Geen watjes op het podium, vindt Pieter-Dirk Uys

Zijn bekendste creatie is Evita Bezuidenhout, een rechtse dame zonder blad voor de mond, maar met het hart op de juiste plek. De meest beroemde blanke vrouw in Zuid- Afrika. Twee weken geleden werd ze 70, op de dag dat haar geestelijk vader, cabaretier Pieter-Dirk Uys 60 werd.

“Ze hebben in Darling, het dorpje waar ik woon, een straat naar haar vernoemd. Een lange weg die naar het volgende dorp leidt, dwars door de townships, heet nu: Evita-Bezuidenhoutboulevard. Fantastisch toch?! Ik ben een boulevard!“

'The end is naai' heet de Engelstalige voorstelling waarmee hij in Nederland op tournee is. Het is zijn tiende voorstelling die hij hier speelt, een terugblik op het eerste democratische decennium in zijn land. Uys houdt ervan om in ons land op te treden, omdat wij een goed gevoel voor humor hebben, “vooral voor zwarte humor“.

U bent nu 60, wat is er veranderd?

“Voor mij is het hetzelfde als 30 worden, alleen dan zonder haar. Je kunt je in ons vak eigenlijk geen leeftijd veroorloven. Ik moet altijd een minuut voorlopen op de rest van de wereld, jonger, scherper, sneller zijn. Kinderen van negen kunnen mijn computer maken als hij crasht. Dat moet ik zien bij te houden. Ik wil niet bang zijn voor technologie. Mijn oma was bang voor de telefoon, ze dacht dat ze er een elektrische schok van zou krijgen. Mijn vader was bang voor de tv. Toen we ons eerste exemplaar kregen, durfde hij hem de eerste twee jaar niet uit te zetten, omdat hij bang was dat 'ie niet meer aan zou gaan.“

“Het voelt beter dan andere leeftijden, ik wil beslist niet meer terug. Ik ben dan wel 60, maar ik voel me 15. Ik ontdek van alles voor het eerst. Vroeger mocht je geen vragen stellen, die moed had ik ook niet. Het was: ja oom, ja dominee, ja dokter. Het calvinistische oom-syndroom. Veertig jaar lang. Niet alleen ik, terugkijkend verbaas ik me over hoe makkelijk iedereen te beïnvloeden was tijdens de apartheid. Je dacht dat het zo hoorde. Nu is er een prille democratie in Zuid-Afrika. En ik hoef nergens meer toestemming voor te vragen. Ik kan zeggen: kak. En: als het je niet bevalt, donder je maar op. Ga weg. Ik ben mijn hele leven al beleefd geweest.“

Lag vroeger het zwaartepunt van zijn satirische strijd op de apartheid, de laatste jaren bekommert Pieter-Dirk Uys zich om de aids-problematiek. “Elke dag sterven er 700 mensen in Zuid-Afrika aan deze ziekte. Ze-ven-hon-derd. Kun je het je voorstellen? Dat is elke vier dagen evenveel slachtoffers als 9/11 in New York eiste!“

Hij is rap van de tongriem gesneden en van Engels switcht hij naar Afrikaans als hem dat beter uitkomt. Zijn hele gezicht praat mee, evenals zijn handen. Uys is bezorgd. De moord op Theo van Gogh is hem bekend, de wereldproblematiek ligt hem na aan het hart. Hij hekelt de arrogantie van de Eerste Wereld ten op zichte van de Derde Wereld. Hij herhaalt keer op keer dat we moeten praten. Over alles.

“Elke zes weken staat er een andere kop in de krant. Maar de brandhaarden blijven. Ze eten in Malawi nog geen ijsjes. In Soedan is er geen tijd voor een feestje. Maar wij zijn na twee minuten verveeld. Dankjewel Bob Geldof, voor het organiseren van 'Live8', door naar het volgende. Beangstigend vind ik dat.“

“Ik geef veel voorstellingen op scholen om kinderen op een grappige manier te betrekken bij de serieuze zaak die aids is. Ik praat liever over de angst dan over het virus. De angst mag niet winnen. Ik entertain die kinderen en als ze er een boodschap uithalen, prima, maar ik sta niet met het vingertje te zwaaien. Als ik naar die scholen ga, ontmoet ik moslim-kinderen, christelijke kinderen, traditionele Zulu-kinderen. Ze staan in verschillende tradities van geloven, maar één ding hebben ze gemeen: er wordt niet gepraat over seks. Daarom zeg ik: het gaat over hygiëne. Als je je gebit niet poetst, verlies je je tanden. Als je jezelf niet beschermt tijdens seks, verlies je je leven.“

U maakt veel gebruik van metaforen.

“Metaforen zijn verhalen. Over mensen. Niet over zaken of percentages. 'Negen van de tien' betekent niks. Maar als ik aan het eind van de voorstelling oud-president P.W. Botha tegen de huidige president van Zuid-Afrika Thabo Mbeki laat zeggen: hoe komt het toch dat jij verantwoordelijk bent voor meer dode zwarte mensen dan ik, dan doet dat pijn. Ik dans op dun ijs, het is gevaarlijk, maar ik moet het doen. Ik kan toch geen grapjes over stewardessen maken? Of het Atkins-dieet? Nee, ik weet zeker dat men wil lachen om zijn angst. Dan wordt het minder eng. Entertainment, cabaret, satire; het is een van de weinige manieren om licht te laten schijnen in het donkere doolhof van verwarring.“

Er zijn in Nederland cabaretiers die niet alles meer durven zeggen.

“Dan moeten ze van het podium af. The stage is no place for sissies. - niet geschikt voor watjes. Ik weet dat er gedreigd wordt: als je grappen maakt over moslims, ga je eraan. Een gevaarlijk gebied, maar daarmee meteen een van de belangrijkste. Ik laat me leiden door mijn instinct. Mijn drijfveer is kwaadheid. Ik ben 35 jaar werkloos geweest. Niemand wilde mij een baan geven, dus werd ik mijn eigen baan. Nu reis ik rond met een koffer, daar zit mijn hele show in.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden