Geen zorg, maar zegen dat senaat politieker wordt

In een beschouwing die hij in 1943 schreef, drukte de historicus Johan Huizinga zijn spijt erover uit dat de naam 'democratie' voor onze staatsvorm 'eigenlijk nooit een gelukkige vondst' is geweest. Het eenvoudige feit dat het volk in praktische zin nooit kan heersen, leverde in zijn ogen een afdoende argument voor deze stelling op. Anders gezegd, een staatsvorm die in de naam al de eigen onvervulbaarheid meedraagt, kan alleen maar frustraties en misverstanden oproepen.

Meer dan ooit sinds deze waarnemingen van Huizinga na zijn dood in 1945, onder de titel 'Een geschonden wereld', in druk verschenen, is de natie van deze onvermijdelijke effecten getuige. De frustraties hebben in het eerste decennium van de 21ste eeuw tot een grote politieke instabiliteit geleid en daarmee tot een ongekende wisselvalligheid in het landsbestuur. In dit klimaat groeiden ook de misverstanden over het wezen van onze staatsvorm, zoals het misverstand dat de meerderheid de baas is en de dwaling dat de vrijheid van meningsuiting een recht van belediging insluit.

Was dat anders geweest als voor een naam was gekozen die beter dan de term 'democratie' de idealen van vrijheid en gelijkheid uitdrukt? Dat lijkt me niet geheel ondenkbaar. Veel van de onvrede over 'Den Haag' is terug te voeren op het verwijt van de individuele burger dat 'ze' niet doen 'wat ik wil'. Die onvrede krijgt serieuze politieke dimensies, zodra er politici opstaan die roepen dat de regering niet doet wat 'het volk wil'.

Een kind doorziet dat een grote bek niet voor de wil van het volk kan worden gehouden, maar volwassen politici van CDA en VVD lieten zich in 2010 gewillig een rad voor ogen draaien. Sterker nog, zij rechtvaardigden de samenwerking met de omstreden PVV met een beroep op het democratisch ideaal. Aan de onvrede van het volk, die sprak uit de anderhalf miljoen stemmen op de kieslijst van Wilders, moest tegemoet worden gekomen. Dat werd van meer gewicht geacht dan het feit dat Wilders de godsdienstvrijheid voor een deel van de burgers wilde beknotten.

Huizinga betreurde het dat voor onze staatsvorm niet was gekozen voor de naam 'isonomie', wat gelijkheid voor de wet betekent. In het oude Athene werd deze regeringsvorm ingevoerd, nadat 500 v.Chr. een eind was gemaakt aan het bewind van de tirannen. Volgens Huizinga lag in het begrip isonomie 'het hoofdbeginsel van de rechtsstaat bondig en helder uitgedrukt', de politieke vrijheid van alle burgers en hun gelijkheid voor de wet. Een klemtoon op dat hoofdbeginsel had nu wellicht het misverstand voorkomen dat in een democratie de regerende meerderheid de dienst uitmaakt en dat minderheden zich hebben te schikken.

Premier Rutte zelf heeft dit misverstand gevoed met zijn aankondiging dat de coalitie van VVD en PvdA, verlost van de christelijke partijen, in immateriële kwesties 'vol gas' zal geven. Natuurlijk, als het goed is weerspiegelen meerderheidsbesluiten van het parlement een breed levend rechtsgevoel en hebben minderheden die besluiten te aanvaarden. Maar de voorwaarde is een zorgvuldige discussie, waarbij hun gevoelens en bezwaren ernstig worden gewogen. Van de minderheden wordt op hun beurt gevraagd oog te hebben voor een veranderd rechtsgevoel in de samenleving.

De opmerking van Rutte getuigde niet van deze democratische, liever gezegd: isonomische grondhouding. Bij deze coalitie komt daar nog een aspect bij, dat tot nu toe onderbelicht is gebleven maar aan betekenis wint nu op gevoelige terreinen botte machtspolitiek dreigt. Dat een coalitie louter op basis van het getal haar zin doordrijft is al niet fraai, het wordt nog ernstiger als minderheidsoplossingen op basis van politieke afspraken tot meerderheidsbesluiten worden verheven.

Dat kan toch de consequentie zijn van het regeerakkoord, waarin VVD en PvdA punten uit hun programma's hebben uitgeruild onder het motto 'dat je elkaar wat gunt'. Zo heeft de PvdA de inrichting van het omroepbestel aan de liberalen gelaten en haar inzet voor een onafhankelijke, brede en pluriforme publieke omroep domweg opgegeven. De liberale staatssecretaris Dekker (cultuur) mag zijn gang gaan en het bestel met zijn verscheiden karakter om zeep brengen. Ter illustratie van de misverstanden: columnist Peter Wierenga verdedigt het schrappen van de subsidie aan de kleine levenbeschouwelijke omroepen op de website van Trouw als het intrekken van een privilege - alsof de feodale tijden terug zijn en de grondrechten van burgers bij parlementaire meerderheid kunnen worden beknot.

Of het kabinet op deze basis ver komt, lijkt me sterk. Niet alleen moeten besluiten op draagvlak in de samenleving kunnen rekenen, ook moet het kabinet zijn besluiten door een Eerste Kamer loodsen waar PvdA en VVD voor een meerderheid acht stemmen tekortkomen. PvdA-senator Han Noten heeft deze week zijn voortijdige vertrek aangekondigd, omdat de senaat naar zijn mening te politiek wordt. Noten is een respectabel man, maar onder de huidige politieke omstandigheden lijkt me zijn zorg juist een zegen.

Laat de Eerste Kamer zich in de geest van Huizinga gerust als hoeder van de democratische rechtsstaat gedragen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden