Geen veilige haven meer voor oorlogsmisdadiger

Met de recente veroordeling van twee hoge Afghaanse militairen hebben politie en justitie van de rechter de bevestiging gekregen op de goede weg te zijn: Nederland lijkt niet langer een veilige haven voor oorlogsmisdadigers.

Joost van Slobbe en Digna van Boetzelaer, respectievelijk verantwoordelijk leider van het opsporingsteam oorlogsmisdrijven van de nationale recherche en teamleider van het landelijk parket, zijn dan ook erg ingenomen met het vonnis van de Haagse rechtbank. En niet alleen omdat de strafeis van twaalf en negen jaar werd overgenomen. Van Slobbe: “De signaalfunctie die ervan uitgaat is belangrijk. Voor de slachtoffers van marteling betekent het een zekere genoegdoening dat Nederland dit soort zaken aanpakt.“

Maar het risico blijft bestaan dat de rechter in toekomstige gevallen anders beslist.

Van Boetzelaer: “Betekent dat dan dat we maar geen zaken meer moeten aanbrengen? Het alternatief is dat er niets gebeurt. De aard van deze zaken, die tot de zwaarste gerekend worden, maken het waard om voor de rechter te brengen. Als een zaak stukloopt op juridische punten is dat heel jammer, maar evengoed geef je dan een signaal af.“

Wat is er veranderd sinds de opheffing van het Novo-team? Dat speciale opsporingsteam bracht in de vijf jaar van zijn bestaan niet één zaak voor de rechter.

Van Slobbe: “Dat team richtte zich vooral op dossieronderzoek. Twee jaar geleden ging het roer, onder druk van de politiek, helemaal om. Het opsporingsteam is uitgebreid van 8 naar 22 man. We hebben gezocht naar ervaren rechercheurs met diplomatieke vaardigheden, pioniers die tegen de stroom in bewijs kunnen vergaren. Zij komen immers in gebieden waar de paden niet geplaveid zijn, waar het moeilijk opereren is, en waar geen of instabiele overheidsinstanties zijn. De druk om zaken voor de rechter te brengen is groter geworden.“

Waar komen zaken vandaan?

Van Boetzelaer: “Voor een groot deel zijn we nog afhankelijk van de dossiers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Het betreft asielverhalen van mensen die zich in eigen land mogelijk hebben schuldig gemaakt aan oorlogsmisdrijven. Ook maken we gebruik van rapporten van bijvoorbeeld Amnesty International of de Verenigde Naties. Daarnaast hopen we op concrete aangiftes, al zijn dat er op dit moment niet veel. Misschien helpt een strafzaak als tegen die Afghanen slachtoffers over de streep te trekken.“

Hoeveel zaken kunnen we binnenkort voor de rechter verwachten?

Van Boetzelaer: “Volgende maand dient de zaak tegen de Nederlandse zakenman Van A. die grondstoffen voor mosterdgas leverde aan het regime van Saddam Hoessein. In het voorjaar volgt de zaak tegen Guus K. die wapens zou hebben ingevoerd in Liberia en met zijn milities hebben meegevochten aan de kant van Charles Taylor. Over aantallen zaken doe ik verder geen mededelingen.“

Van Slobbe: “Laat ik dit zeggen: met 22 man kun je met het oog op die signaalfunctie prima resultaten halen, al kun je niet tien zaken tegelijk doen. Kwestie van prioriteiten stellen. Maar als ik er morgen honderd man bij krijg, heb ik die ook aan het werk.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden