Geert Stenger 1919-2007

Chirurg Geert Stenger werd katholiek toen hij zijn eerste gezin had verlaten, een tweede had gesticht en het er toch moeilijk mee kreeg.

Esther Hageman

Als zijn vader merkte dat Geert Stenger geen witlof lustte, dan moest hij die toch per se opeten. Zo was hij ook met rapportcijfers. Voor een zes kreeg Geert een dubbeltje. Voor een zeven twee dubbeltjes. Maar voor een vijf moest hij een dubbeltje inleveren.

Vader Stenger, weduwnaar geworden toen Geert – de oudste van zijn drie kinderen – tien was, was rechtlijnig. Ook toen het, later, ging over Geerts tentamens. Geert had het hele eerste jaar van zijn geneeskunde-studie, in 1938/39, niks uitgevoerd; nu de tentamens naderden wilde hij de beker aan zich voorbij laten gaan en de herkansing afwachten. Niets daarvan, decreteerde vader van onder zijn borstelige wenkbrauwen. Ook al was er – vader Stenger was directeur van de Ford-fabriek in Amsterdam – geld genoeg in de familie, daar was het niet voor bedoeld.

Het wrong, tussen Geert Stenger en zijn strenge vader. Tijdens de oorlogsjaren zat hij ondergedoken in het grote ouderlijk huis in Overveen, na vruchteloze pogingen in een roeiboot vanaf IJmuiden naar Engeland te komen, en na verzetswerk dat al verraden werd voor het begon. De oorlog maakte ook dat hij niet verder kon met zijn studie. Hij haalde zijn artsendiploma uiteindelijk in 1949 – in Groningen, omdat die universiteit na de oorlog als eerste weer open ging – en vertrok als dienstplichtig luitenant-ter-zee-arts naar Nederlands-Indië. Niet dat Geert Stenger gráág ging; hij moest wel. Zijn Groningse hoogleraar Eerland, die hem warm gemaakt had voor de chirurgie, probeerde hem nog voor Nederland te behouden en schreef Defensie een briefje dat hij niet gemist kon worden. Het hielp niet. In Indië maakte Stenger mee hoe complete operatiekamers binnen een week na de soevereiniteitsoverdracht leeggehaald werden – tot de bedrading van de operatielampen toe.

Geert Stenger trouwde, met een oogarts-in-opleiding; ze kregen twee zoons. Maar halverwege de jaren vijftig verliefde hij opnieuw, in een anesthesiste-in-opleiding. Ook zij kregen twee kinderen. Die waren nog klein toen Stenger een telefoontje kreeg van de marine: voelde hij ervoor om als scheepschirurg mee te gaan op de goodwill-reis van Hr. Ms. Karel Doorman naar Nieuw-Guinea? Stenger zei ja. Het werd een lange reis, van mei tot eind december 1960, omdat het schip in maar weinig havens welkom bleek. Nederland lag immers internationaal onder vuur omdat het probeerde Nieuw-Guinea als kolonie te behouden. De missie van de Karel Doorman, die straaljagers ging afleveren op het eiland Biak, stond bij veel landen dus bekend als heel verkeerd. Maar zo bekeek Geert Stenger het niet. Hij vond het een prachtige, spannende reis.

Hoewel Stenger in zijn tweede huwelijk heel gelukkig was, had hij wroeging dat hij zijn eerste gezin plotseling verlaten had. Hij praatte daar veel over met een studentenpastor, werd begin jaren zestig katholiek en liet ook zijn kinderen dopen.

Een katholieke chirurg werkt in een katholiek ziekenhuis – zo ging dat in de jaren zestig. Zo kwam Stenger in Almelo terecht, als een van de twee chirurgen van het St. Elisabethziekenhuis. Als je in de nachtelijke stilte van Almelo de sirene van een ambulance hoorde, wist je dat even later bij Stenger thuis de telefoon zou rinkelen. Stenger hield van het chirurgenvak, betreurde het dat je een patiënt die je zelf had geopereerd niet noodzakelijk terugzag voor de nacontrole. Een paar jaar lang was hij directeur van het St. Elisabeth: ’s morgens opereren, ’s middags directeur zijn. Hij stelde in die tijd een medaille in: wie „de rommel opruimde”, is: wie conflicten oploste of ze niet maakte, kreeg een medaille in de Orde Van Stoffer En Blik.

Met pensioen gaan vond hij moeilijk: hij viel in een gat. De kunst het bestaan te ’vertragen’, zoals hij het noemde, leerde hij met vallen en opstaan. In reizen maken (en die net zo grondig voorbereiden als een chirurg een operatie) vond hij troost. Zijn vrouw en hij waren allebei enthousiaste amateurfotografen, bereisden samen de hele wereld en maakten er een meters lange verzameling albums van.

Met een eerste tia in 2001 begon zijn neergang. Hij werd slecht ter been en vergeetachtig, ging aanvankelijk naar de dagopvang maar moest later naar een verpleeghuis. De laatste keer dat hij zijn echtgenote zag lachte hij naar haar, als altijd. Ze ging een advocaatje halen; toen hij het op had raakte hij buiten bewustzijn en overleed een dag later. Hij lag erbij, zegt zijn echtgenote, alsof hij wilde zeggen: ik zet er een punt achter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden