Geen vrouw van gebaande paden

Loek Frohn-De Winter 1929-2015

Van jongs af aan was ze een zelfstandige vrouw met een interessante baan, groot hart en een grote vriendenkring.

Als puber maakte Loek de Winter in haar woonplaats Amsterdam de Tweede Wereldoorlog mee, met alle verschrikkingen van dien: de deportaties, de razzia's, de hongerwinter - van dat laatste hield ze haar leven lang zuinigheid over, zeker als het om eten ging; nooit gooide ze voedsel weg, en ze kon boos worden als anderen dat wel deden.

Maar de omstandigheden van de bezetting brachten haar ook het grote geluk in haar leven. In het laatste oorlogsjaar nam het kleine gezin - Loek was enig kind - een onderduiker op in het huis in de Rivierenbuurt in de hoofdstad: Erik Frohn, zoon van Duitse ouders die begin vorige eeuw naar Nederland waren geëmigreerd. Ze werd verliefd op de vijf jaar oudere jongen die zich met zijn onderduik probeerde te onttrekken aan de tewerkstelling in Duitsland.

De liefde bleek uiteindelijk wederzijds, maar voordat het tot een huwelijk kon komen, moest Loek eerst het gymnasium afmaken bij de nonnetjes van het Fons Vitae - ze kwam uit een degelijk katholiek nest. Daarna schreef ze zich in als studente psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, haar toekomstige echtgenoot studeerde neurologie aan dezelfde instelling.

Eind jaren vijftig trouwden ze; Loek en Erik gingen wonen aan de Prinsengracht waar ze beiden een praktijk openden, hij als psychiater, zij als psycholoog. Zij hield alleen spreekuur in de middag, 's ochtends werkte ze in het Wilhelmina Gasthuis in de Amsterdamse binnenstad, in Paviljoen 3, dat toen een beruchte naam had - als je in Paviljoen 3 was opgenomen, was het niet best met je gesteld. Ze verhuisde later mee naar het AMC in Amsterdam-Zuidoost.

Het stel bleef kinderloos, wat zeker niet wilde zeggen dat Loek niet van kinderen hield. Ze vond het vreemd dat ze zich in die zin altijd moest verdedigen, alsof alleen mensen die zelf kinderen hebben van kinderen kunnen houden. Er kwamen regelmatig logeetjes over de vloer, kinderen van vrienden of kennissen; zij bleven soms decennialang met Loek bevriend. In kleine kring liet ze weten dat haar kinderloosheid vrijwillig was.

In 1970 was ze als deskundige betrokken bij het Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout, uitvloeisel van de vernieuwingsgolf die paus Johannes XXIII had ingezet en waarover Loek enthousiast kon praten. Het celibaat ging misschien op de helling, voorbehoedsmiddelen werden bespreekbaar, de katholieke kerk leek de starre houding te laten varen. Maar onder paus Paulus VI, de opvolger van Johannes, werd de klok teruggezet, tot grote teleurstelling van Loek. Ze keerde zich af van het instituut kerk, maar bleef wel gevoelig voor het geloof en de rites als het weesgegroetje.

In hetzelfde jaar 1970 overkwam Loek groot verdriet. Kort na de verhuizing naar een mooie woning in Amsterdam-Zuid, met voldoende ruimtes voor twee praktijkkamers, werd Erik ziek; hij stierf twee dagen voor Kerst. Loek was op haar 41ste weduwe. Ze miste haar man enorm, liet zeker tien jaar zijn werkkamer ongemoeid, alles moest op z'n plek blijven.

Maar ze herpakte zich, bleef de gedreven en kundige psychologe met wie haar patiënten wegliepen. Ze wist meestal snel hun vertrouwen te winnen en toch de vereiste professionele afstand te bewaren. Met sommigen onderhield ze jarenlang contact, ook na de behandeling.

Hyperactief

Ze had een tomeloze energie, was maatschappelijk hyperactief, zat in diverse besturen, onder andere van het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis. Jarenlang was ze voorzitter van de stichting Maagdenhuis, een van oorsprong katholieke liefdadigheidsinstelling, opgericht in de zestiende eeuw in Amsterdam, die zich aanvankelijk vooral het lot aantrok van wezen in de hoofdstad. Maar dat begrip wees werd allengs uitgebreid. Na de val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van de Sovjet-Unie schoot de stichting vooral de Baltische staten te hulp, voorzag bijvoorbeeld bejaardentehuizen van nieuw meubilair. Loek Frohn ging er regelmatig heen, hoorde de wensen van de bevolking aan en zag met eigen ogen waar er behoefte aan was.

Dat deed zij, samen met bestuursleden, ook in eigen land. Werden vroeger hulpaanvragen nog wel eens schriftelijk en op afstand behandeld, Loek probeerde in gesprekken precies te achterhalen waar de noden zaten en dat gaf haar een perfect inzicht in de onvolkomenheden van de maatschappij - zij zag waar de armoede was, waar er schrijnende behoeften waren. Politiek gezien schoof zij daardoor steeds verder op naar links: ze zat altijd al in de progressieve hoek, zo rond de PvdA, maar ze kwam tot de conclusie dat in feite alleen de SP opkomt voor de verdrukten.

Voor haar werk voor de stichting kreeg ze de Zilveren Medaille van de stad Amsterdam, en werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Vooral op die medaille was ze trots: een onderscheiding van haar eigen stad! Ze was gek op Amsterdam, mocht graag naar het Concertgebouw gaan, en naar de diverse musea. En ze vond het heerlijk om op zondagmorgen met haar auto door de dan nog stille binnenstad te rijden; van eenrichtingsborden trok ze zich niks aan. Waarom zou je?

Ze had graag mensen om zich heen, organiseerde geregeld etentjes bij haar thuis - met Oudjaar had ze elk jaar een vaste tafel van zo'n twaalf mensen die allemaal wat eten meenamen. Want Loek was niet van koken, ze ging liever naar de traiteur bij haar om de hoek in de deftige Beethovenstraat, al vond ze die wel aan de dure kant. En altijd lette ze erop dat er geen eten overbleef.

Het liefst zat ze met een wijntje, toastje en stukje kaas in de woonkamer bij de open haard, met een boek of, liever nog, met een goede vriend of vriendin. En zij waren er met velen, in alle soorten en maten, en in alle leeftijdscategorieën. Het deed haar goed. Als ze met een veertig jaar jongere vriendin in een restaurant zat, corrigeerde ze de ober als die - uit automatisme - haar gezelschap 'uw dochter' noemde. "Nee, we zijn vriendinnen."

Napels

Elk jaar ging ze een paar weken naar de Orlandi's in Napels. Die welgestelde familie had ze leren kennen toen ze op haar achttiende met haar vader door Europa spoorde - Mario en Flora Orlandi hadden in dezelfde trein ook een slaapcoupé gereserveerd. Na de dood van Erik heeft ze zelfs even overwogen om zich metterwoon in Napels te vestigen, maar Amsterdam verlaten, dat was toch een brug te ver.

Ook naar andere landen en steden mocht ze graag reizen, tot aan Albanië toe. Soms alleen, maar bij voorkeur met een vriendin of vriend. En meestal op de bonnefooi, ze liet zich graag verrassen, een hotelletje was altijd wel te vinden. Ook bij dat reizen toonde Loek zich de autonome, soevereine vrouw die niet van de gebaande paden hield en die zelf haar leven wilde inrichten.

Op haar 59ste zegde Loek het AMC vaarwel. Maar ze hield wel haar praktijk, daar had ze zelfs meer tijd voor. De laatste jaren deed ze het wel wat rustiger aan, maar ze bleef mensen behandelen. Zo'n vijf jaar geleden werd ze ernstig ziek. Ze had een longziekte en had last van haar hart. Maar ze kwam er weer bovenop, had nog genoeg levenslust. Ze gaf het roken op - hoewel, soms een sigaartje, dat moest kunnen.

Afgelopen mei ging ze nog met een vriendin naar Rome. Door haar kortademigheid kon ze amper lopen, ze was volledig aangewezen op taxi's. Maar ze genoot volop van de reis. Op een ochtend, vorige maand, beantwoordde ze de telefoon niet - om beurten belden haar vrienden haar om negen uur 's ochtends wakker. De brandweer vond haar bewusteloos in bed. In het VU-ziekenhuis kwam ze nog bij kennis en bleek ze nog steeds over humor te beschikken. Op de vraag van de verpleegkundige of ze ergens allergisch voor was, antwoordde ze: "Mosselen, spinazie en vervelende mensen."

Aan haar zieke longen was niets meer te doen. Loek stierf in alle rust.

Marie-Louise Frohn-De Winter werd geboren op 9 juli 1929 in Amsterdam; ze stierf in deze stad op 22 augustus 2015.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Napels lokte psychologe Loek Frohn, maar haar Amsterdam verlaten, dat was toch een brug te ver.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden