: wat is dat voor smerige lucht hier? Een zurige lucht van kattepies. Maar die associatie verdwijnt meteen als je je realiseert wat het werkelijk is. Je reageert zo enkel omdat die koffiegeur niet in de open lucht hoort. Dezelfde geur in huis zou je dadelijk als prettig herkend hebben. Zo goed als je de geur van dat lekkere stooflapje niet in je haar wilt hebben, maar wel op je bord.

Als het om eten gaat, hebben we een heel merkwaardig soort alarmsysteem. Het uiterlijk, de omgeving en de lucht ervan moeten 'kloppen'. We moeten het voedsel op die manier als veilig herkennen, anders komt het onze mond niet in.

En zo eten we dus ook dingen, die we, als we ze op een andere plaats dan aan tafel ruiken, beslist vies vinden. In Indonesie hebben ze bijvoorbeeld de doerian, waarvan de vuile geur indertijd zo treffend werd beschreven door Judith Spruyt. In Frankrijk koop je St. Nectaire, een kaas die veel en veel erger stinkt dan overrijpe Camembert. Maar na de eerste hapjes denk je niet meer aan het campingtoilet en smaakt hij prima. Net zoiets als met knoflook: het stinkt alleen uit de mond van een ander.

Je ogen, je neus, je vingers doen het voorwerk. Maar blijkbaar heeft, als het om eten gaat, je smaak het tenslotte voor het zeggen. Dat komt omdat je mond een vernuftig laboratorium is, waarin bliksemsnelle analyses gemaakt worden.

Wat de ogen zien wordt in de wereldliteratuur luisterrijk beschreven. Wat de oren horen, daar staan de boeken vol van. Wat de neus ruikt, dat is alweer een stuk minder interessant, maar gelukkig heeft Michael Onfray daarover onlangs een filosofisch boek geschreven. Waarom zie je eigenlijk zo zelden een serieus lofdicht op wat er in de mond omgaat? Ja, dat is nu het gekke: gastronomen die dat wel proberen, vinden we vies doen met eten...

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden