Gehoorzame ambtenaar? Welnee

Adolf Eichmann had geen kwade bedoelingen en deed slechts wat men hem beval, stelden Hannah Arendt en Hans Achterhuis. Dat idee is onhoudbaar, vindt Klaas Rozemond.

is filosoof, jurist en schrijver. Hij werkt als universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Adolf Eichmann werd gisteren vijftig jaar geleden opgehangen in Jeruzalem. De executie was het sluitstuk van een geruchtmakend strafproces. Eichmann was tijdens de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk voor de deportaties van de Joden vanuit Europa naar de vernietigingskampen. Na de oorlog vluchtte hij naar Argentinië. De Israëlische geheime dienst spoorde hem daar op en ontvoerde hem naar Israël. In 1961 begon in Jeruzalem onder grote belangstelling zijn proces. Harry Mulisch en Hannah Arendt publiceerden veelgelezen procesverslagen. Mulisch schreef dat Eichmann bezeten was van bevelen. Arendt concludeerde dat het proces ons de les leerde van de banaliteit van het kwaad. Op de zitting in Jeruzalem bleek volgens Arendt dat Eichmann geen bijzondere motieven of kwade bedoelingen had bij het plegen van zijn misdaden; hij besefte niet wat hij deed.

Nog steeds heeft de visie van Arendt grote invloed op het denken over het kwaad van de Holocaust. Op 27 april 2012 hield de criminologe Alette Smeulers in Tilburg haar oratie 'In opdracht van de staat'. Zij voert Eichmann op als het prototype van de gehoorzame oorlogsmisdadiger. De filosoof Hans Achterhuis beschrijft hem in zijn boek 'Met alle geweld' als de gedachteloze doorsneemens. Volgens Smeulers en Achterhuis wordt de visie van Arendt op Eichmann bevestigd door het psychologische experiment van Stanley Milgram waaruit blijkt dat proefpersonen bereid zijn om in opdracht van een wetenschapper dodelijke elektrische schokken toe te dienen aan weerloze slachtoffers. Met dit experiment kun je ook de gehoorzaamheid van Eichmann aan de bevelen van zijn meerderen verklaren.

Er zijn grote vraagtekens te plaatsen bij de gedachte dat Eichmann een 'banale' moordenaar was. Tijdens zijn proces beweerde hij dat de genocide op de Joden tegen zijn geweten inging. Hij vergeleek zichzelf met Pontius Pilatus die bij de kruisiging van Jezus zijn handen in onschuld waste omdat de Joden voor de dood van Jezus kozen. Eichmann beriep zich ook op de ethiek van Kant. Hij was in staat om op de zitting een correcte definitie te geven van diens categorische imperatief: handel zo dat jouw wilsprincipe tot principe van algemene wetgeving kan worden verheven. Eichmann voegde daaraan toe dat hij tijdens de Holocaust niet langer volgens zijn eigen wilsprincipe kon handelen en zich dat ook realiseerde, maar dat hij zich niet kon onttrekken aan de bevelen van zijn meerderen. Hij diende vergeefs verzoeken in om te worden overgeplaatst naar het front en hij werd gedwongen om mee te werken aan de massamoord die hij afwees.

Eichmanns verklaring wijkt op een fundamenteel punt af van Arendts analyse. Volgens zijn eigen verklaring besefte Eichmann wel degelijk wat hij deed en verwierp hij de genocide op de Joden ook omdat deze oplossing tegen zijn principes inging.

Ook bij deze verklaring van Eichmann zijn grote vraagtekens te plaatsen. Die kunnen worden ontleend aan het vonnis van de Rechtbank Jeruzalem (met Eichmanns verklaringen na te lezen op www.nizkor.org).

De Israëlische rechtbank geloofde Eichmanns beroep op zijn geweten niet. Volgens het vonnis stemde hij welbewust in met de moord op de Joden en was hij aan het einde van de oorlog ook heel tevreden met het resultaat van zijn werk.

In de ogen van de rechtbank handelde Eichmann niet op grond van gehoorzaamheidsdader, maar op grond van zijn ideeën. Hij was een nazi en SS'er die uit volle overtuiging tot het bittere einde meewerkte aan de vervolging van de Joden. Wat hij op de zitting verklaarde over zijn geweten was volgens de rechtbank een aantoonbare leugen.

Als het vonnis van de rechtbank juist is, dan heeft Hannah Arendt ongelijk. Dat geldt ook voor criminologen en filosofen die haar visie nog steeds onderschrijven.

Er zijn argumenten voor het gelijk van de rechtbank en het ongelijk van Arendt en haar volgelingen aan te voeren. Tegen de visie van Arendt pleit allereerst de levensloop van Eichmann.

De historicus David Cesarani heeft diens biografie in 2004 uitgebreid beschreven. Daaruit blijkt dat Eichmann geen gedachteloze ambtenaar was die in Duitsland door de nazi's werd gelijkgeschakeld. Hij werd in 1932, toen Oostenrijk nog niet door Duitsland was geannexeerd, al lid van de Oostenrijkse nazipartij. Hij trad toen ook toe tot de SS en raakte betrokken bij geweld tussen de nazi's en hun tegenstanders. Cesarani beschrijft Eichmann als iemand met een gewone baan en dito verstand, maar ook als iemand die zich in het nazisme had verdiept en tot rechts-radicale kringen behoorde toen hij zich tot het nazisme bekeerde.

Na de machtsovername door Hitler in Duitsland in 1933 werd de SS in Oostenrijk verboden. Eichmann besloot naar nazi-Duitsland te vertrekken om carrière te maken in de SS. In 1934 trad hij toe tot de Sicherheitsdienst en na enkele maanden kwam hij terecht op de afdeling Joodse zaken van de SD waar hij zich ontwikkelde tot specialist in het 'Joodse vraagstuk'.

Cesarani laat in zijn biografie zien dat Eichmann in de jaren dertig een overtuigd nazi en antisemiet was, die zich volledig inzette om een oplossing uit te werken voor het Joodse vraagstuk. Na de aansluiting van Oostenrijk bij Duitsland in 1938 werd hij belast met het organiseren van de gedwongen emigratie van Joden vanuit Wenen.

Eichmann deed daarbij een ontdekking: hij kon de slachtoffers gebruiken bij de uitvoering van de nazi-politiek. Hij stelde een Joodse Raad in die ervoor moest zorgen dat Joden zich meldden voor de onteigening van hun bezittingen, de intrekking van hun Oostenrijkse nationaliteit en de ontvangst van een uitzettingsbevel.

In een latere fase van de Jodenvervolging werd deze ontdekking van Eichmann gebruikt bij de deportaties van Joden naar de vernietigingskampen.

De emigratiepolitiek die mede door Eichmann was ontwikkeld, liep stuk na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Door de Duitse veroveringen kregen de nazi's de macht over miljoenen Joden in de bezette gebieden. Emigratie was niet langer een oplossing voor het 'Joodse vraagstuk'. Eichmann werkte aan plannen voor massadeportaties van Joden naar Polen of naar Madagaskar waar ze aan hun lot zouden worden overgelaten. Ook die plannen boden geen perspectief op een definitieve oplossing voor het probleem van de nazi's. Daarom besloten Hitler, Himmler en Heydrich in 1941 tot de 'definitieve oplossing van het Joodse vraagstuk': de moord op alle Joden in het Duitse rijk en de bezette gebieden.

Het is niet uitgesloten dat Eichmann aanvankelijk bezwaren had tegen deze oplossing. Hij was een voorstander van gedwongen emigratie en deportatie, maar niet van massamoord. Hierbij moet dan wel de kanttekening worden geplaatst dat de activiteiten van Eichmann tussen 1938 en 1941 al ernstige misdrijven tegen de menselijkheid waren waarvoor hij ook werd veroordeeld in Jeruzalem.

Opmerkelijk is dat Eichmann in Jeruzalem verklaarde dat hij volledig achter deze activiteiten stond. Hij moet in 1941 ook hebben ingezien dat zijn eigen oplossingen niet meer werkten. Vervolgens heeft hij zich over zijn mogelijke bedenkingen heengezet en zich tot het uiterste ingespannen om de 'definitieve oplossing van het Joodse vraagstuk' in de praktijk te brengen.

In de ogen van personen als Rudolf Höss, kampcommandant van Auschwitz, was Eichmann bij het uitvoeren van deze oplossing extreem fanatiek. Höss schreef na zijn arrestatie in zijn memoires dat Eichmann compleet geobsedeerd was door de gedachte dat hij elke Jood wilde vernietigen die hij te pakken kon krijgen. Toen Himmler aan het eind van de oorlog besloot om de moord op de Joden stop te zetten, wilde Eichmann doorgaan om zijn werk af te maken, ook al was het toen voor hem duidelijk dat hij als oorlogsmisdadiger zou worden vervolgd. Volgens Cesarani was er bij Eichmann sprake van een totale morele ineenstorting. "Hij was van binnen volledig verrot", aldus zijn biograaf.

Het beeld van Eichmann als gehoorzame ambtenaar wordt definitief onderuitgehaald door het boek 'Eichmann vor Jerusalem' van de Duitse filosofe Bettina Stangneth. Het verschijnt vandaag in het Nederlands. Stangneth toont aan dat Eichmann niet een anonieme bureaucraat was die op de achtergrond zijn werk deed.

Al voor de Tweede Wereldoorlog was Eichmann voor zijn slachtoffers en de buitenlandse pers de personificatie van de terreurmaatregelen tegen de Joden. Hij was immers de persoon die de contacten onderhield met de Joodse leiders die moesten meewerken met de gedwongen emigratie vanuit Wenen, Praag en Berlijn. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog lijkt hij naar de achtergrond te verdwijnen. Een reden daarvoor is dat zijn slachtoffers naar de vernietigingskampen werden gedeporteerd zodat zij hun ervaringen met Eichmann niet konden navertellen.

Bovendien beschouwde de SS de moord op de Joden als een geheime operatie die voor de buitenwereld verborgen moest worden gehouden. Ook daaruit blijkt dat de betrokkenen zich heel goed bewust waren van het criminele karakter van hun misdaden.

Stangneth laat in haar boek zien dat Eichmann in Argentinië nog steeds een extreem fanatieke nazi was. Hij voerde in 1957 gesprekken met de Nederlandse journalist en voormalige SS'er Willem Sassen. Van die gesprekken zijn bandopnamen en transcripties bewaard gebleven. Stangneth komt op basis van deze gesprekken tot de conclusie dat zij werden gevoerd in het kader van een plan van nazi's in Argentinië om Hitler te rehabiliteren, de Holocaust als vijandelijke propaganda af te schilderen en zo hun terugkeer naar Duitsland mogelijk te maken.

Eichmann maakt op brute wijze een einde aan dit plan. In een van de laatste gesprekken leest hij ten overstaan van zijn oude kameraden een verklaring voor waarin hij duidelijk maakt dat de genocide op de Joden wel degelijk heeft plaatsgevonden en dat hij geen enkele spijt heeft van wat hij heeft gedaan, behalve dat hij er niet in is geslaagd om alle 10,3 miljoen Joden die volgens de planning van de nazi's uitgeroeid moesten worden naar de gaskamers af te voeren.

De 'voorzichtige bureaucraat' werd vergezeld door 'de fanatieke strijder voor mijn bloed', zo verklaarde Eichmann tegenover zijn ontzette toehoorders. Maar hij had ook zijn zwakheden, waardoor hij niet altijd kon doorzetten, en hij werd in zijn werk belemmerd door 'interventionisten'.

Nadat Eichmann zijn verklaring heeft voorgelezen, valt er een pijnlijke stilte. Het is duidelijk dat de gesprekspartners van Eichmann 'gematigd' zijn geworden en dat hij daar in 1957 helemaal niets van moet hebben.

Eichmann was een overtuigd nazi en volgens Stangneth precies om die reden een massamoordenaar.

In Argentinië werkte Eichmann aan een geschrift waarin hij zijn daden probeerde te rechtvaardigen. Daarint belijdt hij zijn onvoorwaardelijke geloof in de filosofie van de nazi's. De traditionele moraal moet worden vernietigd en vervangen door de strijd tussen de rassen om te bepalen wie mag voortleven en wie van de aardbodem moet verdwijnen.

Eichmann laat nadrukkelijk merken dat hij de 'internationale' moraal van filosofen als Kant volledig verwerpt. Het gaat volgens Eichmann niet om de moraal, maar om de rassenstrijd. Wat hij later op de zitting in Jeruzalem beweerde over Kant, de categorische imperatief en zijn eigen geweten, was inderdaad een grove leugen. Eichmann was nog steeds een fanatiek nazi, ook al konden zijn meerderen hem geen bevelen meer geven omdat zij zelfmoord hadden gepleegd, spoorloos waren verdwenen of als oorlogsmisdadiger waren opgehangen in Neurenberg.

Het boek van Bettina Stangneth is de definitieve ontmaskering van Eichmann als 'gehoorzame misdadiger'. Die ontmaskering bevestigt ook het oordeel van de Rechtbank Jeruzalem. Het vonnis uit 1961 bevatte al een grondige ontleding van de leugens die Eichmann op de zitting vertelde. De rechters schreven onomwonden in hun vonnis dat Eichmann in Jeruzalem de misleidingstactieken probeerde te gebruiken waarmee hij zijn slachtoffers naar de vernietigingskampen wist te deporteren.

Het is daarom moeilijk te begrijpen waarom wetenschappers als Smeulers en Achterhuis nog steeds geloven in het ontbreken van kwade intenties bij Eichmann. Wanneer de volgelingen van Arendt de bedoelingen van Eichmann echt willen doorgronden, zullen zij de visie van Arendt zeer kritisch moeten toetsen aan de verklaringen die Eichmann in Argentinië en in Israël heeft afgelegd en aan het oordeel van de Rechtbank Jeruzalem over Eichmann.

Zij zouden daarbij de vergelijking van Eichmann met de proefpersonen in het experiment van Milgram ook eens kunnen omkeren. Eichmann was geen proefpersoon in het gruwelijke experiment van de nazi's, hij was een van de bedenkers ervan.

Daarbij ging hij nog veel verder dan Milgram zich kon voorstellen. Eichmann slaagde er niet alleen in om nazi's, collaborateurs, politiemensen en ambtenaren te laten meewerken met de deportaties naar de vernietigingskampen, maar ook de slachtoffers zelf.

De Holocaust was een van de grootste misleidingsoperaties uit de menselijke geschiedenis. Eichmann speelde daarin een cruciale rol, bijvoorbeeld toen hij waarnemers van het Rode Kruis rondleidde in het concentratiekamp Theresienstadt om ze te laten geloven dat de nazi's het beste voor hadden met de Joden. Of toen hij in 1944 de Joodse Raad in Boedapest ervan probeerde te overtuigen dat er met 800.000 Hongaarse Joden niets zou gebeuren als zij zouden meewerken met de deportaties naar Auschwitz.

De personen die vijftig jaar na de executie van Eichmann zijn kwade bedoelingen nog steeds niet kunnen doorzien, zijn in zekere zin zijn laatste slachtoffers. Alleen een uiterst kritische houding tegenover de mythe van Eichmann kan verhinderen dat deze mythe in de toekomst nog meer slachtoffers maakt.

De Nederlandse vertaling van het boek van Bettina Stangneth verschijnt vandaag onder de titel 'Eichmann in Argentinië' (Contact, Amsterdam; 704 blz. € 69,90).

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden