Jezuïeten

Geestelijke hulp voor misdadigers uit de oorlog

Jezuïet Franciscus Xaverius Dirks die een 'smaakvolle kerstkaart' stuurde naar Willy Lages.Beeld TR Beeld

Gevangenen verdienen geestelijke bijstand, ook als die gevangenen oorlogsmidadigers zijn. Dat vond in ieder geval bisschop Mutsaerts, die in 1944 de jezuïeten vroeg die taak op zich te nemen.

Het waren vrijwel allemaal jonge jongens, nog maar net priester gewijd. Broekies in de ogen van hun collega's. Maar ze kregen wel meteen de moeilijkste klus in hun maag gesplitst: geestelijke bijstand verlenen aan politieke delinquenten, 'foute' Nederlanders die in de oorlog met de Duitsers hadden gecollaboreerd en die nu in interneringskampen werden vastgehouden.

Jarenlang droegen deze jezuïeten de mis op in de kampen, hoorden biecht en zorgden dat overleden oud-leden van de SS en de NSB een nette begrafenis kregen. "Het is een moeilijk pastoraal werkveld, waarbij de jezuïeten in de frontlinie stonden", zegt kerkhistoricus Joep van Gennip, archivaris van de Nederlandse jezuïeten. "Het was geen dankbaar werk. Maar uiteindelijk hebben ze daar toch goed werk kunnen verrichten."

Van Gennip (37) maakte een studie naar deze vrij onbekende periode uit de geschiedenis van de jezuïeten. Zijn bevindingen komen in een verzamelbundel over Nederlandse religieuzen in de oorlog, die aan het einde van dit jaar verschijnt. Van Gennip stuitte onder meer op tot nu toe onbekend gebleven brieven waarin oorlogsmisdadigers tegenover die jezuïeten getuigen van hun herwonnen geloof. Vrome, zoete lectuur, maar volgens Van Gennip 'fascinerend' om te lezen.

In 1944 vroeg de bisschop van Den Bosch, Wilhelmus Mutsaerts (1889-1964), de jezuïeten de pastorale zorg op zich te nemen in het interneringskamp Vught, een van de eerste bewaarplaatsen voor 'foute' Nederlanders. Dat was niet zo gek gedacht, aangezien de orde een retraitehuis in Vught had. Bovendien paste het bezoeken van gevangenissen goed in de traditie van de jezuïeten om te werken onder kwetsbare groepen.

Een van de eerste jezuïeten die zich in Vught meldde, was de later zo bekend geworden Jan van Kilsdonk (1917-2008). Hij vond hier zijn roeping: mensen bijstaan die door de maatschappij waren uitgestoten. Alleen al in Vught zaten 11.000 politieke delinquenten vast. Van Kilsdonk vond dat zelfs diegenen die de zwaarste misdaden hadden gepleegd, eerbied verdienden. Elke dag wachtte hij de mensen op die terugkwamen van hun dwangarbeid in de Philips-fabrieken in Eindhoven en vroeg hoe het was gegaan.

Anton Mussert
Uiteindelijk hebben volgens Joep van Gennip eenentwintig Nederlandse jezuïeten bemoeienis gehad met politieke delinquenten, over heel Nederland verspreid. Zo was de jezuïet Willem Beemsterboer een van de drie geestelijke verzorgers die Anton Mussert bijstonden in de laatste weken van zijn leven in de strafgevangenis van Scheveningen, beter bekend als het Oranjehotel. De NSB-leider omschreef Beemsterboer 'als een mij zeer sympathieke persoonlijkheid, met wie ik ook diepgaande gesprekken heb'.

Tekst loopt door onder foto.

De brief van Willy Lages aan Franciscus Xaverius Dirks.Beeld TR Beeld

In diezelfde gevangenis zat ook een ander NSB-kopstuk, Robert van Genechten, die op 17 oktober 1945 ter dood werd veroordeeld. Een van de laatste briefjes die hij schreef was aan pater Ruud van Niekerk die hem had bijgestaan. 'Ik ben in een lang pijnigende gedachtegang tot de conclusie gekomen dat ik zelf de sententie van het Bijzonder Gerechtshof moet ten uitvoer leggen en niet nu kan volstaan geen gratie te vragen.

Dit alleen lost alle kwesties op. [...] Ik heb in Christus veel troost gevonden al ben ik tenslotte niet tot het geloof doorgedrongen. Ik betreur diep dat ik niet vroeger bij het katholicisme ben gebleven, het zou mijn leven gelukkig hebben gemaakt.'

Een dag later hing hij zich op in zijn cel.

Het ging de jezuïeten er niet om de gevangenen continu hun misstappen en misdaden uit het verleden in te wrijven. Van Gennip: "Ze wilden hen heropvoeden, zorgen dat ze een goede plek kregen in de naoorlogse maatschappij en ze tegelijkertijd wapenen tegen het communisme.

De angst om door de Russen onder de voet te worden gelopen was in Nederland wijdverspreid, niet alleen onder politieke delinquenten, maar ook onder jezuïeten. De katholieke kerk zou als enige in staat zijn weerstand te bieden tegen het rode gevaar. In die zin vonden ze elkaar." Maar, zegt Van Gennip, "ook het winnen van zieltjes speelde een grote rol."

Foute kerkkunst
De bemoeienissen van de jezuïeten gingen zover dat ze na de oorlog 'foute' kunstenaars aan opdrachten hielpen om hen zo aan het werk te houden. Hun werk kwam in de kerken en colleges van de jezuïeten te hangen. Alles voor de goede zaak.

Een van de meest kleurrijke jezuïeten op wie Van Gennip stuitte, was Franciscus Xaverius Dirks (1904-1989). Als enige jezuïet die collaborateurs bijstond, heeft hij zijn geestelijke aantekeningen bewaard, een unieke bron voor onderzoek. De preken, retraites en lezingen die hij in kamp Vught hield, gingen over schuld en berouw; maar ook hij waarschuwde geregeld tegen het communisme.

Uiteindelijk kwam Dirks ook terecht in de gevangenis van Breda. Daar maakte hij kennis met Willy Lages, oud-hoofd van de Sicherheitspolizei en een van meest beruchte oorlogsmisdadigers van ons land. De Duitser was verantwoordelijk voor de deportatie van tienduizenden Joden en zat achter de arrestatie van Hannie Schaft. Lages werd ter dood veroordeeld, maar koningin Juliana weigerde het vonnis te ondertekenen. Zijn straf werd omgezet in levenslange gevangenisstraf.

In zijn gesprekken met Dirks liet Lages doorschemeren dat hij het goede pad had teruggevonden en zich bekeerd had. Lages, die eigenlijk Lutheraan was, ging zelfs over tot het katholicisme en ontving van de pauselijke vertegenwoordiger in ons land in zijn cel het heilig vormsel. Joep van Gennip ontdekte een tot nu toe onbekende brief van Lages aan pater Dirks uit 1962 waar de vroomheid vanaf druipt.

Oorlogsmisdadiger Willy Lages.Beeld anp

Het contact tussen de twee moet innig zijn geweest, want Lages begint de brief met te bedanken voor 'de buitengewoon smaakvolle kerstkaart' die hij van de jezuïet mocht ontvangen. Hij beschrijft zijn liefde voor Maria en doet verslag van de geestelijke lectuur die hij tot zich neemt. Verder schrijft hij Dirks erkentelijk te zijn 'voor de tien jaar waarin u niet alleen mij, maar ook vele anderen het geloof bracht en daarnaast ook kracht en onverwoestbaarheid'.

Van Gennip: "Wat mij zo fascineert aan dit soort brieven, is dat je er nooit een vinger achter krijgt. Er zal best wel iets oprechts achter zitten, maar was veel van die vroomheid toch niet geveinsd? We weten het niet. Mensen als Lages gingen in hun eigen waarheid geloven. Dit was hun manier om in het reine te komen met hun verleden.

Maar al die vroomheid kon er ook voor zorgen dat ze bij de gevangenisdirecteur in een goed blaadje kwamen te staan, en wie weet zouden dan de omstandigheden verbeteren waaronder ze gevangen werden gehouden. In die zin speelde opportunisme waarschijnlijk ook een rol. Dat hadden die jezuïeten overigens heel goed door."

Nog lang contact
Midden jaren vijftig werden de interneringskampen gesloten, een paar oorlogsmisdadigers bleven vastzitten in gevangenissen. Dirks hield nog lang contact met Lages, die uiteindelijk in 1971 als vrij man in Duitsland stierf. De meeste jezuïeten die politieke delinquenten hadden bijgestaan, deden toen allang wat anders. Zo ging Van Kilsdonk in Amsterdam onder studenten werken. Pater Dirks bleef overal in Europa gevangenen bezoeken en eindigde als toeristenpastor in Benidorm.

Ook een bijzondere vorm van pastoraat.



Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden