GEERTJE ZOEKT TOCH MEER CONTACT MET ANDERE DOWNKINDEREN/'MONGOOLTJES'

Trouw onderzoekt de komende weken hoe het kinderen die vroeger automatisch naar het speciaal onderwijs zouden gaan, vergaat op een reguliere school. De praktijk van 'Weer Samen Naar School' en het 'rugzakje'. Vandaag de eerste aflevering: de leerling met het syndroom van Down.

Vader Ernst Janssen vraag aan dochter Geertje: “Is het leuk op school?”

“Ja”, zegt Geertje.

“En als je volgend jaar je diploma krijgt, wat ga je dan doen?”

“Een groot feest geven.”

“En ga je dan werken, vind je dat leuk?”

“Nee.”

Misschien een heel 'normale' reactie, maar een kind als Geertje Janssen (17) had tien jaar geleden nooit op de middelbare school gezeten. Geertje heeft het syndroom van Down en is oneerbiedig gezegd een 'mongooltje'. Het is moeilijk in te schatten hoeveel mongoloïde tieners er zijn in Nederland, want ze worden niet geregistreerd. Een voorzichtige schatting komt uit op 150 per jaar, wat betekent dat er ongeveer 600 zouden zijn in de leeftijd van de middelbare school - bij Downkinderen loopt die grofweg van 14 tot 18. Een groeiend aantal mongooltjes gaat inmiddels naar de gewone basisschool, maar op de middelbare school gaat het om enkelingen: niks Weer Samen Naar School dus.

Voor een deel is dat niet verwonderlijk: mongoloïde kinderen bereiken nu immers verstandelijk een lager niveau dan hun gemiddelde leeftijdsgenoot: op havo en vwo zul je ze niet snel tegekomen. Maar veel ouders van Downkinderen ijveren al jaren voor integratie van hun kind in de gewone school en lopen daarmee voorop in de gedachte van Weer Samen Naar School.

Op de afdeling in Leeuwarden voor voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) van het Agrarisch Opleidingen Centra hebben ze inmiddels drie mongooltjes. “Geertje was de eerste: daarna hebben we besloten dat we er een per jaar wel aankonden. Als het meer wordt, moeten we kijken of we al die extra aandacht kunnen opbrengen”, zegt schooldirecteur Mariet Spiertz.

Vier jaar geleden mocht Geertje de eerste vier maanden op proef bij de school. “Op haar oude basisschool zagen ze haar wel naar een reguliere school gaan en dat advies is bij de meeste leerlingen betrouwbaar”, zegt Spiertz. Bovendien heeft de school naast een aparte groep voor leerlingen die het niet redden in het gewone tempo - de zogeheten ivbo-klas - ook nog een klasje voor degenen die heel veel aandacht nodig hebben. En het ministerie betaalt jaarlijks rond de zestienduizend gulden voor Geertje, waarvan de school een extra begeleider aan kan stellen, afkomstig uit het regulier onderwijs. Deze kracht begeleidt Geertje en ook haar docenten. “Van haar krijgen wij tips die we ook voor andere kinderen kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld dat je zoveel mogelijk moet zorgen dat leerlingen één ding tegelijk doen, anders wordt het te verwarrend.”

Na de proefperiode kwam vader Ernst op school om te horen of zijn dochter mocht blijven. “Ik wilde graag een besluit. Het is niet leuk om iedere keer weer opnieuw de hele discussie over een kind met Down op school te moeten beginnen. Op de gewone basisschool kostte dat al genoeg energie”, zegt hij. “Die discussie is heel lastig”, beaamt Spiertz. “Je hebt fanatieke voorstanders en mensen die erg tegen zijn, er zit weinig tussen.”

Op een basisschool in het Gelderse Neede escaleerde deze discussie vorige maand: uiteindelijk haalden ouders hun 'gewone' kinderen van school af, onder andere omdat ze vonden dat een leerling met Down te veel aandacht opeiste en de school hen niet goed voorlichtte. “Bij ons was het eigenlijk geen probleem. We hadden de komst van Geertje van tevoren aangekondigd. Ik heb nog geen enkele ouder horen klagen”, zegt Spiertz. Voor de leraren organiseerde ze een aantal voorlichtingsbijeenkomsten over het syndroom van Down op school.

Voor Geertje liep de proeftijd positief af: de school vond het eigenlijk vanzelfsprekend dat ze bleef. “Ze doet het gewoon goed”, zegt de schooldirecteur. “Een makkie”, vindt Geertje zelf de vakken - de ivbo-variant stelt minder hoge eisen dan het standaard vbo-onderwijs. “Nederlands, rekenen: allemaal hoge cijfers.”

Een echte successtory voor Weer Samen Naar School? Spiertz: “Op school gaat het goed met Geertje. Ik vraag me wel eens af hoe het zit met het idee van volledige integratie: het is niet zo dat ze goede vriendinnen is geworden met de meeste andere leerlingen.” Geertje zoekt haar contact toch meestal met de andere Downkinderen.

Geertje is net begonnen aan haar vierde en laatste jaar. Ze heeft al stages gelopen, bijvoorbeeld in het ziekenhuis: de toetjes klaarzetten en het bestek in servetten rollen. Dit schooljaar loopt ze stage bij een tuinderij.

“Ook de stage was wennen voor de school”, zegt directeur Spiertz. Bedrijven aarzelden even en ook de organisatie van de stage vertoonde kinderziekten. “Eerst stuurden we een begeleider met Geertje mee. Dat was goed: die ging uiteindelijk Geertjes werk doen.” Vader Janssen: “Het gevaar is dat Geertje doodgeknuffeld wordt: heel goed bedoeld, maar voor haar werkt het het beste als ook háár eens goed de waarheid gezegd wordt als ze iets niet goed doet. Daar leert ze van.”

Eigenlijk is Geertje helemaal niet de grootste zorg van de school. Directeur Spiertz: “Leeuwarden heeft de problematiek van een grote stad: we krijgen steeds meer kinderen die extra zorg nodig hebben. Kinderen die al van alles hebben meegemaakt, die grote leerproblemen hebben of sociaal-emotionele stoornissen. Regelmatig hebben we leerlingen die eigenlijk naar het speciaal onderwijs moeten, maar voor wie gewoon geen plaats is. Het wordt steeds erger: de vraag is hoe lang we dat volhouden.”

Ook het samenwerkingsverband met het speciaal onderwijs ziet Spiertz met zorg tegemoet. “Het ivbo verdwijnt als aparte kreet: binnen de samenwerking moeten we zelf beslissen hoe we deze groep opvangen. Ik hoop wel dat dat ook gebeurt.”

Vader Ernst Janssen is ook voorzitter van de vereniging Vim van ouders van mongoloïde kinderen. “Er zijn nog steeds weerstanden”, zegt hij. “Soms tref je goedopgeleide ouders van andere kinderen die dan even beweren u wilt uw kind op de gewone school want u heeft vast nog niet de schok verwerkt die u kreeg toen u ontdekte dat uw kind een mongooltje was. Dat is heel erg, dat je er zoveel energie in steekt en dan het verwijt krijgt dat je een slechte ouder bent.”

Janssen is uiteraard voorstander van Weer Samen Naar School, maar heeft wel zijn bedenkingen bij de discussies. Bijvoorbeeld over het rugzakje. “Een mooi plan, maar het gevaar is dat het in schoonheid sterft: dat de discussie alleen nog maar gaat over ingewikkelde diagnoses die bepalen hoeveel geld een kind meekrijgt. Als je dat ook voor mongooltjes zou doen, krijg je problemen: er zijn heel sterke verschillen onderling.” Janssen vreest dat de discussie blijft steken in een debat over zorg. “Ik zeg altijd maar: als je een drempel weghaalt voor iemand met een rolstoel, ben je nog niet meteen klaar. Het gaat er ook om dat je iemand het gevoel geeft dat hij of zij de samenleving iets kan bieden, dat men zich waardevol voelt. Dus in het onderwijs appelleren aan wat iemand als Geertje kan.”

Niemand weet nog wat Geertje volgend jaar gaat doen. “Het is best lastig om te weten te komen wat ze zelf wil”, zegt haar vader. Er is één Downleerling bekend die het vbo afmaakte en daarna doorging in het middelbaar beroepsonderwijs. Misschien is dat iets voor Geertje. Ernst Janssen: “Het is natuurlijk een illusie om te denken: als we deze kinderen maar goed integreren worden ze uiteindelijk wel professor in Leiden.”

In Nederland gaan 120 000 kinderen niet naar de gewone school, maar naar het speciaal onderwijs. Een minderheid van deze groep heeft een handicap als doofheid, blindheid of een langdurige ziekte. Maar meestal gaat het om moeilijk lerende kinderen en kinderen met leer- en opvoedingsproblemen.

'Weer Samen Naar School' is sinds 1991 een van de vlaggenschepen van het ministerie van onderwijs. Van moeilijk opvoedbaren tot moeilijk lerenden en 'in hun ontwikkeling bedreigde kleuters': voor veel van deze kinderen is het veel beter als ze niet strikt afgescheiden in een eigen hoekje leskrijgen, maar in een 'gewone' klas zitten. Niet alleen bevordert dat de integratie, het is nog flink goedkoper ook.

De operatie was bedoeld voor basisschoolleerlingen, maar moet uiteraard ook het aantal kinderen in het speciaal voortgezet onderwijs terugdringen.

Na jaren van discussie en voorbereiding moet er vanaf dit schooljaar moet ook daadwerkelijk weer samen naar school worden gegaan. Scholen hebben zich hiervoor verplicht moeten aansluiten in een 'samenwerkingsverband' met het speciaal onderwijs.

Ook voor 'gewone' gehandicapten, die in de definitie van de overheid niet onder 'Weer Samen Naar School' vallen, heeft de overheid iets nieuws in petto: zij krijgen in de toekomst extra geld mee voor zorg en onderwijs, waarover de ouders en de school zelf kunnen beslissen.

Ook met dit 'rugzakje', waarmee al enkele experimenten gaande zijn, moet het makkelijker worden voor bijvoorbeeld slechtzienden om naar een reguliere school te gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden