Geestelijke verzorgers willen meer dan profane profi's zijn

Van een onzer verslaggevers AMERSFOORT - Geestelijke verzorg(st)ers hebben de laatste jaren zoveel gedaan aan 'professionalisering, positionering en profilering' dat sommigen moe zijn geworden van de drie P's en vragen: zijn we niet te profaan bezig, te weinig spiritueel en inhoudelijk?

Kwaliteit en professionaliteit versus identiteit en spiritualiteit: wie die termenparen zo ronduit tegenover elkaar zet komt natuurlijk nergens; maar de jaarvergadering van de vereniging van geestelijke verzorgers in zorginstellingen (VGVZ) wijdde gisteren in Amersfoort een studiedag aan deze spanning en aan het onvermijdelijke antwoord: spiritualiteit kan de kwaliteit van de geestelijke verzorging verhogen en de geestelijke verzorger zal een betere professional worden als hij/zij ook zichzelf 'geestelijk verzorgt'.

Voorzitter A. C. H. Hanrath van de VGVZ erkende dat de strategie van de drie P's de vereniging geen windeieren heeft gelegd: de beroepsgroep zit er bij alle bezuinigingen in de zorgsector redelijk goed bij: geestelijke verzorging maakt deel uit van het basispakket zorg dat de instellingen, de overheid en de zorgverzekeraars in de aanbieding hebben. Op de lauweren rusten is er niet bij, want nieuwe ontwikkelingen dienen zich alweer aan. Zieken worden nu zo gauw mogelijk het ziekenhuisbed uitgedreven, terug naar huis, met eventueel ambulante verpleging; betekent dat op den duur parallel emplooi voor ambulante geestelijke verzorging?

Hanrath onderstreepte nog maar eens het punt dat nu al enige jaren voor verdeeldheid zorgt met de ongebonden, doorgaans niet-academisch geschoolden in de vereniging Albert Camus - in deze krant al eens weinig vleiend geschetst als “een nieuwe priesterkaste” die wat weet van psychologie, geestelijke stromingen en communicatie, maar “nog nooit een kerk van binnen heeft gezien” en waaraan sommigen de zieken willen overleveren.

Een academische opleiding acht drs. Hanrath c.s. echter voor dit beroep noodzakelijk. Maar ook die andere dimensie, het in het ambtelijke, de eigen traditie gebonden en van daaruit gezonden zijn vindt hij wezenlijk: “Een ongebonden geestelijke verzorging is een tegenspraak in zichzelf,” aldus Hanrath, die ook liever 'pastor' dan geestelijk verzorger heet.

Dr. D. Tieleman, docent praktische theologie in Kampen en als pastoraal supervisor betrokken bij de opleiding van geestelijke verzorgers, hield een pleidooi voor wat hij noemde een 'postmoderne spiritualiteit' en een narratief geïnspireerde, een verhalende geestelijke verzorging. Wat hem betreft komt er nieuwe dialoog, een nieuwe communicatie tussen degenen die zich in hun eigen spirituele leven wèl en degenen die zich niet van het woordje God bedienen. In beide gevallen immers gaat het om de (zorgbehoevende) mens, de humanisering van diens omstandigheden en van de cultuur. 'God' niet als het antwoord op alle vragen, maar als de kritische vraag bij onze antwoorden. In de geestelijke verzorging ziet Tieleman een voorhoede van een spiritualiteit die over de grenzen van religies en culturen kan heenreiken.

Freud wilde de mens bevrijden van de verbeelding, die hij als kinderlijke projectie zag. Daartegen pleit Tieleman - overigens geheel in lijn met ontwikkelingen na Freud - voor de “verbeelding als instrument èn ruimte (...) met het oog op mens en humanisering.” Het zijn volgens hem zowel antireligieus rationalisme als religieus dogmatisme die de inzet voor menselijkheid blokkeren. Dichterlijk en met verbeelding spreken over God “om de impasse van onverstaanbaarheid, onvoorstelbaarheid en onverschilligheid te doorbreken”, sprak Tieleman wijlen ds. Okke Jager na.

Drs. Sjaak Körver is een jonge pastor in een psychiatrisch ziekenhuis, maar voor zijn vakbroeders en -zusters had hij een college werken aan de eigen spiritualiteit, compleet met sheets en matrixen en punten om dat allemaal helder te ordenen. Wat is spiritualiteit trouwens? Körver ontleent zijn definitie aan prof. J. Firet: de persoonlijke en/of gemeenschappelijke fundamentele, min of meer continue levensoriëntatie van religieuze aard. “Kan die religieuze aard er niet af?”, onderbrak een humanistisch raadsman op de eerste rij. Nee, dat kon niet, doceerde Körver streng. Spiritualiteit is ruim, maar niet te ruim.

In een strak schema wees Körver op vier noodzakelijke elementen voor 'spiritualiteit': gebed (vragend in de wereld staan), meditatie (verwijlen, beschouwelijkheid, ontvankelijkheid), ascese (oefenen in vrijheid), cultus (gemeenschappelijk aspect).

Die vier aspecten van spiritualiteit kun je alle vier weer kruisen met vier aspecten van kwaliteit: methode, organisatie, omgeving, relationeel. En dat dan weer tweemaal: zowel richting cliënt als naar de eigen ziel en binnenkant. Doen we de juiste dingen? En doen we de juiste dingen goed?, zo vatte hij het samen.

Misschien was het op een VGVZ-dag nog niet eerder voorgekomen dat een spreker zo expliciet de vraag aan de orde stelde hoe het stond met het gebed, de meditatie, de ascese en de deelneming aan de 'cultus' van de geestelijke verzorger zelf.

Maar de spanning tussen de diverse polen in de geestelijke zorg is natuurlijk vaker gevoeld, verwoord, bediscussieerd. Zo sprak prof. M. den Dulk vorig jaar op het zilveren feest van de vereniging van de “creatieve wederkerigheid tussen de eigen traditie en de algemene humanitaire zorg”.

In het thema van de bijeenkomst van gisteren was het verdicht tot een dubbelzinnig motto: 'Bron van zorg', nog nader uitgewerkt tot een vraag: 'De Bron van zorg...een bron van zorg?' Deze redactie heeft zelf een onderscheid aangebracht in hoofd- en kleine letters.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden