Geen schaamte maar zelfrespect

Welke Nederlanders hebben zo'n grote invloed gehad op de twintigste eeuw dat na hen de wereld niet meer dezelfde was? Beroemd, berucht of onderschat, wie veroorzaakte een wending in onze levenswijze, markeerde een doorbraak in ons denken? Met het eind van de eeuw in zicht blikt Podium iedere dinsdag terug op invloedrijke landgenoten in de afgelopen honderd jaar.

De afgelopen 'roze' week in Utrecht telde veel activiteiten voor homo's en hetero's. Dat is ook zo op de komende 'roze zaterdag' (26 juni) in Arnhem, overigens zonder de obligate demonstratie door de stad. Het burgerlijk huwelijk zal Paars openstellen voor lesbo's en homo's. En ook een betere regeling van de rechten en plichten van gelijkgeslachtelijke ouderstellen lijkt in het verschiet te liggen. Openheid over homoseksualiteit en gelijkberechtiging van homoseksuele mannen en vrouwen lijken geen brandende kwesties meer, meer en meer zijn homo's en lesbo's 'gewoon hetzelfde' als hetero's. Of de Amsterdamse kantoorbediende Nico Engelschman (1913-1988) dit allemaal op zijn conto zou willen schrijven?

Zeker is wel dat zijn geesteskind, het COC, een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de veranderingen in het denken over homoseksualiteit. In zijn ogen was het van belang dat de maatschappij homoseksuelen zou zien als ,,in de maatschappij bruikbare burgers die, onverschillig op welke post ook, hun plicht weten te vervullen. Daarvan zal mede afhangen of wij eerbied en erkenning kunnen afdwingen bij hen die juist op onze gedragingen zo scherp toezien.''

Engelschman was in de jaren dertig lid van de Revolutionair Socialistische Arbeiders Partij van Henk Sneevliet. Als secretaris van de leninistische Jeugd Garde, de jeugdbeweging, discussieerde hij niet alleen over de betekenis van de Russische Revolutie en de ideeën van Lenin, maar eveneens over de theorieën van de seksuoloog Reich, die in zijn denken Freud en Marx combineerde.

Homoseksualiteit was in deze tijd een ziekte of een zonde. Onbespreekbaar. Er waren tijdschriften noch openbare gelegenheden waar men elkaar kon treffen. Toen Engelschman zich bewust werd van zijn eigen gevoelens, realiseerde hij zich dat alleen een politieke strijd een einde kon maken aan zijn positie als tweederangsburger. Hij zei Sneevliet vaarwel om zich hieraan te wijden.

In de winter van 1940 startte hij met enkele anderen het tijdschrift Levensrecht, waar de Duits bezetter al vroegtijdig een eind aan maakte.

Engelschman kwam door zijn oude politieke contacten in het verzet terecht, al vond hijzelf dat het geen naam mocht hebben. Tijdens zijn onderduik (hij was Jood) nam hij toneellessen.

Na de oorlog werd hij beroepsacteur, een tijdlang bij de toneelgroep De Vijfde Mei, met acteurs die allen principieel hadden geweigerd lid te worden van de Kultuurkamer.

In 1946 zag Levensrecht opnieuw het licht. Maar voor Engelschman bleef een tijdschrift slechts papier. Homo's en lesbo's moest de gelegenheid geboden worden elkaar te ontmoeten, weg van duistere en obscure ontmoetingsplaatsen aan de zelfkant van de samenleving. Eind van dat jaar was het COC een feit; een eigen ontmoetingsruimte volgde snel.

In de ogen van Engelschman hadden homo's en lesbo's dezelfde rechten en plichten als alle andere burgers. Geen schaamte, maar zelfrespect. Alle aspecten die de samenleving op een negatieve wijze in verband bracht met homoseksualiteit zoals promiscuïteit, kortstondige relaties en labiliteit waren in zijn ogen direct gevolg van de maatschappelijke afkeer en onderdrukking.

Het COC diende een politieke strijdorganisatie te zijn. Ontslag wegens homoseksualiteit, afwijzing en uitstoting door familie en vrienden en fysiek en psychisch geweld moesten tot het verleden behoren. Uiteindelijk zouden lesbo's en homo's hun ware zelf moeten kunnen tonen aan de buitenwereld. Ook het gebruik van schuilnamen - zelf heette hij 'Bob Angelo' - binnen de vereniging moest verleden tijd worden. Voor Engelschman waren de rechten van homo's en lesbo's mensenrechten. Om die reden baseerde de vereniging haar beleid op de Rechten van de mens van de VN.

Om vooroordelen te slechten en acceptatie te bevorderen bepleitte het COC wetenschappelijk onderzoek naar homoseksualiteit.

Engelschman schroomde niet om de politie, die homo's en lesbo's als mogelijke plegers van zedendelicten scherp in de gaten hield, op de hoogte te stellen van de activiteiten van het COC en rechercheurs daar ook bij aanwezig te laten zijn. Zo kon zij zichzelf ervan vergewissen dat er niets ontuchtigs plaatsvond. Zijn strategie bracht de overheid ertoe het COC te tolereren. Frequent contact met het COC deed wetenschappers beseffen dat homo's en lesbo's 'gewone' mensen waren. Begin jaren zestig pleitten zij voor de acceptatie van 'de homoseksuele naaste'.

,,Heel langzaam wint het inzicht veld, dat ras, kleur, geloof en levensovertuiging geen reden tot discriminatie of vervolging mogen zijn. Heel langzaam zal dan de opvatting veld winnen, dat homophielen volstrekt gewone mensen zijn met dezelfde menselijke tekortkomingen en liefdegevoelens als alle anderen'', aldus Engelschman in 1949.

Zijn ijver als directeur van het COC-bureau, als redacteur van Levensrecht (later Vriendschap), als regisseur van toneelstukken in verenigingsverband en als voorzitter van het COC van 1946 tot 1962, hebben deze veranderingen zeker mogelijk gemaakt. Om hem te eren stelde het COC de Bob Angelo-penning in en noemde Amsterdam de brug bij het homomonument bij de Westerkerk naar hem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden