Geen vriendschap maar recht in Gaza

Europa mag niet lijdzaam afwachten tot een volgende Gaza-oorlog. Het moet het internationaal recht tot inzet van haar beleid maken, aldus René Grotenhuis.

Voor de zevende keer in tien jaar bezocht ik onlangs Israël en Palestina (inclusief Gaza). Er zijn weinig conflicten in de wereld die zo muurvast lijken te zitten. En zes maanden na de Gaza-oorlog is er nog nauwelijks sprake van wederopbouw. Met de nieuwe regering van premier Netanyahu is het perspectief op vrede alleen maar somberder geworden. Europa kan niet afwachtend toekijken bij een politieke logica die onvermijdelijk tot de volgende oorlog leidt.

Van het nieuwe kabinet van premier Netanyahu, dat deze week tot stand kwam, is niets te verwachten dat het de oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict dichterbij kan brengen. Het kabinet is nog een paar slagen onverdraagzamer dan het vorige en sommige ministers hebben al laten weten niets te moeten hebben van een tweestatenoplossing. De Westelijke Jordaanoever wordt door hen consequent aangeduid als Judea en Samaria en is onderdeel van het land Israël. Palestijnen doen er beter aan te vertrekken naar de buurlanden.

De nieuwe minister van justitie heeft eerder gepleit voor het beperken van de rol van het Hooggerechtshof. Overigens noemde de krant Haaretz (19 april 2015) onlangs de acceptatie door het Hooggerechtshof van de wet die schadeclaims mogelijk maakt tegen organisaties die oproepen tot boycot van producten uit de nederzettingen op de Westbank, een schande en een aanfluiting voor het recht.

Netanyahu heeft zijn verkiezingscampagne gebaseerd op angst en macht. Angst voor de bedreigingen die op Israël afkomen. Allereerst het nucleaire programma van Iran, vervolgens Hezbollah en Hamas, en tot slot de chaos in het Midden-Oosten (IS, Al-Qaida). Hij verzekerde zijn kiezers dat met hem als premier Israël altijd zou laten zien wie de machtigste is. Die boodschap kwam aan. Hoewel er lange tijd een nek-aan-nekrace leek te zijn tussen Likud van Netanyahu en de Zionistische Unie van Herzog, bleek op de verkiezingsdag dat veel mensen in het stemhokje toch hun angst voor de dreiging en hun vertrouwen in de macht hadden laten prevaleren.

Oorlogen

In de logica van de politiek moeten die bedreiging en de macht beide tot uitdrukking komen. Politieke boodschappen verliezen hun impact als ze niet in de praktijk bewezen worden. Daarom is oorlog onderdeel geworden van de Israëlische politieke logica. Er is geen beter instrument om de bevolking te overtuigen van de realiteit van de dreiging en van de beschikbare macht. De oorlogen van de laatste jaren (drie Gaza-oorlogen en een Libanon-oorlog) zijn geen toevallig gevolg van uit de hand gelopen conflicten. Ze zijn de onvermijdelijke elementen van een politieke logica.

Europa heeft jarenlang een politiek van constructieve dialoog gevoerd: we blijven in gesprek om invloed uit te oefenen op de Israëlische regering in de richting van een vredesregeling. De invloed van Europa is nooit groot geweest, maar is inmiddels tot het nulpunt gedaald. De Europese stemming over de verhoging van de status van de Palestijnse Autoriteit binnen de VN (sommige landen steunden dat, andere onthielden zich van stemming), het besluit van Zweden om Palestina te erkennen, en eenzelfde besluit in het Franse parlement, hebben Netanyahu en andere hardliners binnen Israël tot de overtuiging gebracht dat Europa geen bondgenoot is. En in de logica van het vijanddenken betekent dat het einde van Europese invloed.

Europa moet daarom zijn positie opnieuw bepalen en zich vooral afvragen of het lijdzaam wil wachten tot de volgende Gaza-oorlog. Nu zijn invloed in de realpolitiek tot het nulpunt is gedaald, moet Europa het internationaal recht niet alleen verbaal, maar ook daadwerkelijk tot inzet van zijn beleid maken.

Israël noemt zich de enige democratie in het Midden-Oosten. Palestina heeft zich gemeld als lid van de internationale gemeenschap. Beide mogen en moeten gehouden worden aan het internationaal recht. Dan is er voor Europa veel te doen.

Allereerst moet Europa consequent vasthouden aan het ingezette beleid rond de labeling van producten uit de nederzettingen op de Westbank.

Daarnaast moet Europa de blokkade van Gaza niet langer accepteren, omdat die een collectieve straf is en daarmee in strijd met het internationaal oorlogsrecht.

Ten slotte moet Europa consequent werken aan nieuwe Palestijnse verkiezingen en een nieuwe regering: zowel de regering van Abbas op de Westbank als die van Hamas zijn niet legitiem. Steun aan de Palestijnse autoriteit moet afgebouwd worden en het associatieverdrag met Israël moet stap voor stap bevroren worden, als geen voortgang wordt geboekt.

Consequenties

Als Europa het internationaal recht serieus neemt, verbindt het er ook consequenties aan. De patstelling moet worden doorbroken. De Europese evenwichtspolitiek om met beide partijen op goede voet te blijven en zo invloed uit te oefenen in de richting van een tweestatenoplossing, heeft niet gewerkt. En partij kiezen heeft geen zin in dit vastgelopen conflict. Alleen door consequent het internationaal recht als uitgangspunt te kiezen en van daaruit in woord en daad te handelen, kan Europa voorkomen dat de ministers over een paar jaar, bij de volgende oorlog, weer oproepen tot terughoudendheid en een wapenstilstand en hun zorg uitspreken over de burgerslachtoffers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden