Gehandicapte kinderen zijn hier zelf sterspeler

reportage | Amsterdamse sportvereniging Only Friends richt zich op kinderen met een beperking

Twintig parkeerplekken zijn gereserveerd voor mensen met een invalide parkeerkaart. Wie bij Only Friends aan komt rijden, ziet meteen dat de vereniging geen doorsnee sportclub is.

Bij de poort hangt een poster van een tiener, een voormalig lid. Hij is er niet meer. "Dat gebeurt hier helaas vaker", vertelt Dennis Gebbink. "Vorig jaar nog. Vier jongetjes met Duchenne in een paar maanden tijd. Dat went nooit."

De oud-voetballer en oprichter van de sportvereniging voor kinderen met een handicap begint net met de training. Zijn pupillen komen stuk voor stuk naar hem toe voor een high five. De Amsterdammer begroet ze enthousiast.

Buiten wordt gevoetbald, binnen begint de tennistraining. In het hypermoderne zwembad zijn duiklessen. Boven het bad worden wielertalenten gedrild. In een zaaltje ernaast is een les kickboksen bezig. "Hier kijken we naar wat je wél kan", zegt Gebbink. "Deze kids krijgen vaak te horen wat ze allemaal niet kunnen. Wat heb je daar nou aan?" Hier zijn ze goed zoals ze zijn. Dat motto is overal terug te vinden in het sportcomplex in Amsterdam-Noord.

Eén op één begeleiding door coaches. Tal van keuzes in sporten. Een hypermodern complex met aangepaste faciliteiten. Only Friends, dat in het Ronald McDonald Centre zit, is het walhalla voor de gehandicapte sporter. Het centrum, dat vijf jaar geleden met twintig miljoen euro aan sponsorgeld van de grond is gekomen, is uniek in Europa.

Gebbink zou graag zien dat er meer van zulke plekken ontstaan. Want niet overal is het voor kinderen met een handicap zo goed geregeld. Deze doelgroep sport nog altijd veel minder dan hun leeftijdsgenoten zonder beperking.

Dat moet anders, vindt Marije Baart de la Faille. De lector Kracht van Sport aan de Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool Inholland is onlangs begonnen met een project om meer gehandicapte kinderen in Europa aan het sporten te krijgen. Aandacht voor sporters met een beperking is er steeds meer in vergelijking met tien jaar geleden, zegt Baart de la Faille. "Paralympische topsport wordt serieuzer genomen. Iedereen kent Esther Vergeer, Bibian Mentel en Marlou van Rhijn. Dat zijn onze nationale helden."

Maar het kan beter. Ouders weten vaak niet waar ze terecht kunnen. De sporten waar ze uit kunnen kiezen zijn beperkt. "Ze moeten het wiel vaak opnieuw uitvinden. In iedere regio is het weer anders geregeld."

Soms weet de gemeente waar je aangepast kunt sporten. Een andere keer ligt de informatie bij een welzijnsinstelling of bij een sportservice. Soms is er gewoon niets.

Voor Paula Heijselaar is dat een herkenbaar verhaal. Voor haar dochter Esmee, die een verstandelijke beperking heeft, was er tot haar twaalfde verjaardag weinig te beleven op sportverenigingen. Het meisje, nu achttien, ging vroeger vaak mee naar de judoles van haar broer. De trainster raakte geïnspireerd door Esmee en startte een groepje voor kinderen die speciale aandacht nodig hadden.

Initiatieven waren er dus wel. Maar ze hielden vaak snel op bij gebrek aan geld of vrijwilligers. Heijselaar: "Je kunt haar niet zomaar in een grote groep zetten. Deze kinderen moeten specialistische begeleiding krijgen. Daar heb je meer vrijwilligers dan bij een normale club voor nodig."

Nu tennist Esmee bij TV Zaansport, een vereniging in Zaandam dat sinds een aantal jaren een G-team heeft. Bij de vereniging wordt ieder jaar een toernooi gehouden waar gehandicapte sporters worden gekoppeld aan valide buddy's die als dubbelpartner in actie komen. Zo ontstaat er meer begrip voor elkaar.

Heijselaar is blij dat haar dochter door tennis de beweging krijgt die ze nodig heeft. En de sociale contacten, want die zijn minstens net zo belangrijk. Zeker bij de doelgroep die vaak buiten de boot valt bij andere sociale activiteiten. Buitenspelen, bijvoorbeeld. Esmee vond dat maar niets. "Dat deed ze niet uit zichzelf. Misschien voelde ze toch dat ze anders was."

Voor haar moeder is contact met gelijkgestemden ook belangrijk. Op deze vrijdag is Heijselaar de enige ouder die mee is gekomen naar de tennisles. De teamgenoten van haar dochter komen op eigen houtje naar de club. Toen Esmee jonger was, had haar moeder meer aanspraak omdat ze toen niet de enige ouder was die kwam kijken. "Dat vind ik wel eens jammer. Bij Only Friends is dat anders. Daar zouden we graag lid worden, maar het is zo ver weg. Nu kunnen we op de fiets naar de training."

Terug in Amsterdam zijn er genoeg ouders te vinden op de tribune. Bij de kickboksruimte praten een aantal moeders over bureaucratische rompslomp met het persoonsgebonden budget. Gek worden ze ervan. Oprichter Gebbink kent de thema's waar over wordt gesproken op de vereniging.

Drieëntwintig jaar geleden werd zijn zoon Myron geboren met een hersenbeschadiging. Met zijn handicap, hij is licht spastisch, kon de jongen in het begin nog meekomen op een normale voetbalclub.

Zijn leeftijdsgenootjes werden al snel beter. "Myron werd steeds vaker gewisseld, of hij werd op doel gezet. Op een gegeven moment wilde hij ermee stoppen."

Dat deed pijn bij de vader. Ergens anders kon zijn zoon niet terecht. In de regio was er niets waar hij paste. Dus richtte Gebbink zijn eigen club op.

De trainingen werden eerst nog bij zijn oude vereniging gegeven. Niet ideaal. "Ik moest altijd smeken om een veldje. En dan kregen we een plek ergens achteraan. We telden nog steeds niet mee."

Nu heeft hij zijn eigen hypermoderne centrum. Daar is zijn zoon niet veroordeeld tot een achterafveldje. De jongeren trainen op een prominente plek. Het maakt Gebbink niet uit welke handicap je hebt. Als iets niet kan, verzint hij er wel wat op. Iedereen is welkom.

Boven bij de kantine komt de oud-voetballer één van de schoonmaaksters tegen. Zij werkt er als vrijwilliger. Stralend informeert ze hoe het met de zoon van Gebbink gaat. De trainer vertelt dat Myron in het nationale paralympische team zit. "Hij is nu profvoetballer", glundert Gebbink.

Zijn zoon is een sterspeler. Net als alle andere jongens op het veld, waar vrijwilligers ervoor zorgen dat iedereen de bal even vaak krijgt. Handicap of niet. Zij zijn goed zoals ze zijn.

App en website om meer kinderen te laten sporten

In de ene regio heb je tien verenigingen voor gehandicapte sporters, in de andere twee. Om te zien waar ouders en kinderen terecht kunnen voor aangepast sporten, gaat het lectoraat Kracht van Sport van de Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool Inholland een toegankelijke website maken waarin ouders en kinderen hun behoeften kunnen aangeven. De scholen doen dit in het kader van een Europees onderzoek naar de mogelijkheden om de sportparticipatie van gehandicapte kinderen te verhogen. De Europese Commissie verstrekt vijf ton subsidie voor het project dat in Nederland, Engeland, Frankrijk, Finland, Portugal en Litouwen loopt.

Het onderwerp heeft ook de aandacht van minister Edith Schippers (VVD, sport). Donderdag maakte de minister bekend dat ze de komende drie jaar 6,6 miljoen euro opzij zet voor de gehandicaptensport. Schippers wil dat er tussen scholen, sportverenigingen en zorginstelling beter wordt samengewerkt zodat er meer kinderen met een beperking gaan sporten. Om ervoor te zorgen dat ouders en kinderen beter weten waar ze terecht kunnen, is er onder meer een speciale app ontwikkeld waar mensen kunnen zoeken bij welke vereniging in de buurt ze terecht kunnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden