Gekke-koeienziekte / De epidemie die nooit uitbrak

Zieners die het einde der tijden voorspellen, vallen door de mand op de dag dat de wereld toch gewoon blijkt door te draaien. Wie liever paniek zaait zonder zijn carrière in gevaar te brengen, moet epidemioloog worden. Dan mag je ongestraft de gruwelijkste scenario's verkondigen; komen die niet uit, dan hoef je alleen maar te morrelen aan de risicofactoren in je model om het paniekverhaal nieuw leven in te blazen.

De Britse epidemioloog Roy Anderson beheerst deze kunst als geen ander. Jarenlang heeft hij ervoor gewaarschuwd dat het Verenigd Koninkrijk hard getroffen zou worden door een epidemie van Creutzfeldt-Jakob (CJ), de menselijke variant van de gekkekoeienziekte.

Miljoenen doden voorspelde hij in 1996, want alle eters van rundvlees hadden een risico gelopen. Inmiddels, ruim acht jaar later, zijn op het Britse eiland welgeteld 148 mensen aan deze vorm van CJ overleden. Een drama, maar niet van de omvang die de heer Anderson voor ogen stond. Het lijkt er ook niet op dat de hausse van sterfgevallen nog moet komen. Volgens de meest recente schatting zullen er nog 70 mensen aan de ziekte bezwijken. In het uiterste geval -hoogst onwaarschijnlijk- worden het er 600. 'Angst voor CJ-tijdbom weggenomen', kopte de BBC vorige week.

De goede verstaander zag al aankomen dat de schade zou meevallen. Want waar bleven die miljoenen doden? Die moesten eind jaren negentig echt eens beginnen te vallen, anders kon Anderson wel inpakken. De deskundige begreep dat op den duur zelf ook.

Daarom stelde hij zijn voorspelling in augustus 2000 bij, met zeer ruime marges, zodat hij altijd safe zat. In het gunstigste geval, schreef hij in het vakblad Nature, maakt de epidemie 63 slachtoffers. Maar voor hetzelfde geld worden het er 136000...

Die enorme spreiding was het gevolg van onzekerheid over de incubatietijd: de tijd tussen besmetting en de eerste symptomen. Was die kort, dan hadden we het ergste al achter de rug. Maar bij een incubatietijd van tientallen jaren zouden we over een hele tijd alsnog massale sterfte kunnen verwachten. In zijn meest waarschijnlijke scenario telde Anderson 6000 doden.

De Britse gemoederen kwamen hierna iets tot bedaren. Maar twee maanden later laaide de paniek in alle hevigheid op toen een patiënt van 74 jaar aan de gekke-koeienvariant van CJ overleed. Zo'n oude patiënt duidde er volgens Anderson op dat de ziekte zich soms pas na zestig jaar openbaarde. En daarmee werden zijn 136000 doden ineens weer realistisch.

Onzin, oordeelde de Nederlandse viroloog Ab Osterhaus, want die oude patiënt kon net zo goed kort voor zijn dood besmet zijn. Elke schatting van de incubatietijd en het aantal slachtoffers was dus een slag in de lucht. Osterhaus sprak van een hype, terwijl anderen het werk van de Brit afdeden als nattevingerwerk.

De laatste jaren werkt Anderson meer op de achtergrond. Zijn rol in de schijnwerpers lijkt overgenomen door James Ironside, een patholoog in dienst van de Britse CJ-opsporingsdienst. Deze wakkerde het vuurtje vorig jaar tot tweemaal toe flink aan. Eerst meldde hij dat hij in drie van de bijna 13000 weefselmonsters van willekeurige patiënten sporen van CJ had aangetroffen, terwijl dit feitelijk maar van één monster zeker was. Zijn conclusie dat 3800 Britten de ziekte onwetend bij zich droegen, ging dus veel te ver.

Een paar maanden later veroorzaakte hij paniek door te beweren dat CJ niet alleen de 40 procent van de bevolking met een bepaalde genetische gevoeligheid kon treffen, maar ook vrijwel alle anderen. Dit alles was gebaseerd op één patiënt die mogelijk via een bloedtransfusie besmet was en die nooit symptomen van de ziekte had ontwikkeld. Maar ja, dat laatste kwam natuurlijk doordat de incubatietijd bij mensen met dit andere genetische type veel langer is, wat het ergste deed vrezen...

Concreet vallen er sinds de piek van 28 CJ-doden in 2000 elk jaar minder slachtoffers (in 2004 nog negen). Het einde der tijden laat kennelijk nog wel even op zich wachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden