Gehoorzaamheid, dat is het hele bestaan voor mij

(\N)

Kardinaal Simonis aanvaardde uit pure gehoorzaamheid de functie van aartsbisschop van Utrecht. Hoe kijkt hij daarop terug, een jaar na zijn emeritaat, in de rustieke Brabantse leefgemeenschap Focolare? Over zijn streven naar het volmaakte en de strijd met het kwade.

De kardinaal is nog even boodschappen doen in het dorp, krijgt de verslaggeefster te horen. Niet lang daarna rijdt hij met zijn auto het terrein op van de cisterciënzer abdij Mariënkroon in het Brabantse Nieuwkuijk. Dit is sinds 2002 het landelijke centrum van de rk vernieuwingsbeweging Focolare.

Het oecumenische dorp in wording telt dertig direct betrokkenen, rk en protestants. Hier woont de voormalige aartsbisschop van Utrecht sinds zijn emeritaat eind vorig jaar. De monseigneur begroet zijn gast, maakt cappuccino klaar en gaat voor naar zijn werkkamer.

Zijn eigen boodschappen doen? Jazeker, geeft hij toe met een glunderende glimlach. „En ik vind het nog leuk ook. Mijn hele leven is van alles voor me betaald. Ik moet nu op de kleintjes letten.”

Het gaat goed met Adrianus Simonis. „Ik verkeer hier in de zevende hemel. Eigenlijk zou je als geestelijke naar de hemel moeten verlangen, maar laat mij nog maar even wachten.” Dit geluk komt door de ’positieve sfeer’ van de ’voortreffelijke mensen’ en ’hechte gemeenschap’ hier.

Druk is hij nog steeds, met lezingen en bijeenkomsten. Zonder secretariële hulp moet hij zelf zijn afspraken maken en schrijft hij ook zijn vele brieven zelf. Met de hand, want met de computer kan hij nog niet overweg. De boeken die hij had willen lezen, zijn nog onaangeraakt. „Ik heb mijn structuur nog niet gevonden, maar het is goed zo. Ik wil ook graag vitaal blijven en me nuttig blijven voelen.”

Toch komt de kardinaal ’fysiek geweldig tot rust’. „De stress van mijn bestaan is van me af gevallen. Ik bepaal zelf wat ik wil doen.” ’Een ware bevrijding’, want leider zijn van de Nederlandse kerkprovincie viel hem zwaar, vertelt hij. „Dat kwam door de directe verantwoordelijkheid. Het besef dat wat ik wel of niet deed, invloed had op veel mensen.

Hij heeft in die 24 jaar als aartsbisschop heel wat afgepiekerd, vooral over de vele jongeren die het laten afweten. „Ik zat mezelf te pijnigen met de vraag wat ik daar toch aan kon doen, hoe ik ze betrokken kon maken. Die vraag hield me soms ook uit de slaap. En ik had er geen antwoord op. Voor die taak staan nu andere mensen.”

Aartsbisschop zijn – de post die hij eerst weigerde te aanvaarden – viel hem ook zwaar door zijn lichamelijke gesteldheid, gecombineerd met de overvolle agenda. „Ik ben moe geboren. Tussen vier en tien uur ’s avonds ben ik dikwijls doodmoe, alsof ik erbij neer kan vallen. Dan moet ik me voortslepen.”

Priester worden was daarentegen zijn grote wens. Al vanaf zijn zesde. „Ik wilde de rijkdom, de vreugde en het houvast van het geloof doorgeven aan anderen. Hun inzicht geven in het christelijk geloof, zodat ze een rijker leven kunnen leven en het kunnen volhouden.”

Misschien daarom wel voelde Simonis zich op zijn best als hij met jongeren over het geloof sprak, in de catechese. „In 37 jaar heb ik een 400.000 jongeren het sacrament van het vormsel toegediend. Op de leeftijd van twaalf, dertien jaar staan ze nog helemaal open voor alles wat mysterie, geheim en mooi is. Ik herinner me een meisje van twaalf dat mij vroeg: Wat betekent Jezus nu eigenlijk voor u? Een fabelachtig goede vraag. Ik antwoordde dat Jezus voor mij degene is die het mysterie van God dichterbij brengt. God is een groot mysterie waarover we alleen maar kunnen stamelen. Jezus brengt dat mysterie zo dichtbij dat hij zegt: Wie mij ziet, ziet de Vader. Ik zag dat het meisje die woorden opdronk. De andere kinderen ook.”

De herinnering doet hem goed: „Misschien was het de eerste keer dat er met hen zo duidelijk werd gesproken. Dat roept de vraag op of onze verkondiging niet te vaag blijft.” Als aartsbisschop – bij het toespreken van duizenden mensen soms – was het lastiger persoonlijk contact te krijgen.

Als de jongen uit Lisse geen priester was geweest, was hij leraar geworden, denkt Simonis. „Zelfs geen directeur van een school. Want ik heb weinig tot geen bestuurlijke talenten. Mijn sterke kant ligt in de verkondiging en het contactuele.”

Vreemd dat te horen uit de mond van een voormalig kerkleider. Was hij daarin wel op de juiste plek? Simonis, bedachtzaam: „Mensen hebben mij eens gezegd dat ik als aartsbisschop te weinig uit de verf ben gekomen, dat ik meer capaciteiten had. Ik ben het daar wel mee eens, maar als je nergens anders voor gevraagd wordt, blijven je capaciteiten in de kast verborgen. Ik heb nooit de ambitie gehad om aartsbisschop te worden. O nee. Ik ben geen streber. Daar ben ik te gemakzuchtig voor. In de rk kerk benoemt de paus je. Dan sta je ervoor en moet je. Het heilige moeten. Van daaruit probeer je je best te doen. Het aanvaarden van de benoeming was een zaak van geloofsgehoorzaamheid. God vond mij als gemiddeld getalenteerd man misschien de beste voor dat moment. Hij moet ook maar roeien met de riemen die hij heeft.”

Een van zijn favoriete bijbelteksten is niet voor niets het gedeelte waarin de profeet Samuël ’s nachts wordt geroepen door God. De derde keer antwoordt Samuël : Spreek, Heer, uw dienaar luistert.’ Ook Maria die te horen kreeg dat zij Jezus zou baren, is voor Simonis een voorbeeld. „Zij werd voor iets onbegrijpelijks gesteld, maar zei: ’Mij geschiedde naar uw woord’.”

„Gehoorzaamheid, dat is het hele bestaan voor mij. Ik leerde dat van mijn ouders, uitermate dienstbare mensen die zichzelf helemaal wegcijferden. Ze gingen regelmatig biechten. Daarmee lieten ze zien dat ze geen perfecte mensen waren. Mijn moeder zei: ’Het gaat er niet om wat anderen van je zeggen, maar wat onze lieve Heer van je zegt’.”

Dat staat in schril contrast met het huidige, maatschappelijke dogma: ’als het maar leuk is’, vervolgt Simonis: „Het toppunt van dat dogma vond ik in een relatieadvertentie: ’Leuke man zoekt leuke vrouw om samen leuke dingen mee te doen’. Het leven is niet leuk. Het is een ernstige zaak waarover je verantwoording moet afleggen.”

Hoe heeft u het die jaren volgehouden?

„Ik ben er doorheen gebeden, door mensen die weten dat je voor een zware opgave staat en zeggen: ik bid voor je. Je hebt ook goede contacten nodig en leuke dingen om je te ontspannen. Daarvoor moet je een geestelijke leidsman hebben. In een erg drukke tijd als pasbenoemd kapelaan in Den Haag in 1966 adviseerde mijn zwager mij mijn postzegelhobby weer op te pakken. Hij had gelijk, het geeft plezier en verzet je geest. Dat heb ik ook met klassieke muziek, beschouwende boeken, lezen over heiligenlevens en crimi’s op tv.

Ook zonder mijn gebedsleven had ik het niet gered. Met de dagelijkse mis en gebeden zoals de rozenkrans en het breviergebed ben ik zeven kwartier bezig. Eigenlijk moet ik daar drie kwartier bij trekken voor meditatie en inwendig gebed. Dat schoot er nogal eens bij in.”

In Mariënkroon heeft de geestelijke die tijd wél. „Ik ga vaak ’s middags naar de kapel van de paters. Gewoon zitten. In de doodse stilte. Dan probeer ik te bidden en me te verzamelen voor het aanschijn des Heren. Als ik te weinig tijd en rust neem voor gebed, gaat de kwaliteit van mijn spiritualiteit achteruit. En met spiritualiteit bedoel ik de christelijke, katholieke spiritualiteit waarbij je in, uit en door de geest Gods leeft, de geest die verbonden is aan de persoon Jezus Christus en de kerk.”

U bent gehoorzaam geweest, maar heeft u ook uw persoonlijke doel bereikt, het geloof verkondigen?

„Het kon beter en slechter. Dat laat ik aan onze lieve Heer. Ik weet dat velen niets meer aan het geloof doen. Dat verdriet me, maar anderen zijn actief in hun parochie. Dat doet me deugd. Ik heb me als aartsbisschop eerder machteloos gevoeld dan machtig. Als bisschop ben je een gezagsfiguur, maar als dat gezag niet met gehoorzaamheid wordt beantwoord, sta je machteloos.”

Maakt u zichzelf verwijten?

„Niet over de secularisatie. Aan die cultuurverschuiving kun je als enkeling niet veel doen. Ik verwijt mezelf wel dat ik niet heilig en volmaakt genoeg ben. Je moet consequent streven naar volmaaktheid. Ik probeer het goede te doen in kleine dingen: hulp bieden, iemand groeten. Daarin zijn mijn medebewoners een voorbeeld. Als ik mijn geweten onderzoek – dat doe ik zeker eens per maand voor de biecht – dan zijn het die dingen die ik beter had kunnen doen. Ik had meer kunnen geven aan de derde wereld. Ik ken veel zieken en eenzamen die ontzettend blij zouden zijn als ik hen zou opzoeken. Maar soms ben ik te lui. Dan zeg ik: ik ben nu te moe. Maar je kunt moeheid als excuus laten gelden. Je bent mens met veel goede dingen, geneigd tot het kwade, wat altijd neerkomt op egoïsme en hoogmoed.

In mijn biecht komt het er altijd op neer dat ik mensen te weinig heb liefgehad. Na de biecht voel ik me bevrijd, maar is er ook het weten van de blijvende zwakheid. Het grote voordeel daarvan is dat dat een duidelijk gewetenspunt blijft en je het kunt blijven verbeteren.”

Wordt het streven naar volmaaktheid makkelijker met de jaren?

„Ja, ik maak me minder boos, kan ervaringen en hoe mensen me bejegenen beter relativeren. Het wordt wel moeilijker om het leven hier los te laten. Ik ben 77 jaar. Je weet dat je een keer moet sterven, dat het binnen de kortste keren kan komen. Toch zou ik er veel moeite mee hebben om het leven met al zijn aangename dingen los te laten. Dan denk ik: komt tijd, komt raad. Ik vraag me dikwijls af hoeveel tijd ik nog zou krijgen, wat ik nog zou willen doen. Ik zou me nog in de muziekleer willen verdiepen en technische dingen als i-pods en mp3-spelers. Maar het is weer die gemakzucht die me ervan weerhoudt.”

Hoe zou u herinnerd willen worden?

„,Als iemand die geprobeerd heeft zijn plicht te doen, dat is voor mij voldoende.”

Nu moet hij weg, zegt de kardinaal, want de gemeenschap luncht stipt om half een. Met een groetend ’dank u voor de geste’, stapt hij op zijn fiets naar zijn vertrek, om in alle rust van zijn maaltijd te genieten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden