Gehoorapparaat

Echtscheidingen of sterfgevallen zijn er nog niet uit voortgekomen, maar wel kan een slechthorende die weigert een hoortoestel te dragen, zijn naaste omgeving tot razernij of tenminste wanhoop brengen.

De angst om niet voor vol te worden aangezien, te kijk te lopen met een gehoorapparaat met wellicht de gedachte van de ander daarbij: nou, nou, die wordt ook oud!, is een van de belangrijkste oorzaken voor de weerzin die met name zeventigers en tachtigers tegen zo'n hulpmiddel hebben. Ouder worden en slechthorendheid gaan hand in hand, is bewezen: van de 60-plussers komt zo ongeveer een kwart in aanmerking voor een hoortoestel, van de mensen boven de 70 bijna de helft en kom je boven de 80, dan ligt hun aantal al een eind boven de helft.

Psycholoog Rob van den Brink heeft dat diepgaand onderzocht en kan zich dankzij zijn speurwerk van woensdag af doctor in de geneeskunde noemen. Ondanks het feit dat zoveel mensen zo slecht horen, zegt hij, gebruikt maar 40 procent een gehoorapparaat. Een kwart wil niet eens met het probleem naar de dokter, en ook de rest denkt het zo wel te redden.

De irritaties en ergernissen die zo'n gedrag wekken, noemt Van den Brink “misschien niet spectaculair, maar als je zo iemand dag in, dag uit meemaakt, kun je wel van een groot ongemak spreken.” Wat beslist niet voldoende helpt, is hard schreeuwen. “Een belangrijke oorzaak voor slecht horen is dat de tonen steeds moeilijker uit elkaar gehouden kunnen worden.

Het wordt steeds inspannender om te onderscheiden wat er gezegd wordt, zeker in een groepje, luisteren vergt meer en meer aandacht. Dat houd je misschien een kwartier vol, en dan ben je doodop. Je kunt dat vergelijken met luisteren naar een taal die niet je moedertaal is: in je eigen taal kun je met een half woord toe, in een andere taal heb je een heel woord nodig. Je moet constant op je tenen lopen om goed te verstaan.'' Hier slaat een van de stellingen bij Van den Brinks proefschrift ook op: 'Voor het begrip van slechthorendheid is het een voordeel om als Hollander in Groningen te wonen.'

Het aantal mensen dat eraan lijdt in aanmerking genomen, staat hardhorendheid als derde op de lijst van chronische aandoeningen in Nederland, zegt Van den Brink. Toch komt de kwaal in geen beleidsnota over chronische ziekten voor. Kennelijk doen dus niet alleen slechthorenden hun gebrek als onbelangrijk af. De weerzin ertegen komt volgens de onderzoeker vooral uit onwetendheid voort. “De meesten weten niet dat je zo'n apparaat eerst zes weken mag proberen om te zien of het bevalt. Misschien zien heel oude mensen nog wel zo'n grote ouderwetse hoorn voor zich, of het vroegere kastje, een toestel als een soort walkman, met twee snoertjes naar je oren. Heel belangrijk om die weerzin weg te nemen, vind ik een goede voorlichting over hoe klein en onzichtbaar die apparaatjes tegenwoordig zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden