Essay

Gefascineerd door ontferming

Beeld Gertjan Miedema

Willem Jan Otten beschouwt films over onmogelijke keuzes. Vandaag: ‘Jeroen, Jeroen’ (2010)

‘Jeroen, Jeroen’ duurt minder dan een uur. Er wordt weinig in gesproken, want de titelheld is wat in mijn jaren vijftig jeugd ‘een idioot’ genoemd zou zijn, en later ‘achterlijk’. Van zo iemand dichtte Vasalis in 1948:

Met opgetrokken schouders, toegeknepen oogen, haast dravend en vaak hakend in de mat, lelijk en onbeholpen aan zusters armen gebogen, gaat elke week de idioot naar ’t bad.

Jeroen is overigens nog maar vijftien, en in het geheel niet lelijk - hij is eerder een efebische schoonheid, hij kan er uitzien als de leadsinger van een Nirvanesk bandje. Wat hij ‘heeft’ wordt in de film niet gezegd. Hij verkeert overdag in een dagverblijf, andere kinderen die we daar en passant zien hebben bijvoorbeeld Syndroom van Down.

De makers van de film, Petra en Peter Lataster, zijn geen etikettenplakkers. Hun film wil een beeld geven van één dag uit Jeroens leven - op basis van vier maanden filmen. Maar ook al is de camera vrijwel voortdurend op Jeroen gericht, een case-history is het niet geworden. Het zou ongetwijfeld geruststellend zijn geweest om, kijkend naar de titanische worsteling om hem (en de andere kinderen) onbeschadigd door de dag te loodsen, deskundigen verstandige opvattingen te hebben horen debiteren, en iemand te hebben horen verklaren dat hij ‘zwaar autistisch’ is. Maar de Latasters doen niet aan objectiveren. 

Jeroen is geen geval. Hij is eenvoudigweg iemand die zonder de mensen die zich over hem ontfermen geen levenskans zou hebben. Daarin verschilt hij van niemand - we worden allemaal volstrekt hulpeloos geboren. Het bijzondere aan Jeroen is dat hij het lichaam en het testosteron van een volwassen man begint te krijgen en heftig en fysiek aan het puberen is, terwijl hij geestelijk nog een kleuter lijkt te blijven, een kleuter in het stadium van een bijna fanatieke ongezeggelijkheid. Hij beproeft de ontfermingsbereidheid van de wereld tot het uiterste. En ik geloof dat dat het eigenlijke onderwerp is van de Latasters - ze zijn gefascineerd door ontferming.

De film begint ermee dat Jeroen met een enorme blauwe bal speelt, op een hoog omheind speelplaatsje, bijna een kooi, met kabeldik kippengaas. Na enige keren proberen lukt het hem om de zware bal over het hek te krijgen, die vervolgens in de takken van een bloeiende prunus blijft hangen. De bal wordt eruit gehaald door iemand die Jeroens verzorger blijkt te zijn. Terwijl dat gebeurt schudt zich een wolk bloesemblaadjes los uit de boom. ‘Sniej’, roept Jeroen buiten beeld. De verzorger schiet in de lach, ‘ja, sneeuw’, roept hij terug.

Cinema superbe

Even later zien we deze Kevin tijdens een wandeling met Jeroen overal bloesemsneeuw tevoorschijn toveren uit bomen, iets waar Jeroen op een wonderlijke schouderschuddende wijze bijna geluidloos om moet lachen. Dit is superbe cinema, de Latasters in topvorm. Jeroens verrukking, zullen we merken, is even bruusk en onbeheerst als zijn woede.

Ik geloof dat de bloesemsequenties je als toeschouwer het gevoel geven dat je Jeroen in zekere zin leert kennen, maar een ‘beweging het personage in’ maken we niet, ook niet als we ontdekken dat hij de dagen van de week kan opnoemen. Hij lijkt te beseffen, althans: te kunnen zeggen dat hij op ‘maandag’ naar zijn vader zal gaan, zoals hij ook weet dat er op zaterdag sprake is van ‘supermarkt’. Maar dit van hem te weten maakt niet dat je met hem meeleeft, waarmee ik bedoel: dat je de ervaring hebt samen met hem, met hem meedenkend, de film mee te maken.

Er is een wonderlijk moment, waarop hij plotseling hevig begint te schoppen, onder de tafel, terwijl hij min of meer vredig, althans: rustig, een puzzel legt met Kevin. Dat wil zeggen: Kevin legt de puzzel, en doet dat zó, dat je het gevoel hebt dat het eerder gelukt is om zoiets samen met Jeroen te doen. Je bent inmiddels ruimschoots aan het snakken naar een minuutje niks in beeld. Maar Jeroen is voornamelijk puzzelstukjes naar Kevin aan het gooien.

Beeld Gertjan Miedema

En dan begint het schoppen en zegt Kevin, ogenblikkelijk: “O, je gaat trappen, dan is het te laat”. En hij neemt (zonder een greintje kwaadheid) Jeroen - die stevig vastgepakt moet worden - mee naar buiten, naar het hoog omheinde speelplaatsje, waar hij opnieuw wordt opgesloten. Kennelijk om af te koelen, maar nu escaleert de situatie. Terwijl Kevin naar binnen is gegaan, naar andere pupillen die ook aandacht nodig hebben, begint Jeroen zich uit te kleden. De tuin van het dagverblijf staat in een woonwijk, er fietsen juist schoolkinderen langs en er loopt een moeder met kinderwagen voorbij.

Te naakt

Er is iets intens naakts aan het graatmagere lange puberlijf van Jeroen. Er is iets onverdraaglijk schrijnends aan zijn theatrale gebaar. Dit heeft een hond in een kennel, hoe vrijheidslievend ook, nog nooit gedaan. Jeroen is iets wat alleen een mens kan zijn: te naakt voor de openbare weg. ‘Gespierde spijker’, zal Kevin hem later, als hij gewassen moet worden, noemen.

Petra en Peter Lataster zijn ook de makers van ‘De kinderen van Juf Kiet’, het documentaire meesterwerk dat sinds z’n première afgelopen december tijdens het Idfa een ongebruikelijk groot en enthousiast publiek heeft getrokken, en dat aan een internationale zegetocht is begonnen. Die film ontleent zijn kracht aan een wonderlijk fenomeen: er worden vier of vijf vluchtelingenkinderen op de voet gevolgd, maar de hoofdpersoon is Juf Kiet, zonder dat zij ook maar een keer (behalve in het eerste en het laatste shot) echt helemaal te zien is. Ze komt in beeld met een hand, met haar stem, met een arm te leggen om de schouder van een kind, maar gevolgd wordt ze niet. En toch, als je je na afloop beduusd afvraagt wat je nu eigenlijk hebt gezien, dan zeg je: Juf Kiet. Dat wil zeggen - als je de speciale cinematografische werking van de film probeert te benoemen, dan kom je erop uit dat je eigenlijk de hele film door met Juf Kiet hebt meegekeken.

Het is alsof zij de lens is geweest waardoor je de kinderen hebt gezien.

In een interview heeft Peter Lataster eens zijn leermeester Johan van der Keuken aangehaald: “De reden dat ik films maak, is dat ik andere mensen wil laten zien hoe ik kijk.” Dat is, in heel zijn vanzelfsprekende eenvoud, een geheimzinnige uitspraak. Van der Keuken had ook kunnen zeggen dat hij wilde laten zien ‘wat ik zie’, maar daar had Lataster niet van opgekeken. Van der Keukens zinnetje verschuift de aandacht van het wat naar het hoe. Een filmer voegt een blik aan de wereld toe. Als je eenmaal met hem hebt meegekeken, kun je daarna zoals hij of haar de wereld bezien.

Een werkelijkheid

We raken hier aan wat de negentiende-eeuwse essayist John Ruskin over Turner heeft gezegd: dankzij diens schilderijen zijn we de zonsondergang gaan zien. Turner heeft met zijn blik een werkelijkheid aan het licht gebracht. En het is waar, wie van Van der Keukens laatste film, ‘De Grote Vakantie’, de laatste sequentie heeft gezien, zal de bochtige Rijn met zijn aken nooit meer ‘zelf zien’. Het is alsof hij door de lens van Van der Keuken ziet; alsof hij dankzij de montage, het tijdsverloop, of beter: de duurwerking van de gefilmde beelden de rivierrealiteit beseft en ervaart.

Als ik moet uitleggen waarom de filmkunst me zo trekt, niet om te beoefenen maar om te genieten, dan kom ik uit op deze bemiddelde blik. Ik geloof dat ik meer dan gemiddeld aangewezen ben op wat anderen zien.

Dat is begonnen toen ik, op mijn vijfde of zesde, mijn grootmoeder, staande voor het tuinraam kijkend naar het besneeuwde gazon, hoorde zeggen, met haar Indische stem: “Adoe, kinders, net een Japanse prent.” Ik wist wat ze bedoelde, ze had me die dag een boek met reproducties laten zien. Later heb ik gereconstrueerd dat het Utagawe Hirshige kan zijn geweest, al lijkt zijn ‘Winter: Sneeuw op de Sumida-rivier’ eigenlijk helemaal niet op een tuin. 

Toch heeft haar opmerking ervoor gezorgd dat ik de tuin ‘op z’n Japans’ ben gaan zien. En dat ik me ben gaan afvragen of ik ooit wel iets onbemiddeld heb gezien; of ik, als ik ergens werkelijk door getroffen word, er niet eigenlijk al door een ander, en dan dus vaak: door kunst, en nog vaker: door film, op gewezen ben. Ik ben in ieder geval de bemiddelaars dankbaar en wil ze in taal teruggeven wat ze mij in natura hebben gegeven; iets wat van mij in zekere zin een bemiddelaar maakt. Hoe het ook zij: met het klimmen der jaren wordt de wetenschap dat ik de som ben van wat anderen voor mij gezien hebben steeds sterker.

'Sniej'

Het bijzondere van de Latasters is dat zij weliswaar de camera ‘op de kinderen’ zetten, maar dat ze tegelijkertijd met Juf Kiet meekijken, met de ‘ontfermende macht’. Hetzelfde gebeurt in ‘Jeroen, Jeroen’. We krijgen de bril van Kevin opgezet. Dat begint als hij de bloesem laat sneeuwen, of nee, het begint als Jeroen ‘sniej!’ roept en Kevin daar ‘sneeuw’ van maakt terwijl wij de bloesem zien dwarrelen. Kevin, kun je zeggen, leest Jeroen, en dat blijft hij een groot deel van de film doen. Dit lezen is een uiterst fysieke act. Jeroen begrijpen houdt vrijwel altijd volautomatisch in: tot actie overgaan, “o, je gaat trappen, dan is het te laat”.

Tegen het einde van de middag moet Jeroen naar huis, en dan neemt zijn (alleenstaande) moeder de rol van ontfermer over - ze is de uitputting nabij, mentaal maar vooral fysiek. Jeroen is haar letterlijk boven het hoofd gegroeid, toch is ook zij, op een heldhaftige, hartbrekende manier de ontfermende macht.

Al eerder hebben we in het dagverblijf gezien hoe Kevin, na een vermoedelijk urenlange strijd met de alles kapotmakende Jeroen een glas water drinkt. Zelden zal een zo onopmerkelijk gebaar zoveel wanhoop uitgedrukt hebben. Kevin lijkt het als een persoonlijke nederlaag op te vatten dat het hem niet gelukt is om Jeroen van de spiraal van om zich heen meppende, zelfdestructieve agressie te verlossen.

Hij heeft Jeroen moeten opsluiten in een soort isoleerruimte, waar hij als een draadmagere Ecce Homo naakt ligt te wezen. Kevin is een jonge, sterke man die genoeg van zijn kinderlijkheid heeft bewaard om een jongen als Jeroen beter dan wie ook te volgen. Het glas dat hij drinkt is een zeldzaam verdrietig glas, het is een gevecht tegen Kevins tranen. Het is typisch Latasters om dit schijnbaar zo onbenullige moment zo aandachtig in beeld te brengen. Ze hebben een Tsjechoviaans oog voor verdriet en verlatenheid - het is wat mensen verbergen, volgens Tsjechov bijvoorbeeld door te neuriën.

Als een jonge, sterke man al zo kan breken, tijdens de acht uren van zijn dienst, hoe zal het zijn voor de moeder, die Jeroen zestien uur in huis heeft?

De volgende dag herpakt Kevin zich weer; later in de film zal hij een onbedaarlijke lol kunnen trappen, met Jeroen, en met scheerzeep. Op zulke momenten is de film een waar monument voor de ontfermer, voor de mysterieuze kinderlijke mensensoort die in het lijden van een ander naar geluk delft, en zo het onverdraaglijke helpt dragen. Tijdens de scheerzeepscène kijk je onmerkbaar met Jeroens moeder mee, ofschoon ze helemaal in het dagverblijf niet aanwezig is. Je stelt je voor hoe het voor haar is om haar niet te harden stuurloze kortsluitende kind te zien, in deze film - en van hem te genieten, van hoe hij geniet.

De Latasters zijn meesters van de lotsverbondenheid. Als er één film thuishoort in een reeks die op een roekeloos moment ‘tegen beter weten in’ is gedoopt, dan deze.

Dichter en essayist Willem Jan Otten

(1955) ontving voor zijn beschouwend proza de P.C.Hooftprijs.

Essayist Willem Jan Otten belicht in Letter&Geest maandelijks een film-tegen-beter-weten-in, over onmogelijke keuzes. Die is daarna te zien in debatcentrum De Balie. Daar bespreekt Otten de film na met een gast.

Wanneer? ‘Jeroen, Jeroen’ is te zien op dinsdag 7 maart, 20 u. Ottens gast is filosoof Pieter Pekelharing.

Waar? De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10 (Leidseplein), Amsterdam.

Kaarten?

Trouwlezers betalen geen € 10, maar € 8. Reserveer via www.trouw.nl/exclusief, of bel: 020-5535100.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden