Geen regen, maar drup

Droogte in de Sahara (\N) Beeld
Droogte in de Sahara (\N)

Het is weer droog in de Sahel. En in Mali ook trouwens. Dus sturen we voedselhulp, anders gaan er mensen dood. Of gaan er mensen dood, omdat wij maar voedselhulp blijven sturen?

Ongenadig schroeit de zon de tot roodbruine pulver gereduceerde aarde. Veel in Kutulo is bedekt met een dun laagje stof. In dit afgelegen dorpje in noordoost Kenia viel de afgelopen twee jaar vrijwel geen regen. Desondanks zegt inwoner Ibrahim Osman: „Water is niet onze topprioriteit, dat ons vee overleeft in de droogte is het belangrijkste.” Het verklaart enigszins waarom het dorp geen overdreven haast maakt met het repareren van twee kapotte waterputten die al sinds jaar en dag zand en stof liggen te vergaren.

In een hut die enige verkoeling biedt, legt Ibrahim Osman het probleem uit waar zijn gemeenschap voor staat. Kutulo beschikt over twee diepe waterputten die wel werken, maar in de wijde omtrek is door overbegrazing geen grasspriet meer te bekennen. Dus moeten de nomaden het ver weg zoeken, tot Ethiopië aan toe. Maar in die graasgebieden heerst weer een watertekort.

De inwoners van de regio centraal Mandera wachten kortom met smart op regen. Die viel op veel plaatsen voor het laatst eind 2006. Dat was het jaar van de vorige grote droogte, die de veestapels aanzienlijk deed slinken. Een ramp voor het gebied, dat op veeteelt drijft. Osman verhaalt over een buurman, die met zijn veertig koeien naar het zuidelijker gelegen Wajir trok en onderweg een kwart van z’n beesten zag doodgaan van uitputting. In goede tijden groeit de omvang van de kuddes weliswaar weer aan, maar de balans is vooral vanwege een razendsnel groeiende bevolking zorgelijk.

Onderzoek van de humanitaire tak van de Europese Commissie (ECHO) toont aan dat het gemiddelde aantal stuks vee per persoon door de jaren heen drastisch is gedaald. „De opbrengst van het land kan slechts een beperkte hoeveelheid dieren ondersteunen, die min of meer constant is gebleven. Tegelijkertijd is de bevolking in de afgelopen veertig jaar verviervoudigd.” Dat stelt Lammert Zwaagstra, die het regionale droogteprogramma van ECHO leidt. Zwaagstra’s grafieken laten zien dat er in noord- en noordoost Kenia evenals in vergelijkbare droge gebieden zoals Darfur en in de Sahellanden steeds minder regen valt. De lijnen vertonen een geleidelijke, maar onmiskenbaar dalende trend. Het is langere periodes droog, onderbroken door een toenemend aantal hevige, maar korte regenperiodes.

Een gevolg is dat ouders voorzichtig beginnen te dromen van een andere toekomst voor hun kroost. Ze willen dat hun kinderen bij de overheid gaan werken of bij een non-gouvernementele organisatie, dat ze ambtenaar of politicus worden en geen herder. Ook het bestaan zelf verandert: gezinnen trekken niet langer rond. Mannen ondernemen langdurige en riskante tochten met koeien en kamelen, terwijl families achterblijven met kleinvee zodat kinderen naar school kunnen.

Waar in het dorre noorden van Kenia de bevolkingsgroei de pan uitrijst, dunt de bevolking in droge gebieden in de Sahel juist uit. „Mensen trekken weg uit de zeer droge woestijn”, zegt hoogleraar Mirjam de Bruijn van het Afrika Studiecentrum in Leiden. „In het noorden van Mali bijvoorbeeld woonden vroeger veel meer mensen.” De Bruijn wijst erop dat niet alle sociale tendensen zijn terug te voeren op droogte en voedselschaarste: „Je ziet een veranderende mentaliteit bij jongeren. Die hebben door scholing meer opties gekregen.”

Uit de Sahara trekken mensen naar plaatsen waar een mobiel netwerk is, waar elektriciteit is. „De steden en dorpen in de semidroge gebieden groeien heel hard”, zegt de Bruijn. „De strijd om water wordt daar een probleem.”

Wat niet verandert, is de verknochtheid aan de dieren, letterlijk de levensader voor vrijwel iedereen. Dat maakt kwetsbaar in tijden van droogte. Dat droge gebieden in de Sahel en de Hoorn van Afrika door nationale regeringen aan hun lot overgelaten, maakt de situatie er niet beter op. De onverschilligheid van overheden leidt ertoe dat men keer op keer aangewezen is op voedselhulp, onder meer van het wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. Omdat er niet voldoende veevoer is, delen dorpsgenoten het gedoneerde maïsmeel noodgedwongen met hun koeien en geiten.

„We zijn afhankelijk van voedselhulp”, zegt dorpsoudere Isaac Adawa uit Elwak. „Als we die niet delen met de dieren, gaan ze dood.”

Elwak bestaat uit ongeveer 30.000 zielen, vrijwel iedereen bezit wel enkele dieren. Het tekort aan veevoer is nijpend. Adawa verwacht veel van ‘sympathisanten’ en ngo’s. Op de vraag wat de gemeenschap zelf doet om zich te wapenen tegen zware tijden zoals deze, blijft het even stil bij de dorpsoudere. Dan: „Vorig jaar kocht een ngo graszaad voor ons. Dat hebben we geplant, maar omdat de regens uitbleven mislukte het plan.”

Soms lijkt het wel of de noordelijke zuiderlingen een passieve speelbal zijn van natuurrampen, of verleden en toekomst hen in het geheel niet beroeren. Lijkt, want langzaamaan begint men na te denken over langeretermijnoplossingen als alternatief voor structurele hulpafhankelijkheid. Samen met de bevolking onderzochten humanitaire werkers van de Europese Commissie nieuwe mogelijkheden. Daarbij draait het om verhoging van de weerbaarheid tegen droogte, het immer terugkerende probleem.

Voor de verandering keken de betrokkenen nu eens niet naar alternatieve, doch veelal marginale inkomstenbronnen voor de veehouders, zoals de kweek van aloë vera, dat wordt gebruikt in schoonheidsproducten. Je maakt van een boer nu eenmaal niet snel een drogist.

Vee, de hoeksteen van het bestaan in deze contreien, bleef het uitgangspunt. Zo wordt nu structureel aandacht besteed aan een betere gezondheid van de dieren. Herders schakelen voorzichtig over van koeien op kamelen, het woestijndier bij uitstek. Er zal eerder worden gewaarschuwd voor droge tijden, om veehouders ertoe te brengen hun dieren in een eerder stadium te verkopen. Om wat reservekapitaal op te bouwen zijn nieuwe afzetmarkten cruciaal. Daar wordt dus naar gezocht.

In de Sahel bleek Mali in staat een voedselmarkt op te zetten die een deel van de noodhulp overbodig heeft gemaakt. De regering heeft samen met ngo’s voor gezorgd dat transport deels wordt gesubsidieerd. „Er gaan weliswaar nog steeds mensen dood van de honger, maar zo schrijnend als in de Hoorn is het in West Afrika niet”, stelt professor De Bruijn.

Even belangrijk is het creëren en verbeteren van natuurlijke reservoirs die meer en langer water vasthouden. Zoals in het uitgestrekte niets dat Dololo heet, in noordoost Kenia. Aan de rand van deze bloedhete nederzetting gaapt een enorme geul achter een damwand. Het karige groen van de omringende planten en struiken duidt op de aanwezigheid van grondwater, maar het brede reservoir is drooggevallen.

„De bodem is verzilt”, legt een specialist van hulporganisatie Care uit. De plannen om het reservoir verder uit te graven zijn goedgekeurd. „We zullen de opvangcapaciteit verdubbelen. Water kan straks drie maanden tot een jaar worden vastgehouden.”

Tot die tijd is het behelpen. „Een alternatief voor veehouderij is er voor ons niet”, zegt een getaande man, vader van twaalf kinderen bij twee vrouwen. Met een blik op de dorre omgeving lijkt dat een gerechtvaardigde conclusie: in Dololo groeit zo te zien niets eetbaars. Een school is er niet en medicijnen evenmin. Een ziek kind wordt hier in een doek op moeders rug gewikkeld en naar de kliniek gedragen, twintig kilometer verderop. Het is een volstrekt raadsel hoe mensen in dit niemandsland overleven. Op steenworp afstand zijn enkele mannen bezig een grote kuil te graven, om water dat er niet is, op te vangen. „Voedsel voor werk”, zegt de vader van twaalf, doelend op een noodhulpprogramma van de VN. Zo dus.

„Wij houden een aanzienlijk deel van de bevolking kunstmatig in leven, dat vroeger was gestorven”, stelt Lammert Zwaagstra onomwonden. Met ‘wij’ bedoelt de expert de rijke landen die veel geld besteden aan voedselhulp.

Het werpt de vraag op hoe zinvol dit allemaal is. De problematiek in onderontwikkelde gebieden is een onderdeel van onze (westerse) belevingswereld geworden. Beelden van uitgemergelde Afrikanen roepen bij velen een hulpreflex op, niemand wil een medemens van de honger of door ziekte zien sterven. Vrijwel dagelijks zendt het lokale Nairobiaanse radiostation Capitol FM spotjes uit: miljoenen mensen in Kenia riskeren de hongerdood. Luisteraars worden opgeroepen geld te doneren. De regering riep de droogte eerder dit jaar uit tot nationale ramp, een ramp waarvan de omvang ernstiger wordt geacht dan welk gevolg van de mondiale economische crisis dan ook.

Het land heeft een hoog potentieel qua voedselproductie, maar is overgegaan tot massale import van graan, mede mogelijk gemaakt door bakken vol donorgeld. Vergeten wordt vaak dat de voedselcrisis hier voor een belangrijk deel man made is, veroorzaakt door gebrek aan of weinig vooruitziend beleid.

Zo heeft de politieke crisis van vorig jaar een deel van de voedselproductie lamgelegd. In dat licht kan men zich afvragen welk signaal er uitgaat van de aanhoudende humanitaire hulpstroom richting Afrikaanse regeringen, die er een potje van maken.

De omvang van de noodhulp richting Oost-Afrika is inmiddels groter dan die naar de Sahel. De Bruijn: „Veel problemen zijn toe te schrijven aan een gebrek aan goed bestuur.” Niettemin voegt ze eraan toe: „Je lost het probleem niet op door te stoppen met het geven van noodhulp.”

Unicef stelde in haar belangrijkste rapport uit 2008 dat sub-Sahara Afrika te weinig vooruitgang boekt in de bestrijding van honger, het eerste Millenniumdoel. Ondervoeding is een complex probleem, dat vaak genoeg wordt beantwoord met dezelfde reflex: noodhulp. Maar kan men nog spreken van noodhulp als die jaar in jaar uit wordt verstrekt? „Zelfs in goede jaren teert 20 procent van de bevolking in Turkana (noordwest Kenia) op voedselhulp”, zegt een functionaris van de VN.

Van het reguliere noodrantsoen per gezin wordt in noordoost Kenia de maïs gedeeld met de koeien. En zo blijft er voor velen voedsel over voor één maaltijd per dag. Zwaagstra: „Bij catastrofale droogtes zullen we altijd een rampenplan paraat hebben. Hoe dan ook verschuift onze aanpak: we moedigen gemeenschappen aan om zelf oplossingen te vinden voordat zich wéér een noodsituatie aandient.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden