Geest gegijzeld door schaarste

Als mensen iets tekortkomen, gaat hun geest anders werken. Waar het ook aan schort - geld, sociale contacten, tijd - de effecten komen op hetzelfde neer: tunnelvisie en blinde vlekken.

TEKST WYBO ALGRA

Te veel aan uw hoofd, geen cent te makken? Lees dit boek: 'Schaarste. Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen'. Het is een wetenschappelijke zoektocht naar het antwoord op de vraag waarom de armen maar niet rijker worden. Maar ook waarom mensen zich zo moeilijk ontworstelen aan een te druk bezette agenda, of aan eenzaamheid.

Al die vormen van schaarste - aan geld, aan tijd, aan sociale contacten, of aan calorieën, bij iemand die aan het lijnen is - hebben gemeen dat ze iets doen met de geest. Schaarste heeft, ontdekten de auteurs, zijn eigen psychologie. Dat verbindt henzelf als drukbezette Amerikaanse wetenschappers met mensen aan de andere kant van de wereld die rond moeten komen van een dollar per dag: heel andere problemen, maar soortgelijke psychologische effecten.

Die auteurs zijn Harvard-econoom Sendhil Mullainathan en Princeton-psycholoog Eldar Shafir. De laatste was deze week in Amsterdam voor de promotie van de Nederlandse vertaling van het boek. "Veel economen", legt hij uit in de lobby van zijn Amsterdamse hotel, "kijken op een vrij rechttoe rechtaan manier naar armoede. Arme mensen maken kosten-batenafwegingen, bewust of onbewust, volgens een onverbiddelijke economische logica. En dan beslissen ze. Ze reageren dus ook heel rechtstreeks op financiële prikkels. Geef ze meer kinderbijslag en ze krijgen meer kinderen. Verlaag de WW-uitkering en ze zoeken harder naar werk."

En psychologen? "Die hebben eigenlijk geen alomvattende armoedetheorie", zegt Shafir. "Maar anders dan economen, denken ze wel dat arme mensen anders in elkaar steken dan rijke mensen. Emotioneel, levend van dag tot dag, in een armoedecultuur van slecht ouderschap, in slechte buurten."

Warrig en inconsistent
Wat als, dachten Shafir en mede-auteur Mullainathan, de psychologen en de economen het allebei bij het verkeerde eind hebben? Dat arm en rijk op elkaar lijken, zonder zich daarbij altijd aan economische logica te houden? Dat ze soms rationeel zijn, en soms warrig, inconsistent en vooringenomen? Heel revolutionair is dit overigens niet - de gedragseconomie is gebaseerd op het uitgangspunt dat mensen basale economische wetten en voorspellingen soms met voeten treden.

Mullainathan en Shafir kwamen uit op een tamelijk universeel mensbeeld voor rijk en arm - maar niet helemaal. Arme mensen vertonen toch wat ander gedrag dan rijke mensen, moesten ze constateren. Ze maken vaker ernstige vergissingen. Ze werken zichzelf bijvoorbeeld in de nesten door het ene financiële gat met het andere te vullen via dure leningen. Ze besteden minder aandacht aan hun kinderen. En ze nemen vaker voorgeschreven medicijnen niet in.

"Je kunt dus toch niet zeggen dat ze als ieder ander zijn", concludeert Shafir. "Ze leven in een context van te weinig hebben, en dat beïnvloedt hun psychische gesteldheid." Dat is niet omdat deze arme mensen in wezen anders in elkaar steken, benadrukt hij, maar omdat schaarste letterlijk het denkvermogen beperkt: een kwestie van mentale bandbreedte, een begrip dat veelvuldig opduikt in het boek.

'Schaarste' levert het wetenschappelijke bewijsmateriaal voor deze schaarste-psychologie. Daarbij putten de auteurs rijkelijk uit eigen onderzoek en dat van anderen, recent en al wat ouder: de stroom is onuitputtelijk.

Zo vroegen de geallieerden zich aan het einde van de Tweede Wereldoorlog af hoe ze bij hun opmars door de bezette gebieden moesten omgaan met de vele uitgehongerden. Konden die gelijk een volledige maaltijd aan of was het beter om het rantsoen geleidelijk op te bouwen? Aan de universiteit van Minnesota werd daarom een experiment opgezet met vrijwilligers die zelf eerst maar eens op een minimaal dieet werden gezet.

Fixatie op eten
Terwijl de kilo's er af vlogen, raakten de deelnemers - gewetensbezwaarden die op deze manier hun steentje bijdroegen - volledig gefixeerd door eten. Dat ze hun borden aflikten zal geen verbazing wekken. Maar wat opviel was hoe ver hun obsessie voor voedsel ging: hun geest werd er compleet door gegijzeld. Als ze naar de film gingen, letten ze uitsluitend nog op scènes waarin werd gegeten. Ze verslonden kookboeken, ze maakten plannen om een restaurant te beginnen.

Soortgelijke effecten treden op onder veel minder extreme omstandigheden, zelfs na het overslaan van de lunch. Proefpersonen kregen rond lunchtijd in het laboratorium woorden op een scherm te zien die supersnel voorbij flitsten: de woorden bleven maar 1/30ste seconde in beeld. Het ging er om of de deelnemers die woorden registreerden. De resultaten waren opvallend. Mensen die wel of niet hadden geluncht, brachten het er ongeveer even goed van af met woorden als 'hoek' en 'boek'. Maar een woord als 'koek' werd door de hongerlijders veel vaker herkend dan degenen die hun broodje al achter de kiezen hadden. Een duidelijke aanwijzing, volgens Mullainathan en Shafir, dat hun gedachten onbewust al werden gestuurd door schaarste.

Zoals ze zelf al wisten uit eigen ervaring, is zo'n 'tunnelvisie' niet alleen maar negatief. Ver voor een deadline waren ze lang niet zo productief als wanneer de tijd begon te dringen. Schaarste helpt om te focussen. Tegelijkertijd wordt al het andere veronachtzaamd.

Dat levert de paradoxale situatie op dat arme mensen de prijs van een kop koffie tot op de cent nauwkeurig weten, en tegelijkertijd voor de langere termijn soms zulke slechte financiële beslissingen nemen, betogen de auteurs. Alle aandacht is gericht op het hier en nu, op de volgende paar euro's. Ze nemen hun toevlucht tot flitskredieten om hun acute problemen op te lossen, terwijl die op de langere termijn het probleem verergeren doordat de oplopende rentelasten als een molensteen om hun nek hangen.

Schaarste leidt tot een gevaarlijke tunnelvisie, is de keer op keer herhaalde boodschap. Dat geldt in de echte wereld en in het laboratorium. Bij een Angry Birds-achtig videospelletje moesten spelers met een virtuele katapult bosbessen afvuren op wafels. Sommige deelnemers kregen veel bosbessen om mee te schieten, anderen weinig. Degenen die weinig bosbessen kregen schoten vaker raak: een kwestie van focussen. Maar toen ze de mogelijkheid kregen om bosbessen te lenen, maakten ze daar ook veel gretiger gebruik van dan de 'rijke' spelers. Schaarste, is de conclusie, brengt mensen ertoe om te lenen en trekt ze daarmee nog dieper de schaarste in. Zelfs je arm voelen, bij een eenvoudig spelletje, roept al zo'n effect op.

Terugval
Het is de fuik die Mullainathan en Shafir zagen bij straatverkopers in Chennai, India, die elke ochtend geld leenden om voorraad in te kopen. Dat geld moesten ze 's avonds met een hoge rente terugbetalen, waardoor hun winst voor een flink deel verdampte. Het dagelijks opzij leggen van een klein beetje geld zou al na een dag of dertig kunnen helpen om die cyclus te doorbreken, waardoor hun welvaart met sprongen vooruit zou gaan, maar daar kwam het niet van. Een experiment met het in één keer afbetalen van hun schulden bleek slechts tijdelijk te werken: de een na de ander viel terug in het oude leengedrag.

Een van de antwoorden op schaarste is, zegt Shafir, een beetje speelruimte. De straatverkopers kwamen niet uit de armoede omdat ze steeds op de rand balanceerden: "Het probleem voor arme mensen is vaak dat elke euro eigenlijk al een bestemming heeft. Er hoeft maar dát te gebeuren of het geld is alweer op, waarna ze tegen een hoge rente geld moeten lenen, en het van kwaad tot erger gaat."

Een agenda die van minuut tot minuut is volgestouwd, heeft een soortgelijk effect. Een beetje tegenslag in het verkeer, een onverwacht telefoontje, en alles loopt in het honderd. "Waarna je een afspraak moet verzetten naar morgen - je leent dus eigenlijk tijd, die je morgen ook niet hebt." Als er iets is wat hij van zijn eigen boek heeft geleerd, dan is het dat: elke dag houdt hij een paar halve uurtjes vrij, voor wat zich ook maar mag voordoen. "Het gaat tegen je intuïtie in. Maar zo'n half uurtje redt je dag." Dat, zegt Shafir, is een van de persoonlijke lessen die hij uit zijn eigen boek heeft getrokken.

Is de schaarste-psychologie ook toepasbaar voor armoedebeleid? Is het bijvoorbeeld een goed idee om, zoals staatssecretaris Jetta Klijnsma wil, mensen in de bijstand verplicht vrijwilligerswerk te laten doen, vanuit de gedachte dat ze in ruil voor hun uitkering best iets terug mogen doen voor de samenleving, of kunnen ze dat er niet bij hebben? Shafir: "We moeten veel meer gaan beseffen dat mensen die arm zijn, op meerdere terreinen lijden onder schaarste. Ze hebben te weinig geld, maar ook te weinig bandbreedte. Je kunt ze best vragen om vrijwilligerswerk te doen - het is een goede manier om ze te betrekken bij de arbeidsmarkt. Maar je moet het wel op een manier doen waardoor je ze niet een grote extra belasting oplegt. Hou het simpel: vaste uren, makkelijk bereikbaar."

Want werken of juist zoeken naar werk, voor het huishouden en de kinderen zorgen, de rekeningen betalen, het moet allemaal binnen dezelfde bandbreedte, legt Shafir uit. "Dat wordt veel te weinig beseft. Een alleenstaande moeder die bij McDonald's werkt en op maandag te horen krijgt op welke uren ze op woensdag moet werken, is veel te veel bezig om snel opvang voor de kinderen te regelen. Geef haar vaste werktijden, en ze zal haar moederrol beter kunnen vervullen."

Nulurencontracten, met sterk wisselende werktijden en inkomsten: een ramp voor wie toch al zwaar onder druk staat om de eindjes aan elkaar te knopen. "Probeer juist arme mensen zoveel mogelijk stabiliteit te bieden. Realiseer je dat ze al op allerlei manieren zwaar worden belast. En probeer dingen zo te regelen dat je onnodige extra belasting voorkomt. Op die manier valt een enorme extra bandbreedte vrij te spelen."

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden