Column

Geest van gelijkheid is dringend gewenst

Montesquieu Beeld Wikimedia

Het kabinet-Den Uyl (1973-1977) was het laatste dat hardop droomde van een maximuminkomen. Het gaf zelfs concreet de hoogte aan: vijf keer het minimumloon, een plafond dat de beroemde econoom Jan Tinbergen had bepleit. Het is bij dromen gebleven. Het gevolg: de bankiers van ABN Amro, nog niet eens de best betaalde bestuurders in deze sector, genieten een inkomen dat om en nabij vijftig keer het minimumloon is.

Den Uyl en Tinbergen draaien zich om in hun graf, en terecht. Het is niet eens nodig de morele kant erbij te halen, om vast te stellen dat zulke verhoudingen in een democratische samenleving ongepast en riskant zijn. Voor Den Uyl was de grondgedachte van zijn politieke optreden 'de boel bij elkaar houden'. Daar is vaak lacherig over gedaan, maar de sociaal-democraat raakte daarmee aan de essentie van het democratische systeem, de geest van gelijkheid.

Gelijkheid is in de westerse wereld geen populair begrip, maar volgens Montesquieu, de vader van de moderne democratie die leefde van 1689 tot 1755, kan deze staatsvorm zonder de geest van gelijkheid niet bestaan. Zij is de drijfveer en maakt het beslissende verschil met systemen waarin 'de constant geheven arm van de despoot alles regelt en bedwingt'.

Moeilijk systeem
Voor de democratie is een extra deugd noodzakelijk, niet zozeer in morele als wel in politieke zin, en dat is 'de liefde voor de publieke zaak'. Het is daarom ook een moeilijk systeem, omdat de bestuurders zich aan dezelfde wetten moeten houden als de bestuurden. Op hun beurt moeten de bestuurden het gezag van gelijken accepteren. Er zijn recente voorbeelden genoeg van ontsporingen aan beide kanten.

Montesquieu doelde niet alleen op gelijkheid voor de wet, die al een opgave is; hij achtte ook een geest van soberheid essentieel. Te grote ongelijkheid zou een ontwrichtend effect hebben op de democratische samenleving - zijn landgenoot Piketty heeft het niet van een vreemde. De familie Rockefeller in Amerika handelde in de geest van Montesquieu door haar oliefortuinen weer ten goede te laten komen aan de cultuur en de wetenschap en daarmee aan de natie. Maar is deze geest nog vaardig over de fortuinlijken van nu?

In Nederland kan de groei van de SP worden beschouwd als scherp politiek signaal dat de ongelijkheid te groot is geworden. De partij bedrijft retoriek die nog doet denken aan de oude CPN, maar het is te eenvoudig de roep om gelijkmatiger verhoudingen af te doen als 'socialistisch jaloeziedenken'.

Hans Wiegel, VVD-voorman in de jaren zeventig, wierp dit Den Uyl graag voor de voeten en daar zat toen wel wat in. In die tijd was de inkomenskloof althans nog niet zo groot en lukte het de regering nog de achterblijvende salarissen van ambtenaren in enkele ronden op te trekken naar het niveau van het bedrijfsleven. Nu zou dat onbegonnen werk zijn, wat aangeeft dat wie naar zakkenvullers zoekt niet op het Binnenhof en omgeving moet wezen.

Publieke zaak
Anders dan de SP suggereert, vormt Nederland, zeker vanuit Amerikaanse ogen, een zeer egalitaire samenleving met een brede middenklasse. Maar wat in de kwestie-ABN Amro steekt, is dat de samenleving nog altijd de rekening betaalt voor de fouten en het geknoei van banken, terwijl de bestuurders al weer de gebraden haan uithangen. Dat getuigt van een totaal gebrek aan liefde voor de publieke zaak. In politiek-ambachtelijke zin geldt hier het woord van Joseph Fouché, een berucht politicus uit de tijd van de Franse Revolutie: 'Het is erger dan een misdaad, het is een fout'.

De kwestie-ABN Amro zou aanleiding moeten zijn voor een herwaardering van het gelijkheidsbegrip, dat te zeer belast is geraakt met de duistere geschiedenis van het communisme. In het Westen wordt de democratie als uitdrukking van het politiek-sociale leven bijna exclusief gekoppeld aan het begrip vrijheid. Na de val van de Muur nog meer dan voorheen. Het gevolg is dat gelijkheid wordt geassocieerd met gelijkvormigheid en collectivisme, die de individuele vrijheid bedreigen. De bankiers laten zien dat vrijheid ontaardt als zij niet wordt begrensd door de liefde voor gelijkheid.

Van de VVD is het misschien wat veel gevraagd haar naam te veranderen in Volkspartij voor Vrijheid en Gelijkheid, maar dat zou geheel in de geest van Montesquieu zijn. Nu is het politieke begrip gelijkheid exclusief in handen van de SP en maakt het deel uit van de lichtelijk overspannen retoriek van deze partij. De opgave voor de komende tijd is vrijheid en gelijkheid weer in balans te brengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden