Geestelijke verzorging zorginstellingen wordt steeds sterker multicultureel

AMSTERDAM - Komt straks de imam, als ik in het ziekenhuis een geestelijke verzorger aan mijn sponde ontbied en mijn afdeling toevallig tot diens territoir behoort? Het is de consequentie van een geestelijke verzorging die in de volgende eeuw 'multireligieus' zal zijn.

Zover is het nog niet. Imams en pandits als geestelijke verzorgers in zorginstellingen zijn nog schaars gezaaid en voorlopig zijn zij noch de patiënten toe aan 'territoriale' zorg; hun bemoeienis blijft beperkt tot de eigen achterban. “Maar dat kan veranderen en misschien eerder dan we denken,” zegt ds. Ari van Buuren, vice-voorzitter van de Vereniging van geestelijke verzorgers in zorginstellingen (VGVZ) en hoofd van deze dienst in het Academisch Ziekenhuis Utrecht. “In het AZU komt binnenkort een imam werken en begint een onderzoek naar multi-culturele geestelijke verzorging.”

De VGVZ bestaat 25 jaar en dat wordt vandaag in Amersfoort gevierd met een studiedag: 'Geestelijke verzorging na 2000....het zal ons een zorg zijn'. Het programma vermeldt lezingen en een forum, maar ook de verschijning (symbolisch, het is nog niet klaar) van het eerste 'Handboek Geestelijke Verzorging in zorginstellingen' (uitg. Kok), zo'n 1000 pagina's over de geschiedenis, definitie, samenhang, identiteit, werkvelden.

Een blik in de geschiedenis maakt duidelijk dat zorg voor de zieke mens sinds de vroegste tijden nauw was verbonden met godsdienst, welke dan ook. Tegelijk verschilt de geestelijke verzorging in zorginstellingen (ziekenhuizen, verpleeghuizen etc.) van het jaar 2000 hemelsbreed met die van amper honderd jaar terug. De kloosterzuster en diacones van destijds kregen geen salaris, want “uw loon is dat gij dienen moogt”. Die zin om te glimlachen vind je wel in het handboek, maar zeker niet in het handvest van de VGVZ.

In 25 jaar is zij uitgegroeid tot een volwassen beroepsvereniging met 650 leden, verdeeld over vier sectoren, bloedgroepen (joods, katholiek, protestants, humanistisch); zij heeft een tijdschrift, duidelijke ideeën over beroepsprofiel, kwaliteit, professionaliteit, opleiding, verhouding tot de 'marktpartijen' (overheid, zorgfederatie, verzekeraars, patiëntenverenigingen) en de achterban (kerken, humanistisch verbond).

Ari van Buuren probeert nog eens uit te leggen hoe het nu zit. Onlangs vernam hij dat de Duitse zustervereniging onderscheid maakt tussen Krankenseelsorge en Krankenhausseelsorge. Het eerste hoort bij het basispastoraat, hij en zijn collega's zijn er voor het laatste, dat is ingebed in de organisatiestructuur van het ziekenhuiswezen. Geestelijke verzorging, en daar is deze jaren hard voor gevochten, vormt een onderdeel van het 'zorgpakket' van de zorginstelling. Het hoort erbij, zij het op een iets andere manier dan wat artsen en verpleging doen. Patiënten hoeven niet naar de g.v. Anders dan de arts, de diëtist en de pillen behoort de g.v. niet tot het 'protocol'. Maar een zichzelf respecterende instelling heeft het in de aanbieding en volgens de komende wetgeving hoort dat ook zo.

Geen zendeling

De dames en heren g.v.'s zijn dan ook in dienst van de instelling; Van Buuren wordt niet moe het te onderstrepen: wij zijn niet in dienst van een kerk, geen zendeling, geen behartiger van levensbeschouwelijke belangen. Tegelijk is de band met de achterban toch een voorwaarde voor een aanstelling. Van Buuren weet het: zowel ter rechterzijde als onder buitenkerkelijken leeft het idee dat de dominee of de priester in het ziekenhuis een (door de eigen kerk bezoldigde) functionaris zou moeten zijn. Maar dat doet geen recht aan de ontwikkelingen, zegt hij. Het patiëntenbestand in de zorginstelling weerspiegelt onze samenleving: heel het geseculariseerde vaderland ligt daar bij en door elkaar.

En toch komen daar dezelfde vragen van zingeving, dood en leven, schuld, relaties op. Dat is de paradox: de binding met kerkelijke instituten neemt af, maar de vraag naar geestelijke verzorging groeit. Van Buuren wil echter de binding met zijn achterban niet kwijt. Hij is niet de 'man van de kerk', maar hij staat wel in en komt voort uit de traditie van die kerk, die hem bovendien 'ambtelijk' ook enige rituele en liturgische bevoegdheden geeft.

Is dit per saldo toch niet teveel van het professionele en te weinig van het ambtelijke? Van Buuren vindt dit een (te) kerkelijke vraag; hij wil ìn dat spanningsveld blijven. Maar er zijn ook collega's die helemaal af willen van elke binding met een kerk of het HV, net zo in dienst van de zorginstelling als diëtisten, verpleegkundigen, psychiaters, activiteitenbegeleiders en schoonmakers. Het gaat de instelling immers om kwaliteit en professionaliteit; daar past geen vetorecht voor een kerk in.

Geestelijke verzorgers die elke ambtelijke binding afwijzen vinden kerkelijke vingers in de pap achterhaald en denken 'algemeen geestelijk verzorger' te kunnen zijn. De rozenkrans bidden, een psalm lezen, een zieke zalven, of iets new-ageachtigs doen, zelfs paar verzen uit de Koran reciteren - alles bij de prijs inbegrepen.

Menigeen gruwt van zulke neutrale zingevingsexperts, op de Podium-pagina van Trouw door Theo Boer onlangs genoemd een “nieuwe priesterkaste van mensen die nog nooit een kerk van binnen hebben gezien”. Deze lieden hebben overigens inmiddels al wel hun eigen beroepsvereniging, vernoemd naar de Franse filosoof en schrijver Albert Camus.

Wat vindt Van Buuren hiervan? Polarisatie tussen zijn VGVZ en 'Albert Camus' vindt hij verspilling van energie en een concurrentiestrijd 'heilloos'. Bovendien bundelt de VGVZ werkers binnen de gezondheidszorg en AC mensen in zeer uiteenlopende settingen. AC is voor hem “een uitdaging, misschien ook een interessant gespreksplatform”, maar hij houdt vast aan de 'ambtelijke profilering': “daarover zijn we het als confessionele en humanistische g.v.'s eens.

Hij gelooft niet in neutrale allrounders, want dat is kleurloos en niet helemaal eerlijk. Hij typeert zichzelf: “een buitenkerkelijke dominee.”.

Deze problematiek gaat hand in hand met verschillende visies op de vereiste opleiding van de g.v. De VGVZ eist van haar leden een universitaire opleiding - theologie of humanistiek; maar wat als de zorginstelling liever een goedkopere HBO-zingevingsexpert neemt? De kerken zijn niet duidelijk over de status die zij HBO-theologen willen geven en straks komen met de imams en pandits ook niet-academisch opgeleiden de instellingen binnen.

Ari van Buuren ziet de zorginstellingen als plekken waar kerken meer van kunnen leren dan ze doen. Als dominee in Zoetermeer was hij actief in de plaatselijke oecumene, maar pas in de ziekenhuiswereld leerde hij echt de katholieke spiritualiteit en de humanistische benadering kennen. Aan het bed wijkt vaak het debat, het formele voor het gesprek, verkeert de breedte in diepte. Geestelijke verzorging is zoiets als het mobiliseren van de zielekrachten, vindt Van Buuren. Hij noemt een voorbeeld “Een vrouw is opgenomen met klachten aan haar blaas. Ongetrouwd is ze, maar er is goed contact met kinderen van een overleden zus. Ze vraagt of ik met haar wil bidden. Wat ken je elkaar? Daarom vraag ik altijd , wàt iemand wil bidden. Ze noemt ter intentie haar andere zus, die doofstom is en psychiatrisch patiënt, maar die ze niet zoals anders wekelijks kan bezoeken. Stil huilend bidt ze mee. Bidden is bij uitstek pastoraal. Door te vragen wat iemand gebeden wil hebben kom en blijf je heel dichtbij de ziel, bij wat daarin voorgrond is.”

Zelfs in het meer uitgesproken kerkelijk werk (vieringen) heeft de g.v. een eigen deskundigheid die een 'gewone' basispastor dikwijls mist. Een kerkdienst leiden en preken in een ziekenhuis is anders dan in een kerk, minder theologisch, meer toegespitst op de grenssituatie.

Vrijplaats

Tot voor kort beschouwden g.v.'s hun werk in de intramurale gezondheidszorg als een vrijplaats: de strikte vertrouwelijkheid zou hen ontslaan van de plicht zich te verantwoorden. Dat is aan het veranderen: het beroepsgeheim komt niet in gevaar door uitvoerige kwantitatieve en kwalitatieve verslaggeving aan staf, directies, verzekeraars - en aan de kerk als zij wil.

In de komende jaren zal de geestelijke verzorging steeds meer multicultureel worden en nog meer verankerd zijn binnen de instelling zelf en zo een steeds duidelijker plek veroveren “op de markt van welzijn en geluk”, verwacht Van Buuren.

Ter ere van het zilveren jubileum van de VGVZ is onder de leden een essaywedstrijd gehouden. Die heeft prachtige beschrijvingen van mensen en van roerende ontmoetingen opgeleverd, maar weinig zelfreflectie, zo wordt gezegd. Van Buuren knikt: er doen ook maar weinig leden een beroep op het eigen studiefonds van de VGVZ. Wij zijn “werkers in de hitte van de dag,” zegt hij. Van patiënten kunnen de g.v.'s leren dat dat op den duur geestelijk niet gezond is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden