Geesink naar de rechtbank voor één euro

IOC-lid Anton Geesink beschuldigt Hans Blankert, oud-voorzitter van NOCNSF, van reputatiemoord. Voor de rechtbank eist hij voor herhaaldelijk beledigen in het openbaar een symbolische schadevergoeding van een euro.

AMSTERDAM - Anton Geesink hanteert de botte bijl zodra hij zijn idealen verkondigt en op vermeende misstanden wijst. Als het op zelf incasseren aankomt, mist het IOC-lid het vermogen dat hij ooit als judogigant op de mat bezat.

In de zeventien jaar dat Geesink zitting heeft in het IOC, heeft hij een niet aflatende strijd gevoerd tegen het NOC, later NOC-NSF. Met alle voorzitters van de sportkoepel was hij gebrouilleerd: Henk Vonhoff, Wouter Hui-bregtsen, Joop van de Reijden (interim) en Hans Blankert.

Geesink is de arbeider gebleven, de man met het sporthart die allergisch is voor de gevestigde orde. Dat benadrukte hij vorig jaar nog, toen het bestuur van NOC-NSF een burgemeester (Ruud Vreeman) naar voren schoof als opvolger van preses Blankert. Geesink stimuleerde (de uiteindelijk gekozen) Erica Terpstra zich tegenkandidaat te stellen.

Daar is niets mis mee, wel met de wijze waarop Geesink zijn vooroordeel uitsprak: ,,De voor te dragen kandidaat mag niet zijn iemand die behoort tot de thans veelbesproken categorie van 'kleptokraten', oftewel te goed verdienende 'captains of industry' die met een vrijwilligersfunctie willen bewijzen dat zij ook uit idealisme kunnen handelen. Dat is mijns inziens onmogelijk: idealisme zit in de genen en kan nooit door opportunisme zijn ingegeven.”

Vreemd genoeg voelt Geesink zich binnen het IOC prima op zijn plaats tussen dit soort mensen. Zijn enige probleem daar is dat hij financiële steun nodig zegt te hebben om zijn werk te kunnen doen. Vanaf de eerste dag dat hij als IOC-lid automatisch deel uitmaakt van het bestuur van NOCNSF, had hij die steun van Nederland verwacht. Die bleef uit, tot zijn frustratie.

Daar ligt de kiem van zijn gevoel van miskenning, die hij steeds nadrukkelijker naar voren bracht. Niets is goed binnen NOC-NSF. Met in oktober 2001 een dieptepunt als de nu zeventigjarige Geesink de koepel afschildert als 'illegale organisatie', omdat de statuten op zeventien punten afwijken van het olympisch handvest.

Het was een onverwachte, frontale aanval. Later bleek dat nog 184 van de 200 bij het IOC aangesloten comité's achterstand hadden met aanpassing van de statuten. Zelfs IOC-voorzitter Jacques Rogge zag Geesinks probleem niet.

Geesink, zelf lid van de 'illegale organisatie', dramde door, waarna Blankert hem 'A.G. te U' noemde. De ironie ontging Geesink. Net als die in de opmerking: 'Geesink staat op zijn eigen schoenen te plassen'. Omslachtig legde Geesink daarop uit dat hij nog uitstekend in staat was zonder hulp en zonder knoeien te urineren.

Blankert in Trouw van 22122001: ,,Wat ik zo erg vind is de schade aan de sport. En helemaal een uitspraak over illegale organisatie. Ik heb er een grap over de Taliban van gemaakt, maar het is toch niet te filmen dat je zoiets bewust doet.”

,,De suggestie dat Erica Terpstra niet in het Europees Olympisch Comite is gekozen omdat ze lid is van een illegale bond; dat we niet meer mee zouden mogen doen aan de Olympische Spelen. Er zijn zelfs kamervragen over gesteld. Ik vind het echt de kwalijkheid ten top.”

Het volgende offensief volgde in mei 2002, toen Geesink NOC-NSF betichtte van 'ondoorzichtig financieel wanbeleid'. Ook hierop verdedigde Blankert zijn organisatie: ,,Geesink heeft laster verspreid over wat wij met ons geld doen. Had een ander bestuurslid zoiets gedaan, dan had ik hem onmiddellijk weggestuurd.” De grote bonden (voetbal, turnen, tennis, schaatsen, volleybal) pleitten er zelfs voor Geesink te royeren.

Sinddien heeft Geesink Blankert bestookt met schriftelijke vragen over de bedoeling van dit soort uitlatingen. Ook na diens terugtreden als voorzitter, waarbij Blankert voor zijn verdiensten voor de Nederlandse sport onder meer een hoge onderscheiding kreeg van. . . het IOC.

Gesprekken tussen advocaten brachten de twee niet op dezelfde golflengte. Morgen eist Geesink bij de Rotterdamse rechter een symbolische schadevergoeding van een euro wegens beledigen in het openbaar.

Volgens Blankert klaagt hij de verkeerde aan: ,,Ik heb de uitspraken over de heer Geesink gedaan in de hoedanigheid van voorzitter van NOC-NSF.” De verantwoordelijkheid daarvoor is overgenomen door zijn opvolger: de door Geesink op handen gedragen Erica Terpstra.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden