Geen spat medelijden

Willem Jan Otten schrijft vanaf vandaag maandelijks een essay over films die een leven veranderen: Rite du cinema. Als eerste: Dead Man Walking (1995). "Sean Penn spartelt, niet omdat de executie zo dichtbij is, maar omdat hij op het punt staat zijn misdaad onder ogen te komen."

De geschiedenis van verhaal en drama is één lange, samenhangende poging de Vijandelijke Macht overtuigend belichaamd te krijgen, te beginnen met Genesis. Het is erg moeilijk je een modern, westers bewustzijn voor te stellen dat niet 'geformatteerd' is, of het nu wil of niet, door de gestalte van de slang die de Eerste Vrouw overhaalt om iets te doen wat niet mag. Het kwaad is overtuigend, redelijk, en wettigt je verborgen verlangens - verborgen, omdat ze van je willen dat je een belofte breekt, een waarschuwing in de wind slaat, een innerlijke stem tot zwijgen brengt.

Een film waarin het kwaad overtuigend wordt verbeeld is niet per se de film waarin het 't machtigst en meest diabolisch is. Ik merkte bijvoorbeeld dat Voldemort in de Potter-verfilming - met zijn adembenemend neusloze slangenkop en zijn gruwelijke hese stem - mij vrijwel koud liet, anders dan in het boek, waar hij meer de rol van de op Harry insprekende, en zich in hem nestelende stem krijgt. Alsof op zeker moment Voldemort uit Harry opklinkt.

Er is hier, geloof ik, een paradox werkzaam: hoe erger en manifester het kwaad, des te minder zal de toeschouwer toestaan, laat staan toegeven, dat de 'kwade stem' ervan in hemzelf resoneert. Niet omdat hij of zij zelf zo goed is - maar omdat het kwaad in de hoedanigheid van de Pinguin of Voldemort of de schraapzuchtige reder zich vertoont als tegenstander. Als anders dan de held en de toeschouwer.

In de Bijbel heet hij evenwel Satan - wat verdediger betekent. Het is alsof daarmee gezegd wordt dat hij met de mensen méé denkt en spreekt. Dat is dus ook de strategie van de paradijsslang, en de belangrijkste tactiek is: het goede als tegenstander afschilderen. In dit geval dus: God, zijnde degene aan wie je beloofd hebt de appel niet te eten. Die wordt beticht van waartoe je zelf naar overhelt: egoïsme, vrekkigheid, appelzucht...

Een film met algemeen erkende manifestaties van het kwaad als hoofdpersoon kan het daarom moeilijk hebben. Mij overtuigde 'Der Untergang', met Bruno Ganz als Hitler in de bunker als historische reconstructie, maar niet omdat Hitler mij overtuigde. Ik werd niet wijzer op het belangrijkste punt: kon ik door het zien van deze film beter begrijpen waarom mensen als ik zich hebben laten overtuigen door Hitler? Het was superbe entertainment ¿ en daarin, op een bepaalde manier ook wel 'verontrustend', zoals het modewoord wil ¿, maar het was niet een film die me bezocht. In de betekenis van 'een bezoeking bezorgde'. Zoals bijvoorbeeld wel 'Dogville' van Lars von Trier, waar een goedwillende, bijna in Jezus-navolging levende Grace in één enkele flits besluit om, nadat haar de wapens daartoe zijn gegeven, en haar is ingefluisterd dat het kan, het dorp dat haar inhumaan heeft behandeld uit te moorden, met kinderen en al.

Die moord verschilt, gezien de weerloosheid van de dorpelingen, niet fundamenteel van wat Anders Breivik op Utoya heeft gedaan, toch heb ik in de bioscoop mijzelf en mensen om mij heen zuchten van verlichting horen slaken toen Grace loos ging. Gerechtigheid, na zoveel vernedering.

'Dogville' wordt, begrijp ik, door Breivik genoemd in zijn manifest. Afgaande op zijn Nietzscheaanse Übermensch-denkbeelden, moet hij zich gedurende het eerste anderhalve uur van de film opgevroten hebben van ergernis over Grace' linkerwang toekerende levenshouding, haar weke Imitatio Christi, die boven ieders krachten gaande linkse hobby. Hij zal niet gezucht hebben toen zij haar automatische pistool greep, maar gejuicht.

Het is achtenswaardig van Von Trier dat hij verklaard heeft dat hij zijn film niet gemaakt zou hebben, zo dat Breivik weerhouden had. Maar als je zo exact de toedracht van het kwaad in een verhaal kunt vangen, ¿ en de bovenmenselijkheid van het goede ¿ weet je dat niet jij het verhaal in de wereld hebt gebracht, maar dat het verhaal alleen maar door jou vertolkt is. En natuurlijk wist Breivik zich vertolkt door Grace. Daar had hij Grace niet voor nodig.

Niet dat Breivik persoonlijk vernederd was door de jonge socialisten, laat staan dat er uit zijn manifest blijkt dat hij gepoogd heeft om in navolging van Christus te leven, maar het gaat me om de beweging die de film de toeschouwer laat maken. Met Grace mee wordt de (gewapende) beweging de wraak in gemaakt, de vergelding, het geweld, de moordzucht. En het lucht op!

Het is maar film - maar het is onthullende film, het legt iets bloot wat we, zo lang als we elkaar verhalen vertellen, van ons zelf moeten weten: onze zwakheid, het morele drijfzand waarop we staan, 'het flinterdunne onderscheid tussen cultuur en chaos', om met Joseph Conrad te spreken. En 'weten' is hier: meemaken, op een gecontroleerde, rituele wijze. Het doel van dit meemaken is - behalve een spannend verhaal vertellen - wel degelijk om ons te wapenen, geestelijk. Films als deze fungeren als een rite de passage. Ze 'dompelen ons onder in het vijandig element, we spartelen om boven te komen', zegt dezelfde Joseph Conrad in zijn grote passage-roman 'Lord Jim'.

Film is in de loop van de twintigste eeuw een steeds centralere rol gaan spelen in dit proces van onthulling waarin onze cultuur ieder van ons verwikkelt. De omgang met en het bezweren van satanische machten is al lang niet meer de zaak van de dienstdoende religies, en trouwens, 'satanisch' wordt het kwaad door weldenkende mensen eigenlijk sinds de Tweede Wereldoorlog niet gauw meer genoemd. Het is eerder 'banaal'. Zo noemde Hannah Arendt het. Zij had het proces van Auschwitz-manager Eichmann bijgewoond, en deze kleurloze ambtenaar ziende, schafte zij het woord 'duivels' af en verving het door het meest anti-sublieme woord dat zij in huis had, en sprak van 'de banaliteit van het kwaad'.

Gedenkwaardige formulering - die me vaak dwars zit. Lang heb ik niet begrepen waarom. Tot ik, vermoedelijk in 2000, een film zag die 'Dead man walking' heet, uit 1995. Toen realiseerde ik me dat het me door de woordcombonatie 'banaliteit van het kwaad' moeite kostte om niet ook het goede te banaliseren. Als kwaad banaal is, wat is het goede dan?

Het was niet voor het eerst dat een film de rol van 'filosofie' en 'theologie' overnam. Als het om existentiële kwesties gaat denken we, als gezegd, nu eenmaal verhalend. Jezus sprak niet in wijsgerige vertogen maar in gelijkenissen. Hij daagde ons uit om handelend te denken, concreet, situationeel.

Het gaat hier om een speelfilm met als hoofdpersoon een ter dood veroordeelde. Hij heeft een vrouw verkracht voor de ogen van haar geliefde, en daarna de geliefde doodgeschoten. Zijn vriend heeft de vrouw vervolgens vermoord.

De ter dood veroordeelde wordt gespeeld door Sean Penn - het is een rol die hem heeft geschaard onder de grote acteurs van zijn generatie. Vooral als jongere acteur was hij iemand die kon kijken alsof hij enigszins misselijk was. Er is iets benepens, dunlippigs aan zijn smalle gezicht dat je associëert met 'lage zelfdunk' en va banque. Dit gezicht, en je erbij voorstellen dat het deze voorbedachte misdaad heeft begaan, roept, jawel, de woorden 'banaliteit van het kwaad' op. Later in de film zal hij Breivik-achtige opvattingen over rassen en Hitler debiteren. Er is niets glorieus aan Poncelet, zoals deze schender heet. Dat is een woord dat Ida Gerhardt in haar psalmvertalingen gebruikt, het dekt precies de beluste, voorbedachte rade die aan dit soort misdaad voorafgaat.

Tot zover lijkt er keurig sprake van banaliteit van het kwaad. Maar er is nog een personage - een zuster van de Congregatie van Sint Jozef, die min of meer bij toeval de geestelijke verzorger van Poncelet is geworden. Nonnen van deze orde werken in burgermanskleren, vaak in achterstandsbuurten, dikwijls in het onderwijs. Ze wordt gespeeld door Susan Sarandon. Ze heet zuster Prejean; er is een echte zuster Prejean, op wier boek de film is gebaseerd - Poncelet schijnt de samentrekking te zijn van twee ter dood veroordeelden die zij naar hun terechtstelling heeft begeleid.

Hoe documentair, bijna journalistiek de bron voor de film ook is, het is de schrijver van het scenario, Tim Robbins (tevens de regisseur) op een gebenedijde wijze gelukt om er fictie van te maken. Daarmee bedoel ik dat het verhaal het dwingende heeft gekregen van een ritueel. Van het moment af dat Prejean ruikt dat er toenadering mogelijk is tot de gesloten moordenaar blijkt de film zich te ontwikkelen tot een reeks beproevingen. En niet alleen Sean Penn wordt op de proef gesteld , maar vooral: Prejean. Zij moet namelijk aan den lijve ondervinden wat het inhoudt wanneer je beweert (wat haar christelijke geloof haar gebiedt) dat 'zonde en zondaar niet hetzelfde zijn, en dat iedere zondaar vergeven kan worden'.

Over dat wat het geloof van zuster Prejean vergeven noemt bestaan misverstanden - het belangrijkste is dat het verward wordt met verontschuldigen. En dat is precies wat Sean Penn - als vrijwel alle misdadigers, zeker die waar groepsseks een rol bij heeft gespeeld - aanvankelijk doet. Hij weigert zijn precieze aandeel in de dubbele moord te erkennen; hij plooit het zo dat hij het niet echt zelf is geweest, daar, tijdens de daad.

Het knappe van de dramaturgie is dat je aanvankelijk niet begrijpt wat Prejean bezielt - wat heeft zij in Penn gezien dat haar bemoeienis met hem wettigt? Is zij inderdaad een 'misdaadgroupie', een in haar celibaat gefrustreerde verliefde?

Maar het wordt duidelijk dat zij het verontschuldigingsspel niet meespeelt. Ze heeft geen spat medelijden met hem. Natuurlijk, ze is tegen doodstraf, voert daar zelfs actie om, ze vindt dat geen mens voorbedacht omgebracht mag worden, dat maakt ons tot schenders ¿ maar het gaat haar steeds meer, zou je kunnen zeggen, om het tegendeel van medelijden. Penn moet zijn daad volledig en integraal onder ogen komen. Je zou haast zeggen: genadeloos.

Het is geheimzinnig wat hier gebeurt. Want hoe gedetailleerder hij zijn aandeel in de misdaad erkent, des te onvergeeflijker hij wordt. Dat is precies het proces waar de nabestaanden van de twee slachtoffers in verwikkeld zijn. Die nemen het Prejean mortaal kwalijk dat zij Penn bijstand geeft. De scènes waarin Susan Sarandon zich confronteert met de kapotgerouwde ouders zijn weergaloze staaltjes meerstemmigheid - meermalen weet je maar één ding: vergeving is onmenselijk, de God die hier vergeeft is Breivik.

Daar komt bij dat Penn, die door Prejean een bekendheid aan het worden is in het bittere doodstrafdebat, tijdens een interview de groezeligste racistische opvattingen debiteert. We kunnen met wat goede wil de logica van deze publicitaire zelfmoord begrijpen - hij spartelt, niet omdat de executie zo dichtbij is, maar omdat hij op het punt staat zijn misdaad onder ogen te komen. Zijn verontschuldigingen om zo te zeggen om te brengen. Hij is 'ondergedompeld in het vijandig element'. Hij doet al raaskallend nog één uiterste poging om onbemind, ongewenst, gewetenloos, uitgekotst, kortom, in diepste wezen: een slachtoffer te zijn.

Want ook dat leert ons Poncelet - dat het ook een strohalm kan zijn om als monster beschouwd te worden.

Hoe in de laatste twintig minuten, in de gangen tussen cel en executieruimte, de doorbraak wordt geforceerd, en hoe Prejean, dankzij Poncelet, het punt bereikt waarop ze hem de formidabele woorden kan toevoegen waarmee ze hem zijn dood tegemoet laat lopen - dat is film, niet krant. Er gebeurt niet wat misschien te verwachten viel - dat we sympathie voor Poncelet zouden krijgen. Het is uitzinnig en infaam, van hogerhand en met vertoon van medisch en ingenieurlijk vernuft een mens afmaken, maar daar gaat de film niet meer over, of beter: hij breekt door dit afgrijzen heen ten gunste van nóg een bange afwachting: lukt het Poncelet om te begrijpen wat hij nooit heeft kunnen begrijpen, wat zelfs onaanvaardbaar voor hem is geweest: lukt het hem te beseffen dat er van hem gehouden wordt?

Want dat zijn de laatste woorden van Prejean: "Kijk straks naar mij. Ik wil dat het laatste wat je ziet liefde is."

Nogmaals: tot het bittere eind wordt door de montage iedere neiging bij de toeschouwer om de misdaad te vergeten de kop ingedrukt. Want dwars door deze rite van de Dode Man Onderweg heen zijn de beelden van de misdaad gesneden. Gefilmd van een afstand, tussen de stammetjes van het bos door, maar toch: we krijgen de toedracht te zien, het ware aandeel van Poncelet. Het is alsof hij bevalt van zijn misdaad - terwijl het tot hem doordringt dat er van hem gehouden wordt.

En dat besef van hem doet gelijktijdig zijn uiterste best om ook tot ons door te dringen - als een moeilijke waarheid: wanneer een schender als Poncelet de blik van Prejean beantwoordt, aanvaardt hij de liefde. Dit kan maar één ding betekenen: liefde bestaat en heet vergeving.

"Ze weten niet dat ze al vergeven zijn", heeft Anna Akhmatova geschreven naar aanleiding van de mensen die het martel- en beulswerk voor Stalin deden.

Het is deze montage die van 'Dead man walking' het rituele meesterwerk maakt waar je uiteindelijk alleen naar kunt wijzen. Het moet gezien, omdat het niet te begrijpen, laat staan te beschrijven is, wat je te weten kunt komen.

De keuze van Willem Jan Otten, te zien in De Balie:
26 september Dead Man Walking (1995, Tim Robbins)

Non wil dat ter dood veroordeelde zijn daad onder ogen ziet.

24 oktober Un condamné à mort s'est échappé (1955, Robert Bresson) Gevangene dubt of hij celgenoot meeneemt bij ontsnapping.

28 november Groundhog Day (1993, Harold Ramis) Een weerman leeft elke dag dezelfde dag en zoekt een uitweg uit zijn depressie.

19 december Svyato (2005, Victor Kossakovski)

Tweejarig kind van filmmaker ziet zichzelf voor het eerst in de spiegel.

23 januari L'enfant (2005, Jean-Pierre en Luc Dardenne) Jong stel dat al hosselend overleeft in Luik, krijgt een kind.

27 februari The Truman Show (1998, Peter Weir)

Hoofdpersoon Truman zit in een realityshow, maar weet het als enige zelf niet.

26 maart Il vangelo secondo Matteo (1964, Pier Paolo Pasolini) Jezusverfilming van controversiële regisseur kreeg destijds lof van het Vaticaan.

23 april Stand van de maan (2001, Leonard Retel Helmrich) Documentaire over een Indonesische familie; jongen bekeert zich tot islam.

28 mei Bad Lieutenant (1992, Abel Ferrara) Rechercheur loopt vast in verkrachtingszaak.

25 juni Stalker (1979, Andrej Tarkovski) Hoofdpersonen dolen door een hermetisch afgesloten zone. Mythische klassieker.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden