Geen spijt van band met kerken in DDR

De auteur is hervormd predikant te Eibergen en lid van een plaatselijke werkgroep die sinds september 1987 de contacten tussen hervormd en gereformeerd Eibergen en de evangelisch-lutherse kerk van Dambeck-Beidendorf (Mecklenburg) coordineert.

Het zijn prangende vragen die Gerrit Mensink in de Podiumrubriek (28 februari) zichzelf en anderen stelt over de waarde van de contacten tussen westerse kerken en die in de vroegere DDR. Hebben we, zo werpt Mensink op, door onze verdediging van de evangelische kerk in OostDuitsland, het systeem daar gelegitimeerd en meegewerkt aan de instandhouding ervan?

Mensink (lid van de landelijke contactgroep Nederland-Oost-Duitsland namens de hervormde en gereformeerde kerken) roept met deze bijdrage aan de discussie over de taak en de positie van de evangelische kerk in Oost-Duitsland misverstanden op over de intentie en de betekenis van de contacten tussen de kerk daar en hier.

Bij de beoordeling van de situatie waarin de Oostduitse evangelische kerk zich nu bevindt, kan het historisch perspectief niet gemist worden. Een burgerlijke conservatieve kerk die in de nationaal-socialistische periode maar zeer ten dele de kant van de Bekennende Kirche koos, kwam na de oorlog in een totaal nieuwe situatie terecht, waarvoor eigenlijk geen modellen voorhanden waren. Het ontstaan van de DDR en de daaruit voortvloeiende splitsing van de evangelische kerk in Duitsland, dwongen de Oostduitse kerk na te denken over de koers die zij moest varen in deze onzekere omstandigheden. De positie die uiteindelijk werd ingenomen, was die van een kerk niet voor, tegen of naast, maar in het socialisme.

Dat deze keuze niet door alle kerkleden gedeeld dan wel praktisch gesteund werd, is duidelijk, evenals de constatering dat de kerk geen eenheid was en dat haar koers hoofdzakelijk bepaald werd door enkele leidinggevende

uren.

Wederkerigheid

De houding ten opzichte van de kerken in Oost-Europa is tot nu toe steeds gekenmerkt geweest door wederkerigheid binnen de partnerrelaties met zustergemeenten daar. Dit was nu juist wat de gemeenten in de voormalige DDR zo vaak misten in hun contact met de kerk in de Bondsrepubliek. De Nederlandse kerkleden roepen en riepen niet het beeld op van de 'grote broer' die weet hoe het hoort.

Juist dit beeld kwam bij mij boven bij lezing van Mensinks artikel: "De ex-DDR-burgers moeten gaan ontdekken wat hun staat echt was. (...) Ze zullen moeten gaan beseffen dat er geen nieuw begin gemaakt kan worden door net te doen alsof er in de afgelopen vier decennia niets gebeurd is. (...) Wij kunnen niet werkloos blijven toezien (...), wij zullen een helpende hand moeten uitsteken." Deze zinsneden hebben een neerbuigende ondertoon, die mijns inziens niet past in een echte partnerrelatie met een zusterkerk.

Wederkerigheid is in het algemeen een moeilijk begrip voor kerken in het Westen ten opzichte van de Derde Wereld en ook in relatie tot onze Oosteuropese geloofsgenoten. Maar het is wel de enige mogelijkheid om elkaar serieus te nemen en zo ook zelf voortdurend aan en af te leren.

Ter illustratie hiervan het volgende voorbeeld, ontleend aan een gezamenlijk weekend van een hervormd-gereformeerde werkgroep uit Eibergen (waarvan ik deel uitmaak) en een groep van de evangelisch-lutherse kerk van DambeckBeidendorf. Wij hadden voorgesteld het zojuist in het Duits vertaalde boekje van ds. Rootmensen, 'Veertig woorden in de woestijn', als leidraad te nemen. We waren er vast van overtuigd dat dit een goed model was om onze verschillende ervaringen aan te toetsen. Maar het pakte anders uit: de Oostduitse contactgroep voelde er niets voor. De strenge systematiek en vorm ervan riepen associaties op aan allerlei vroegere staatsdocumenten, die bestudeerd dienden te worden.

Zelfonderzoek

Terugkomend op de vragen die Mensink zich stelt, de gedachte dat de kerken in het Westen het DDRsysteem misschien hebben gelegitimeerd: zeker moet er alle ruimte zijn voor zelfonderzoek. Maar we hoeven niet te vervallen in de teneur die nu vaak in de linkse pers valt waar te nemen: "We hebben lange tijd kennelijk op het verkeerde paard gewed."

We moeten constateren dat het socialistisch experiment zoals dat in de DDR gestalte werd gegeven, mislukt is. En dat die mislukking veel leed met zich heeft meegebracht. De geestelijke en materiele schade zal zeker nog een of meer generaties voelbaar blijven. Als kerk behoren we ons daarbij niet in de handen te wrijven.

Wel mogen we toegeven dat de DDR een aantal positieve sociale elementen bevatte, bijvoorbeeld min of meer gelijke kansen voor de burgers (eerste levensbehoeften, inclusief openbaar vervoer en cultuur, betaalbaar voor iedereen). Ik sluit mijn ogen niet voor de bevoorrechte positie van de nomenclatura, de armetierigheid van het bestaan van de gewone man en de vreselijke druk van de politiestaat, maar wil aan dit positieve aspect niet voorbijgaan. Dit hoeft geenszins te betekenen dat je het systeem legitimeert.

Het is ronduit naiefen dubieus te stellen: "Hadden wij niet voortdurend aan de weg moeten timmeren en moeten wijzen op de toestand in de DDR, op het gevaar af de contacten in gevaar te brengen?" De kerkleden in Nederland die al voor de Wende contact hadden met christenen in de DDR, hebben van de aanvang af geweten dat aan deze contacten allerlei beperkingen verbonden waren. Ze waren niet aangegaan om het systeem daar omver te werpen, maar om iets van wezenlijke christelijke solidariteit tot uitdrukking te brengen. Allerlei activiteiten die als provocerend opgevat konden worden pasten, daar niet in. Daarvan zou zeker door de autoriteiten misbruik zijn gemaakt. Maar zou het gedwongen verbreken van de contacten bemoedigender zijn geweest voor de kerken daar?

De bedoeling van mijn artikel is niet tegenstellingen op te roepen binnen de kerkelijke contacten met Oost-Duitsland. Ook wil ik niet ontkennen dat de oproep van Gerrit Mensink veel waardevols bevat. Maar er is ook een andere kant aan het verhaal.

De ontmoeting met christenen in Oost-Duitsland voor en na de Wende is en was voor mij en vele anderen een bijzondere beleving en een groot voorrecht: hartelijke en indringende contacten van gemeenteleden, een voorganger die ook voor de opening van de grens duidelijk positie koos in politieke en maatschappelijke vragen en daaraan uiting gaf in prediking en pastoraat. Bemoedigende 'Erfahrungen unterwegs'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden