Geen zeer

Kankerhomo! riep de jongen tegen me. Ik moest remmen voor een paar overstekende fietsers waardoor hij half opzettelijk tegen mijn auto aanbotste. Hij gaf er een bons op: 'kankerhomo!' Erg origineel klonk het niet. Het was mijzelf weliswaar nooit eerder toegevoegd maar het leek me iets uit de doos modale scheldwoorden. Wát, vroeg ik mij af, wát als ik zijn opa was geweest, had qua leeftijd gekund, had hij dan ook kankerhomo geroepen of had hij dan met de lange lat gekregen? Het joch, jaar of veertien, had een, hoe noem je dat, Noord-Afrikaans uiterlijk, maar het kon ook een Oost-Europeaan of een West-Aziaat zijn. Opdracht, schrijf een verhaal met de woorden 'kankerhomo' en 'Noord-Afrikaans' erin.

Intussen reed Kankerhomo door en dacht na over zijn eigen repertoire. Ik heb namelijk ook wel eens iemand uitgescholden, bijvoorbeeld voor 'emotionele analfabeet', een kwetsende uitdrukking die ik uit 'Scenes uit een huwelijk' had opgepikt; ook ontglipt mij wel eens het woord 'pishoofd' (alweer geleend, dit keer als ik me goed herinner van 'Jopo de Pojo', een cultstrip van Joost Swarte) en ooit riep ik 'brachycefaal'. Vooral dat laatste had geen enkel effect op de buffel van FC Schellingwoude die mij onderuitgeschoffeld had, hoe raak mijn beschrijving van zijn schedel ook was. Schelden gaat het best als je een zekere graad van primitiviteit weet te bereiken; je moet niet origineel willen zijn. Wat dat betreft zit kapitein Haddock er volkomen naast als hij uitzinnig van woede 'Appenijns kropmens' of 'Balkan-hork' of 'Coloradokever' tiert, maar in zijn geval gaat het ook niet om de trefzekerheid van het invectief maar om de rijkdom van zijn woordenschat, zijn verwensingen zijn meer doel dan middel, hij is als het ware literair bezig. Ik zou wel eens willen weten wat er gebeurt als ik een verkeershufter voor 'ectoplasma' zou uitschelden. Op z'n hoogst zou hij in mij een medeliefhebber van Kuifje herkennen.

Zoals het altijd het leukste is als iemand over een bananenschil uitglijdt of een taart in z'n gezicht krijgt, zo kan de schelder zich het best bij de klassiekers houden: klootzak, zeikwijf, recht uit het hart, zonder nadenken. Bij ons thuis werd er trouwens nauwelijks gescholden. Mijn vader noemde mij wel eens 'brutale aap', maar verder ging hij niet. Iemand dierennamen toevoegen heeft ook wel iets bijbels, Jeremia 5:8: 'Het zijn bronstige, hitsige hengsten, ze hinniken allen naar andermans vrouw.' Nou ja, hengst! je kunt je ook vereerd voelen. Terug naar kankerhomo, het schijnt typisch Nederlands te zijn om een ander ziektes toe te wensen, in buitenlanden gooien ze liever met onkuise handelingen en geslachtsdelen; het is geen fraaie hebbelijkheid, anderzijds zijn het, op kanker na, vaak ouderwetse of overwonnen ziektes waar we ons weinig meer bij kunnen voorstellen, ik althans weet niet hoe pleuris of tyfus eruitziet. Het moet ook een beetje lekker bekken, hondsdolheid of rachitis doen niet veel.

Riep ik eigenlijk nog wat terug naar mijn uitschelder? Ja: blijf met je poten van m'n auto af! Poten, dierlijk, m'n vader.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden