Geen tranen om verval in de ruime Moederkerk

Rooms-katholiek Nederland heeft gevierd dat het zich in 2003 mag verblijden over 150 jaar 'Kromstaf' of bisschoppelijke hiërarchie. Vieren? Blij? De kranten staan deze dagen vol van schreien en tranen. Dat wenen weer mag; en een professor in huilen zal je tranen analyseren. Wat valt er te feesten voor een kerk met zoveel verval, erosie, teloor, zinken en verdwijnen? Toch opvallend weinig tranen in Tilburg op een symposium over de K van kwijnen en katholiek.

Huilen mag, ook over de Moederkerk. Maar de professor kerkgeschiedenis waarschuwt dat zijn eventuele tranen vandaag alleen maar komen van de pillen en de griep, niet van het droeve onderwerp van zijn betoog: de teloorgang van de katholieke cultuur.

Prof. Peter Nissen uit Nijmegen was dinsdag de eerste van een aantal zeergeleerde sprekers op een samenkomst van de Tilburgse theologische faculteit. Allen beseften dat hun kerk florissanter tijden had gekend, maar allen stemden in met het refrein van het beroemde vers van Anton van Duinkerken tegen diens naamgenoot, NSB-voorman Mussert: Dáárom, Mijnheer, noem ik mij katholiek! Dat wil zeggen: het uitroepteken hadden zes van de zeven heren vervangen door een bescheiden 'toch' of misschien wel 'toch?'.

Met het hernemen van die beroemde regel werd het Tilburgse symposium alsnog een bescheiden hommage aan de literator en het boegbeeld van de katholieke culturele emancipatie in Nederland: Van Duinkerken, die honderd jaar geleden werd geboren. Dat eeuwfeest is tamelijk geruisloos voorbijgegaan, want -zegt Nissen- met de uitvaart van Van Duinkerken (prof. W. Asselbergs) in het beruchte jaar 1968 werd ook 'de katholieke cultuur' als zodanig ten grave gedragen. Ook die week vaardigde paus Paulus VI zijn encycliek uit 'tegen de pil', wat zou stuiten op een massale ongehoorzaamheid. Daarmee was in Nederland de strijd tegen de overdreven gezagsgetrouwheid van de katholieken beslist.

Voor Nissen als historicus heeft het 'daarom toch katholiek' alles te maken, net als voor Van Duinkerken, met dat katholieken 'niet van gisteren', niet van eergisteren zijn, maar geworteld staan in twintig eeuwen. Want wat de historicus ook vermag af te dingen op die traditie, deze fascineert tot de dag van vandaag, om haar grote samenhang van kunst en denken en mystiek. Nissen liet een aantal 'nieuwe katholieken' van de afgelopen eeuw opdraven, namen als Chesterton, en Graham Greene, Paul Claudel en Jan Toorop - grote geesten voor wie alleen de Moederkerk ruim en eeuwig en objectief genoeg was en voor wie elke protestantse kerk, hoe vrijzinnig, orthodox of grote-vriend-van-Jezus ook, een te benepen huis zou zijn. Het spreekwoordelijke moralisme en klerikalisme nam menigeen min of meer op de koop toe. Ondertussen hebben secularisatie en individualisering hun werk grondig gedaan. Christus en zijn kerk hebben voor grote massa's hun betekenis verloren en daarmee konden ze ook niet langer samenhang en kader bieden voor een 'katholieke cultuur'.

De ondergang van de katholieke zuil, het kwijnen (en rijzen?) van de volksdevotie en katholieke rituelen en het verdwijnen van het ooit wereldberoemde exportartikel van de katholieke theologie - de godgeleerden die ze bespraken maakten er geen depressieve middag van. De afbraak van de zuil betekende naast verlies en spijt óók opluchting en bevrijding, het succes van de katholieke verzuiling bracht isolement en controle. De theoloog Nic. Schreurs ziet de grote dagen van de theologie uit de jaren zestig , zeventig niet terugkomen. Trouwens ook de protestantse theologie heeft minder prestige dan voorheen. Liggen de rk theologen in Nederland 'achter de dijken' zoals kardinaal Simonis hun 'afstandelijkheid' jegens de kerk hekelt? Schreurs ziet die distantie ook. Direct contact tussen theologen en bisschoppen is er weinig; bisschoppen vragen zelden advies, uiten omgekeerd ook niet vaak dreigementen.

'Achter de dijken' liggen, nee dat doet de theoloog dr. Erik Borgman bepaald niet, vindt hijzelf. Over het thema 'erosie van de hiërarchie' had hij kritisch nagedacht, met verrassend resultaat, om te beginnen over het woordje 'hiërarchie' zelf, dat zoveel betekent als een 'heilig begin', een 'heilige hoogste macht', die altijd in spanning staat met het 'dwaze', 'kleine', 'geringe' dat aldus Paulus is uitverkoren om het sterke te beschamen.

Was het een theologisch betoog? Was het een preek? Borgman stelt een bisschopsambt voor ogen dat niet primair zijn legitimiteit zoekt en vindt uit zijn begin, zijn 'apostolische successie', maar in zijn hier en nu een kerk te realiseren die 'een licht voor de volken' is en ,,werkelijk verbonden met 'de vreugde en de hoop, het verdriet en de angst' van mensen''.

Dat komt volgens Borgman dichterbij in 'zwak hiërarchisch' denken. De ware heiligheid van het bisschopsambt ziet hij in het besef dat de hiera archè, het 'heilige begin', steeds opnieuw gegeven moet worden. 'Herstel van de hiërarchie' is dan ook niet iets wat je na 150 jaar gaat zitten herdenken, maar wat steeds opnieuw moet gebeuren, in aan de tijd aangepaste vorm.

Wat is een goede bisschop? Met instemming sluit Borgman zich aan bij de primaat van de anglicaanse kerk, aartsbisschop Rowan Williams, die het prediken schetst als de ene hongerige die andere hongerigen vertelt waar voedsel is te vinden. Een bisschop, vinden Williams en Borgman, is vaak te druk met besturen om zijn eigen honger werkelijk te laten versmelten met die van de mensen en met hen te zoeken en samen iets te vinden. Dat de oude structuur zelf garant staat voor een levende verbinding met het heilige verdient een gezond wantrouwen. De bisschop is degene die aanspoort om in het zoeken te volharden.

Het laatste woord in Tilburg was overigens niet aan de voorzichtige zoekers van het 'en toch' maar voor de Bossche plebaan dr. Antoine Bodar, die de dag van een stevig uitroepteken mocht voorzien: daarom!

De crisis in de kerk ontkende hij niet en zeker, een cultuur die niet meer strééft gaat teloor, katholiek of niet. Hij kon als parttime Romein de aanwezigen verzekeren: katholieke theologie en cultuur was levend en wel - elders, niet hier waar ,,de lompheid regeert''.

Bodar herhaalde dat zijn kerk haar ideaal hoog houdt, maar als een moeder mild is in haar praktijk. Dat was de 'Latijnse' manier; de 'Germaanse' wil de wet altijd aanpassen aan de realiteit; de Latijnse manier was dus altijd beter, zo viel te begrijpen. De plebaan hekelde dat het in de media -hij spreekt uit ervaring- altijd uitdraait op wat de kerk over condooms en homoseksualiteit vindt. Voor Bodar gaat het daar in zijn geloof niet om. Wat hem betreft zwijgt de kerk over ,,wat er tussen de lakens'' gebeurt. Het gaat om het 'door God bewogen' worden, een verinnerlijking van het geloof. Van de protestanten mogen rk priesters hier leren om beter (niet per se langer) te preken, over het mysterie om in Christus te geloven, en de liturgie moet zo zijn dat mensen door haar gegrepen worden, eerder dan dat ze alles begrijpen. Weer leren bidden, in plaats van praten en ruzie maken, en weer 'fier zijn' op het katholieke geloof: ,,Dat zal het communiceren met moslims makkelijker maken'', verzekert Bodar. Voor hem is het opdoeken van katholieke scholen zonder fiere identiteit geen verlies.

Het wordt één toehoorder te veel, al die katholieke stelligheid. En inderdaad, wat in de middag Borgman had verwoord over de zegeningen van zoeken en honger en een 'zwakke' hiërarchie was door Bodar niet gehoord, laat staan meegenomen. Maar de plebaan krijg je daarmee heus niet jankend in zijn hok. ,,U wilt van mij horen dat we 't allemaal niet meer weten; nou, ik weet het toevallig wél.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden