Geert Smits verrast als Silvio met imposante zang en sterke acteerprestatie

Nog in Utrecht 6, Eindhoven 8, Sittard 10, Breda 14, Venlo 17, Tilburg 20, Amsterdam 22, Den Bosch 27 en Heerlen 31 mei.

Hij liet echter zaterdagavond in het Theater aan het Vrijthof in de rol van Silvio horen dat hij een echte theaterzanger is. Zijn volle baritongeluid zette hij krachtig en soepel in om uitdrukking te geven aan zijn hartstochtelijke liefde voor Nedda, de aantrekkelijke actrice in een rondreizend theatergroepje. Met sopraan Elena Vink als Nedda bouwde hij vocaal een spannend duet ('Decidi il mio destin'; Beslis mijn lot) op, waarin hun stemmen een erotische geladenheid uitdrukten, het opvallendst bij Smits. Vink had daarvoor het oor al verrukt met het lied over het vrije vogeltje.

Zijn bijdrage was echter vooral zo verrassend door de overtuigende wijze waarop hij acterend vorm gaf aan de gezongen laag van zijn rol. Dat was meer dan componist-librettist Ruggiero Leoncavallo vroeg. Regisseur Christopher Alden vergrootte namelijk Silvio (die niet tot het theatergroepje behoort) uit tot het proto-type van de 'blinde' minnaar.

Silvio was al in het theater (op het toneel sober en effectief vormgegeven als een lokaal toneelzaaltje), beleefde daar al zijn verlangens tijdens het voorspel, en zwierf voortdurend rond tijdens de confrontaties binnen het groepje (eerste bedrijf) en het toneelstuk waarin spel en werkelijkheid samen vallen (tweede bedrijf).

Smits deed zich bij concertoptredens met zijn wat onhandige en verlegen houding niet kennen als een podiumpersoonlijkheid. Hoe zeer logenstrafte hij die indrukken met een natuurlijke beweeglijkheid en een effectief bespelen van de situaties. De regisseur moet de weg hebben geopend voor Smits om tot zijn imposante prestaties als acteur-zanger te komen.

Opera Zuid bracht in haar tweede van twee producties die zij dit seizoen bijdraagt aan het Nederlandse operaleven, de gebruikelijke en beroemd geworden combinatie van 'Cavalleria rusticana' (muziek van Pietro Mascagni; tekst van Giovanni Targioni) en 'Pagliacci'. Heel populair bij het publiek sinds de respectievelijke premières in 1890 en 1892 van de losse stukken vanwege het realisme dat er in getoond wordt: de directe hartstochten van gewone mensen.

Heel afgelikt ook, deze twee compacte eenacters, door de clichés die er slopen in de muzikale uitdrukking en de theatrale verbeelding. De tranen van Santuzza in het 'No, no Turiddu' uit de 'Cavalleria' en de nog veel beroemder snikken van Paljas in 'Vesti la giubba' uit 'Pagliacci' staan voor alles waar opera lachwekkend om kan zijn. Wat dat betreft koos Opera Zuid voor een hoogstaande aanpak.

Immers, regisseur Christopher Alden schakelde de twee totaal verschillende stukken aaneen door de moord waar 'Cavalleria' mee eindigt (en die niet wordt getoond) tot beeldmotief te maken in het voorspel van 'Pagliacci'; dat verhaal eindigt zelfs met een dubbele moord die wèl getoond worden. Bovendien stileerde Alden de realistische locaties met esthetisch aandoende decors in een spannende belichting, en mengde er een snufje surrealisme door met behulp van bijzondere kostumering in het tweede bedrijf van 'Pagliacci': het publiek bleek namelijk als clown verkleed, en de acteurs oogden juist als alledaagse, realistische figuren die een 'soap' spelen waar dat theatraal uitgedoste publiek (behalve Silvio, die blijft de burgerman in wie een Vesuvius laait) van genoot. Daarmee zette de regie de inhoud van 'Pagliacci' scherp.

Jammer genoeg had hij in dirgent David Parry geen ideale partner en konden enkele solisten in vocale zin nauwelijks boven de vereisten uitkomen. Het niet goed mengende, soms grove samenspel in de strijkers van het Limburgs Symphonie Orkest tijdens 'Cavalleria' gaf al aan dat de directie hier in esthetische zin tekortschoot. Het paniekerig gebaren naar het koor (in 'Pagliacci') veroorzaakte dat uit die adhoc-formatie ook onvoldoende samenhang klonk. Maar Parry toonde in de gebrekkige spanningsopbouw meer op de clichés dan op het ware drama te mikken. En een dirigent die een vreselijk elektronisch orgel duldt, verliest ieder krediet.

Beide opera's staan of vallen met de tenoren. Die in 'Cavalleria' (de rol van Turiddu) zou je als schaduw-tenor kunnen omschrijven. Geen partij voor de emotioneel, mooi zingende (wat oud ogende) Santuzza van Inma Egido. De tenor in 'Pagliacci', Vincenzo Scuderi, had straling, hartstocht en hoogte, maar het geknepen effect gaf er een vreemde scherpstelling aan. Zijn uithalen als Paljas (de snikken van Caruso tot Pavarotti in het kwadraat) waren vette smetten op de smetteloos witte, mooie kostuums.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden