Geen werkelijke winnaars

Zo'n 130 keer wijdde Wim Boevink zijn Klein Verslag op pagina 2 van deze krant aan het proces in München tegen Ivan - John - Demjanjuk. Na het vonnis nu zijn slotbeschouwing.

Toen het vonnis verkondigd werd - 'Im Namen des Volkes'- ging iedereen staan. De rechters stonden, de griffier, de advocaten, de gerechtsarts, de tolken, de medeaanklagers, en daarachter het publiek en de mensen van de pers.

Allen stonden. Alleen Ivan Demjanjuk zat in zijn rolstoel, voor het eerst direct tegenover zijn rechters, die hij achttien maanden lang alleen van opzij had bekeken, vanuit de plaats waar zijn bed stond. Op zijn tolk na was hij voor het eerst ook zonder directe begeleiding, zonder beveiligers, zonder ambulancebroeders. Zijn laatste schild was zijn zonnebril. Die hield hij op.

Het woord 'schuldig' viel, en 'vijf jaar gevangenis'. De mensen van de persbureaus verlieten haastig de zaal. Demjanjuk werd teruggerold naar zijn bed. Vanuit die vertrouwde positie mocht hij naar de motivering van het vonnis luisteren. Hij was niet langer verdachte of aangeklaagde, hij was een schuldige.

Achttien maanden proces, opgedeeld in 92 zittingsdagen, hadden tot dit vonnis geleid. Twintig getuigen werden gehoord, onder wie historici, forensisch specialisten, rechercheurs, een Amerikaanse officier van justitie en een patholoog anatoom, met de naam Eisenmenger, die in detail beschreef hoe mensen stierven in de gaskamers, door koolmonoxide-vergiftiging, in combinatie met blinde paniek.

In de motivering van het vonnis haalde rechter Ralph Alt diens getuigenis nog eens aan: de gruwelijkheid van de moord weegt mee in de strafmaat. Tachtig naakte mensen, samengepakt in een ruimte van vier bij vier, en boven hun hoofd komt geen water uit de douchekoppen, maar uitlaatgas van een zware dieselmotor. Het sterven duurde twintig minuten.

SS'ers hebben bij latere verhoren beschreven welke aanblik de gaskamer bood als men daarna de deuren opende.

Achttien maanden lang heeft dat beeld boven het proces gehangen, een proces dat niettemin als een 'gewoon' strafproces werd gevoerd: met een misdrijf en een verdachte die daaraan medeplichtig zou zijn. Medeplichtig aan moord in zestien gevallen met minstens 28.060 slachtoffers - afkomstig uit vijftien deportatietreinen uit Westerbork en een transport uit Polen.

De rechter voegde hierover een persoonlijke noot toe aan zijn vonnis. Hoezeer het hem aangreep dat in deze zaak geoordeeld moest worden over de moord op een man die in het historische revolutiejaar 1848 geboren was, de oudste man op de transportlijsten van Westerbork, ver in de negentig toen hij in 1943 in Sobibor aankwam, dat kamp waar Demjanjuk in een zwart uniform op hem wachtte.

En ook de jongste noemde hij, een baby van enige weken oud. En het zogeheten kindertransport, een trein met drieduizend mensen, van wie er meer dan duizend jonger waren dan veertien jaar. De Nederlandse advocaat Manuel Bloch, optredend namens de Nederlandse medeaanklagers, had in zijn slotpleidooi twee weken geleden op dat transport gewezen. Een koele, rationele strafrechtadvocaat is hij. Maar twee weken later was hij nog steeds niet van zijn eigen pleidooi bekomen.

Nee, hoezeer de Duitse justitie dat ook deed voorkomen, een gewoon strafproces was dit niet. Niet misdaden tegen de menselijkheid stonden op de rol, noch de verantwoordelijkheid van een staat, maar recht werd gesproken over een individu dat mogelijk medeplichtig was aan een misdrijf. Nog steeds probeert de Duitse justitie de Holocaust te behandelen binnen het kader van het gewone strafrecht.

En week er toch van af.

Ivan Demjanjuk werd, voor het eerst in de Duitse rechtsgeschiedenis, schuldig bevonden aan een misdaad, zonder dat voor zijn medeplichtigheid aan die misdaad een direct bewijs werd geleverd. De rechtbank achtte overtuigend bewezen dat Demjanjuk tussen maart en september 1943 kampbewaker in het vernietigingskamp Sobibor was geweest, op basis van een handvol documenten, die ieder voor zich niet voldoende bewijs zouden zijn geweest, maar juist in hun samenhang zeggingskracht kregen.

Het meest 'spectaculaire bewijsstuk' (aldus de rechter) was het zogeheten Dienstausweis 1393 van de SS, een identiteitskaart waarop de naam van Demjanjuk staat, diens foto en handtekening, en de aanwijzing dat hij is overgeplaatst naar Sobibor.

Bijna veertig jaar achtereen hebben autoriteiten in de vroegere Sovjet-Unie, in de Verenigde Staten, in Israël, in Duitsland, maar ook in Italië en Polen, naspeuringen gedaan naar Demjanjuks activiteiten tijdens de oorlog. Centraal stond altijd die identiteitskaart, waarop meerdere specialisten zich hebben gestort, om de echtheid of juist de vervalsing ervan aan te tonen.

U heeft, als u deze krant met enige regelmaat leest, in de afgelopen achttien maanden talloze malen en tot vervelens toe de pasfoto op die identiteitskaart voorbij zien komen: ze stond afgedrukt bij de 130 kleine verslagen die in deze tijd zijn verschenen. Vandaag ziet u eens de hele kaart, de voorzijde althans, compleet met Russische vertalingen en annotaties van de toenmalige Sovjetonderzoekers, bij wie na de oorlog de administratie van het opleidingskamp van de kampbewakers, het kamp Trawniki, was beland.

U zou nu zelf eens de loep ter hand kunnen nemen om de nietgaatjes in de pasfoto te bestuderen, gaatjes die niet zijn doorgeslagen in het onderliggende papier, zodat de foto van elders lijkt te zijn losgemaakt om vervolgens op de kaart te worden geplakt. Of om de vervaagde handtekening te onderzoeken, die men met latere handtekeningen van Demjanjuk heeft vergeleken, om bepaalde overeenkomsten in de krul van de D aan te treffen.

De rechtbank vond de kaart echt genoeg. Maar grote bewijskracht kreeg hij pas in samenhang met andere stukken: met transcripties van verhoren met andere kampbewakers, als Daniltsjenko en Litvinenko, verhoord in de late jaren veertig door de KGB, die de naam van Demjanjuk noemen. Of in samenhang met wapenboeken en dienstroosters uit het kamp Flossenbürg, waarheen Demjanjuk na Sobibor werd overgeplaatst in september 1943.

Stukjes van een puzzel, die samen een contour bieden van de plaatsen waar Demjanjuk verbleef, hoewel hijzelf ooit heeft verklaard al die jaren, van voorjaar 1942 - toen hij als soldaat van het Rode Leger door de Duitsers krijgsgevangene was gemaakt - tot de winter van 1944 te hebben doorgebracht in een groot krijgsgevangenenkamp bij Chelm. Maar juist in die kampen werd massaal gestorven: van de ruim vijf miljoen Sovjetkrijgsgevangenen overleefden 3,3 miljoen die kampen niet.

Ook dat vermeldde de rechter in zijn vonnis.

Maar overeind bleef dat zelfs als Demjanjuks aanwezigheid in Sobibor in voldoende mate was aangetoond, er nog geen direct bewijs was, geen ooggetuigenverslag, geen opgetekende verklaring, van door hem verrichte daden die als medeplichtigheid konden worden uitgelegd.

De rechtbank volgde hier voor het eerst een principe dat wel in jurisprudentie was geformuleerd, maar waar nog nooit iemand voor vervolgd was: deelname aan de organisatie van een vernietigingskamp, in welke functie dan ook, is strafbaar. Sobibor was een vernietigingsmachine, wie eraan deelnam was schuldig. De schuld is een collectieve. Zelfs degene, zo staat in een vonnis uit 1966, die de loonadministratie deed. Maar nooit werd iemand ervoor vervolgd.

Nu Demjanjuk op deze grond is veroordeeld, mogen diverse anderen in bejaardenhuizen in Duitsland en elders zich zorgen gaan maken. Er lopen al vooronderzoeken tegen vier verdachten, een in Duitsland en drie in de Verenigde Staten.

Die zullen allen met spanning de uitkomst van het hoger beroep afwachten: Demjanjuks verdediger wil de toepassing van dit rechtsprincipe aanvechten bij het Bundesgerichtshof.

Nee, geen gewone strafzaak. Na afloop zei de rechter een beetje wereldvreemd dat alleen de grote belangstelling van de pers hem had verrast.

Hij had zojuist, na zijn vonnis, de veroordeelde op vrije voeten gesteld, hangende het hoger beroep. Als zijn verdediger de rechtsgang niet maandenlang had getraineerd met honderden verweren, verzoeken en wrakingen, dan had zijn cliënt al maanden eerder buiten kunnen staan, liet de rechter doorschemeren. Hij was 'opgelucht' dat de zaak voorbij was. Erleichtert, zei hij.

Dat gold voor alle deelnemers aan dit marathonproces, in het bijzonder voor de Nederlandse medeaanklagers, die ook meer dan eens moesten terugkeren naar dat helse kamp waar ze hun familie, hun geliefden, verloren, terwijl ze zelf soms letterlijk alleen op de wereld achterbleven. Hun namen staan in de Duitse rechtsgeschiedenis gegriefd, er is recht gesproken, ze hebben voor hun geliefden een klein monument opgericht.

En misschien, als u mij deze persoonlijke noot toestaat, geldt de opluchting ook voor de schrijver van die Kleine Verslagen. En voor de lezers ervan.

Ivan ben ik hem blijven noemen, geen John. In al die Kleine Verslagen over het proces in München bleef hij Ivan. Het lijkt erop dat de verslaggever hem daarmee bij voorbaat schuldig verklaarde, want de misdaden waarvoor hij terechtstond pleegde hij onder die naam, hoewel hij zich al decennialang John liet noemen. Toch meen ik dat ik al die maanden heb gewerkt vanuit de premisse dat de aangeklaagde onschuldig zou kunnen zijn, al heb ik daarbij zijn onhandige, maar gedreven verdediger regelmatig als een olifant door de porseleinkast van de geschiedenis zien daveren. Er waren momenten dat je om alles wenen kon, de monstruositeit van de misdaad, de intense verliezen van de nabestaanden, het onvermogen van de Duitse justitie om de beste kennis te mobiliseren (er had ondanks zeventigduizend pagina's dossier beter gerechercheerd kunnen worden), het lange uitblijven van de vervolging, maar soms ook om de schoolklassen op de tribune die argeloos binnenstapten en in de afgrond van hun geschiedenis vielen.

Aan het eind zijn er geen werkelijke winnaars. En John Demjanjuk kan zich weer Ivan laten noemen. Hij deed als vrij man voor het eerst zijn zonnebril af, dat laatste schild, nu kan hij ook zijn Amerikaanse naam laten vallen. Hij is in München weer onder de Oekraïners.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden