Gekleurde waarnemingen

Het zijn niet alleen ogen die kleuren zien. Sommige mensen nemen kleuren waar als zij muziek horen. Anderen weer ruiken geluiden. Dit verschijnsel, waarbij als een zintuig geprikkeld wordt men ook gewaarwordingen van een andere zintuig ervaart, heet synesthesie. Synesthestisten heten creatief te zijn. Klopt dat?

Ze schijnen echt te bestaan: mensen die iets geels zien dwarrelen als de deurbel klingelt, of mensen die de hond rood horen blaffen. Synesthesie heet het wonderlijke verschijnsel waarbij de zintuigen – ogen en oren vooral – in elkaars vaarwater zitten.

Blijkbaar deugt de bedrading boven niet: als je met je ogen hoort of met je tastzin proeft, moet de cerebrale kluwen in de war zitten. Toch zouden juist die vreemde kruisverbindingen een mens creatiever maken. Hadden menig componist (Messiaen) en schilder (Kandinsky) er geen baat bij? Een nieuwe studie trekt dat in twijfel.

Sommige synesthesisten zien letters, getallen of muziek in kleur, een enkeling vindt de soep driehoekig smaken, en een zeldzaam geval ruikt geluiden. Het lijkt erop alsof bij ’kleurhorenden’ de oogneuronen bij muziek ongevraagd begint mee te kakelen, terwijl de gehoorneuronen toch echt aan zet zijn.

Driehonderd jaar terug al figureerde een blinde man in de boekjes die zei iets van scharlaken rood voor zijn geestesoog voorbij te ’zien’ trekken als hij een trompet hoorde. Het obscure fenomeen was lange tijd iets voor fantasten. Tot Richard Cytowic het twintig jaar geleden afstofte.

Dat viel niet mee, zeker omdat hij in zijn boek (The man who tasted shapes) een bevriende kok opvoerde die zijn eigen kip „te rond, niet stekelig genoeg” vindt smaken. Cytowic stelde ook een patiënte voor die bij het horen van zijn pieper scherpe beitels door de lucht zag vliegen.

Menig collega van Cytowic lachte besmuikt, maar al snel beaamden tal van mensen dat ook bij hen letters of muzieknoten in kleur voorbijkwamen. Letterlijk in kleur: iedereen hoort donkere cello’s en lichte triangels, dat is meer een kwestie van associatief inkleuren. Maar het synesthesistenbrein hanteert echt een penseel, steeds weer en ongevraagd. Sommigen zien de kleuren louter in hun hoofd, anderen ervaren ze ’daar buiten’, óp de woorden of getallen.

Synesthesie is een prachtonderwerp voor neurologische speculaties. Hoe komt die buitenissige samenspraak tussen de zintuigen tot stand? Oren en ogen praten niet met elkaar, dus het kruisgesprek moet binnenshersens op gang komen. Blijkbaar kunnen visuele neuronen zich zomaar mengen in auditieve hersenzaken. Of beginnen reukcentra mee te praten als tastneuronen de signalen van onze handen verwerken. In dat geval ’ruiken’ we het beeld dat die handen voelden.

Dat het brein zelf cijfers inkleurt, kun je nog begrijpen uit de cerebrale topologie: cijferherkenning en kleurwaarneming liggen in elkaars buurt. De cijfers ’lekken’ misschien de grens over, en krijgen dan een kleurtje. Zintuiglijke incontinentie, noemden neurologen dat ooit.

Dan is er de snoeitheorie die zegt dat we allen als synesthesist in de wieg liggen. In het prille breintje zouden tal van dwarsverbindingen bestaan tussen de zintuiglijke gebieden, die in de eerste maanden worden verbroken. Elk zintuig gaat dan zijn eigen weg, behalve als door onvolledig snoeien hier en daar verbindingen intact blijven.

Die oerbedrading zorgt dan soms voor een fluisterende bemoeienis uit het verkeerde zintuiglijke domein. Bij jonge katjes schijnen in de eerste maanden gehoor- en visuele neuronen ook nog met elkaar te converseren, en daarna niet meer.

In het onlangs verschenen The hidden sense somt Cretien van Campen nog wat andere verklaringen op, met de slotconclusie dat we het niet weten. Mogelijk geven de hersenen onjuiste feedback bij een abstracte klus zoals gebruik van getallen. Dan fietst er zomaar een kleur tussendoor.

De gelaagde opbouw van het brein, met evolutionair stokoude gebieden en meer recente erbovenop, moet bij elk mens ook altijd maar weer goed gaan. Niet alleen in de baarmoeder en de wieg, maar ook later. Inmiddels weten we dat de hersenen nooit helemaal af zijn: ze blijken op volwassen leeftijd plastischer dan men altijd dacht. Ter illustratie: als je iemand een week blinddoekt, dan reageren visuele neuronen soms op tastprikkels. Ze moeten wat.

Weer een andere theorie houdt het erop dat zintuiglijke breincentra bij iedereen met elkaar verbonden zijn. Maar die centra worden tot zwijgen gemaand als ze niets te bieden hebben: wat moeten tastneuronen immers met een fuga van Bach. Bij mensen met synesthesie zou dat wegdrukken van ongewenste hersenactiviteit niet goed lukken.

Kies uw eigen variant. Het is sowieso een wonder dat Moeder Natuur die miljarden zenuwcellen zo ordelijk aan elkaar knoopt. Mag het dan een keertje fout? En is het dat wel: is synesthesie geen hersenspinsel? Cretien van Campen constateert dat de hidden sense diep verborgen kan zitten. Dat je hem moet zoeken, en dat dat lang kan duren. Pas na jaren ontdekte hij dat voor hem geluiden vormen en patronen hebben.

Mogelijk heeft iedereen zo’n verborgen hersenkronkel, oppert Van Campen. Maar kleedt hij met die suggestie synesthesie niet eerder uit? Voor het bestaan van zulke merkwaardige perceptuele dwalingen willen we graag harde aanwijzingen en het is de vraag of de traditionele test van de neuropsycholoog Simon Baron-Cohen die geeft. Hij legde mogelijke synesthesisten rijen woorden voor waar ze de ’kleur’ van moesten aangeven.

Weken later herhaalde hij de test en stelde vast dat synesthesisten tot 90 procent van de woorden opnieuw in dezelfde kleur waarnamen. Gewone waarnemers scoorden maar 40 procent. Een scepticus werpt hier tegen dat Baron-Cohen geoefende fantasten opspoorde, die de woordkleuren er bij zichzelf hebben ingehamerd.

Er zijn overtuigender experimenten, zoals de Strooptest. Bij het snel benoemen van de kleur van een woord aarzelen we even als het woord groen in het rood geschreven staat. Ons brein wordt op het verkeerde been gezet, waardoor de reactietijd terugloopt.

Synesthesisten die het woord groen altijd al in het rood zien, antwoorden juist sneller. Maar als groen daarna in het blauw verschijnt, raken ze in de war en reageren ze trager dan normale waarnemers. (Voor een heel bijzonder bewijs, zie de box).

Hoe dan ook, de synesthesist kan voorlopig op scepsis rekenen. Britse psychologen voegen daaraan toe dat de zweem van creativiteit rond het fenomeen misplaatst is. De suggestie dat synesthesisten een brein hebben dat hen vindingrijker maakt dan de gewone sterveling halen ze onderuit in het British Journal of Psychology (februari).

Als bewijs van het overcreatieve synesthesistenbrein wordt altijd weer hetzelfde stoetje schrijvers (Nabokov), schilders (Kandinsky) en componisten (Messiaen en Scriabin) opgevoerd. Niemand weet of zij ook werkelijk die perceptuele verwarring ervoeren. Toch concludeert de neuroloog Vilayanur Ramachandran uit die paar voorbeelden dat synesthesisten over hersenen bij uitstek beschikken om tot nieuwe vondsten te komen.

Dat valt tegen, tonen de Britten aan. Zij maten de vindingrijkheid van 82 synesthesisten versus die van 119 controlepersonen, met behulp van standaardopdrachten. Zo moesten de deelnemers bij drie gegeven begrippen steeds het vierde, ontbrekende zoeken. Gemakkelijk: welk woord past bij honk, sneeuw, dans: een kooppie, bal. Een lastige: welk woord kun je in verband brengen met weduwe, beet, aap? Dat moet spin zijn, vanwege de zwarte weduwe en de spinaap.

Bij deze taak moet je de begrippen bij elkaar brengen, een vorm van convergent redeneren. In de tweede test moesten deelnemers zo snel mogelijk zes alternatieve gebruiken voor een bepaald voorwerp verzinnen. Wat doe je met een krant, buiten het lezen om: vuurtje maken, een kier dichten, er een dreigbrief uit samenstellen, en bij gebrek aan beter er je achterwerk mee afvegen. Bij deze taak moet je alle kanten op denken, dus divergent redeneren.

De eerste opdracht was wel aan synesthesisten besteed, maar de tweede niet. Misschien associëren zij variërende prikkels gemakkelijker met elkaar en vinden ze bij de drie begrippen dan eerder het overkoepelende woord dan gewone waarnemers. Dat zou te rijmen zijn met de escapades als gevolg van de zintuiglijke verstrengeling in hun hoofd.

Maar vindingrijkheid vereist vooral ook de vaardigheid om over de grens van het gangbare heen te turen. En die flexibiliteit legde hun brein nu juist niet aan de dag. Het is te vroeg voor het eindoordeel over synesthesie. Maar stel je voor dat al die stemmen in de fuga’s uit Das Wohltemperierte Klavier van Bach ook nog in kleur aan je voorbij trekken: graag!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden