Opinie

Geestig gedrag van dieren als ruggensteun voor het theatrale personage.

'En in mijn droom knapt het vel van mijn mondhoeken en ratelt mijn huig en breekt het glas uit de kozijnen en gil ik tot het nacht wordt. Maar in het echt, als de pijn mijn hersenen eindelijk vindt, dan scheld ik jou en jou en jou uit voor alles. Voor alles.“

Aldus het personage Sofie uit 'De Nimfen', het nieuwe toneelstuk van Oostpool-dramaschrijver Peer Wittenbols. Sofie is een van de vier zussen uit 'De Nimfen'; die 'jou', 'jou' en 'jou' zijn aan haar zussen Vivian, Dana en Lieke gericht.

De vier zussen zien elkaar na jaren weer op wat ogenschijnlijk een zussenrëunie lijkt. Dat is hun samenkomst ook min of meer, maar van opgeruimdheid is allerminst sprake. Ze zijn allemaal ziek, of doodsbang om ziek te worden.

Van begin tot einde hangt ziekte als een donderwolk boven het toneelstuk, maar daaronder vliegen de zusterlijke stekeligheden en sussingen over vroeger en over nu door de lucht. Ze willen van elkaar af, en kunnen toch niet zonder elkaar. Hun vader noemde hen 'de nimfen', omdat ze ooit gevierlijk samen 65 kilo wogen.

Marie-Christine de Both speelt de rol van Sofie. Hoe zij haar personage ziet?

,,Sofie heeft kennelijk nooit een innige relatie gehad, en is nu verliefd geworden. Daarom wil zij zich niet preventief laten opereren, tot verontwaardiging van de andere zussen, die dat als verraad en als zelfmoordactie beschouwen. Elke zus heeft de erkenning van de anderen nodig, en dat lukt niet. Ik zie Sofie als een laconieke einzelgünger, een beetje stille observator vergeleken bij de andere drie.“

Een zwart stuk wil De Both 'De Nimfen' niet noemen, wel: een grimmig stuk.

,,Wij zijn onmachtig om elkaar te bereiken, ook omdat we niet willen dat ons iets wordt afgenomen. Daarnaast speelt ook nog rivaliteit om de moeder mee. Het gaat over in de steek gelaten worden, het gaat om het gegeven dat je er uiteindelijk alleen voor staat, terwijl ze toch door elkaar getroost willen worden. Er is veel oud zeer tussen de zussen, en een erfelijke ziekte zet alles tussen hen op scherp.“

Als voorbereiding op haar Sofie-rol las De Both over mensen die met zo'n doodvonnis werden geconfronteerd; de een wil er veel over praten, de ander helemaal niet.

,,Sofie is de meest zwijgzame van de zussen. Ze is niet iemand die schreeuwt. In plaats van voortdurend te lopen stralen verinnerlijkt zij haar verliefdheid. Ik vroeg me vaak af: waarom houdt ze zo lang haar mond?“

Zelf verzon Marie-Christine de Both een list om zichzelf als kind in slaap te sussen: door verhalen te verzinnen. Als enig kind verzon zij toneelstukjes waarin zij bij gebrek aan broertjes of zusjes en passant alle hoofdrollen vertolkte.

De poes die ze uit het asiel bekwam ('drie katten in één kooi krijsten allemaal, maar die het hardste gilde wilde ik') liet zich gewillig door haar aankleden en in een poppenwagen door haar geboortestad Groningen vervoeren. Aan argeloze voorbijgangers toonde ze haar lieftallige 'pop'.

Dieren spelen trouwens een belangrijke rol in het leven van de toneelspeelster. Nog niet eens zozeer uit wat 'dierenvriendschap' heet, maar vooral omdat ze in dieren geestig gedrag bespeurt. Als ze haar eigen witte herder vraagt: 'Gaan we uit?', gaat die niet alleen traditiegetrouw kwispelen, maar trekt haar kop scheef en zet daarbij een even gewichtige als interessantdoenerige oogopslag op.

De 'Phaedra' die De Both in 1999 bij het gezelschap Het Vervolg speelde, had 'iets katachtigs'.

Haar verliefde secretaresse in 'De overwinnaars' (van Frans Strijards), een niet al te slimme, verlegen vrouw die wat raar in haar lijf zit, kreeg een flamingomotoriek. Alsof De Both plotseling over twee keer zo lange benen beschikte.

In 'De meid, komedie van haat' van Herman Heijermans was De Both de nerveuze Stans, een vrouw die chantage boven het hoofd hangt. Hoe dat mens-met-zenuwtic in ingehouden nervositeit om te zetten? Door even aan de hoekige tred van een kip te denken.

Liefkozend wordt Marie-Christine ook wel 'stokstaartje' genoemd, vanwege haar alertheid, de drift om voortdurend achter, voor en naast alles te registreren. Dat uit zich in abrupte hoofdschokjes heen en weer, de wipneus fier in de wind en de blik op waakzaam, zoals ook de onstuimig energieke meerkat dat kan.

Voor haar Sofie-rol is zij evenwel nog geen dier tegengekomen waaruit zij kan putten.

De Both hanteert drie maatstaven teneinde een rol te accepteren: het stuk moet goed zijn, de regisseur uitdagend en de medespelers inspirerend. En dan moet haar personage zelf nog worden beteugeld.

,,Blanche uit 'Tramlijn begeerte' is zo'n dominant egocentrische figuur die meteen bij binnenkomst alle ruimte 'afpakt'. Dat soort ego's gaat mij niet makkelijk af, al ben ik er wel uitgekomen. Ik probeer dan bepaalde aspecten van mezelf te vergroten, maar wel met een knipoog.“

Voor haar toelatingsexamen aan de toneelschool van Maastricht koos De Both een monoloog uit 'De Spaanse hoer' van Hugo Claus en het vierregelig gedicht 'Een lege plek om te blijven' van Rutger Kopland.

,,Aan dat gedicht heb ik onder andere te danken dat ik werd aangenomen. Ik denk dat ik het met kwetsbaarheid heb voorgedragen. 't Is heel mooi compact:

'Ga nu maar liggen liefste in de tuin,

de lege plekken in het hoge gras, ik heb

altijd gewild dat ik dat was, een lege

plek voor iemand, om te blijven.'

,,Een mooi verlangen schuilt daar in; iedereen wil natuurlijk belangrijk voor een ander zijn. 'Een lege plek om te blijven', een wereld willen creëren waarin je je kunt verliezen.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden