Geen spandoeken of spreekkoren tegen een strengere Vreemdelingenwet

DEN HAAG - Geen spandoeken, geen spreekkoren. Inperking van de toelating van vreemdelingen wekt de volkswoede niet op. En de potentiele vluchtelingen die met strengere regels geconfronteerd zullen worden, kunnen uiteraard niet naar het Binnenhof komen, want die zijn nog naamloos.

De Vreemdelingenwet, waarover de Tweede Kamer deze week spreekt, dateert uit 1965 en is in de eerste 25 jaar nauwelijks op hoofdpunten veranderd. Als er al wat aan werd gesleuteld, ging het vooral om de verbetering van de rechtspositie van de vluchteling, de immigrant of de buitenlander die om een andere reden tot Nederland toegelaten wilde worden. Vreemd misschien - in het licht van vandaag - want in die periode verdrievoudigde het aantal vreemdelingen alhier van 210 000 in 1965 naar 640 000 eind 1989.

Sinds het aantreden van het kabinet Lubbers/Kok is de wet constant aan herziening onderhevig. Ook op aandringen van de Tweede Kamer. Een kort rijtje:

- 1989: noodwetje detentie asielzoekers op Schiphol.

- 1990: concentratie van kort gedingen bij de rechtbank in Den Haag.

- 1991: verscherping van het toezicht op en beperking van de bewegingsvrijheid van asielzoekers.

- 1992: systematische uitwisseling van gegevens tussen vreemdelingenpolitie en sociale diensten.

- 1993: algehele herziening van de wet, waarbij onder veel meer een versnelde procedure wordt voorgesteld, in bepaalde gevallen geen hoger beroep aangetekend kan worden, een vluchteling naar het eerste land van opvang teruggestuurd kan worden en de invoering van een nieuwe status, de voorwaardelijke vergunning tot verblijf. Die VVTV moet dan de plaats innemen van de gedoogdenstatus (afgewezen asielzoekers die vanwege de nog steeds gevaarlijke situatie in hun land niet teruggestuurd kunnen worden) en de ontheemdenregeling voor ex-Joegoslaven.

Dat er helemaal niemand bezwaar maakt tegen de serie voorgenomen wetswijzigingen, is niet waar. Vorige week 'informeerden' Amnesty International, VluchtelingenWerk Nederland en het Nederlands Centrum buitenlanders de Kamerleden. Vier hoogleraren die te maken hebben met internationaal- en/of immigratierecht hielden een indrukwekkend betoog.

Een van hen, prof. mr. C. A. Groenendijk, concludeerde even kort als kernachtig: “Dit is een kortzichtig en onverstandig wetsontwerp.”

En toen werd het weer stil. De parlementariers, inclusief de koene ridder tegen onrechtvaardigheid jegens een ieder, de PvdA'er Van Traa, realiseerden zich zo vlak voor het debat nog eens in welk lastig parket ze zitten: de voorstellen verdienen weliswaar niet de schoonheidsprijs en gaan zeker heel ver, maar wat dan? Internationaal zit Nederland in een maalstroom. Binnen de Europese Gemeenschap werkt ieder land aan maatregelen om de 'stroom vluchtelingen' in te perken. En beloven we niet op zo'n beetje iedere EGtop mee te werken aan een harmonisatie van het asielrecht?

De enige die in het debat de handen wat meer vrij heeft, is de PvdA'er Van Traa. Hij stemde tegen het Verdrag van Schengen, dat een forse aanzet heeft gegeven voor deze voorstellen. In de voorbereiding van het wetsvoorstel diende hij al achttien 'verbeteringen' (amendenten) in.

Waaronder heel cruciale, zoals handhaving van het hoger beroep, geen uitzetting tijdens het afwachten van de asielprocedure en het handhaven van de mogelijkheid beroep aan te tekenen tegen detentie.

Worden al zijn wijzigingen aangenomen door de rest van de Kamer, dan blijft er in feite niet veel van de voornemens van minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Kosto van justitie over. Maar zo liggen de kaarten niet. Van Traa heeft geen verontwaardigde menigte achter zich.

Eerder moet hij tijdens bezoeken aan de achterban uitleggen waarom de PvdA niet strenger is bij het toelaten van vreemdelingen. Met zijn partijgenoot Kosto wordt hij niet moe uit te leggen dat Nederland een humaan maar stringent asielbeleid voert. Die wegen lijken, gezien de vracht aan wijzigingen die Van Traa heeft ingediend, uit elkaar te lopen. Zij staan deze week op belangrijke punten in wezen tegenover elkaar.

Ook de CDA'er Krajenbrink zit in zijn maag met de situatie. Maar de tegenvoorstellen van Van Traa gaan hem te ver. Die brengen veel weer terug op nul. Dat is te defensief. Een humane toelating is wat hem betreft niet in gevaar. “We kennen het recht van een gemeenschap, een volk. Dat houdt onvermijdelijk een zekere afsluiting in.” Volgens Krajenbrink moet Nederland zich ook geen 'schuldgevoelens aanpraten', dat brengt bestuurders, politici in een 'achterhoedegevecht.'

Wiebenga (VVD) formuleerde het vechten tegen de bierkaai van de PvdA'er anders. “Zo snel mogelijk moet het asielbeleid met dat van onze buurlanden geharmoniseerd worden, op straffe van forse toename van de immigratie.” Waarop Van Traa was van plan laat in de avond voor een vrijwel lege zaal duidelijk te maken waar het hem om gaat: De Nederlandse wetgeving is natuurlijk niet los te zien van de internationale ontwikkelingen. Maar wat hij bij de behandeling van Schengen vreesde, gebeurt: de landen van de Europese Gemeenschap verscherpen alle hun wetgeving ten aanzien van vreemdelingen, waarbij het evenwicht in het geding komt.

Maar er is volgens hem nog hoop. Want zie wat er heeft plaatsgevonden in Frankrijk. Het Constitutioneel Hof heeft grote delen van de nieuwe, strengere asielwet daar verworpen, omdat fundamentele rechten terzijde werden geschoven. De Portugese president deed ongeveer hetzelfde, omdat het Verdrag van Geneve voor de Rechten van de Mens te ver overschreden werd. “Er zijn dus nog grenzen”, sprak Van Traa zich moed in voor zijn latere, in alle opzichten eenzame optreden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden