Geen redding maar wel koekjes

Het bootvluchtelingenseizoen begint weer. Precies een jaar geleden stierven op de Middellandse Zee 63 mensen onder het oog van Navo-militairen. Hoe zijn zulke drama's te voorkomen?

Ruim zeventig bootvluchtelingen dobberen stuurloos op de Middellandse Zee. Het eten en het water zijn op, de helft van de opvarenden is al gestorven. Maar er gloort hoop. Op korte afstand vaart een militair schip. Mensen in uniform kijken vanaf het dek door hun verrekijkers en nemen foto's van de bootvluchtelingen. Die houden overleden baby's omhoog en zwaaien met hun lege jerrycans. "Kom helpen", gebaren ze. "We hebben geen brandstof meer, we gaan hier allemaal dood." Het militaire schip vaart langzaam weg. Er komt geen hulp.

Als de rubberen boot vijf dagen later aanspoelt aan de Libische kust zijn 61 van de 72 opvarenden dood. Van uitdroging en uitputting sterven korte tijd later nog twee van de elf overlevenden.

Dit is het verhaal van 63 van de ten minste 1500 mensen die vorig jaar omkwamen tijdens hun poging om vanuit Afrika via de Middellandse Zee naar Europa te komen. Nu de winter voorbij is, zijn mensensmokkelaars weer begonnen om mensen per boot naar Europa te krijgen. De bootjes vertrekken bij voorkeur 's nachts en proberen uit het zicht van andere schepen te blijven. Als het mis gaat, is redding op zee afhankelijk van een toevallige ontmoeting.

Maar met deze opblaasboot, die op 27 maart 2011 vertrekt vanaf de haven van Tripoli, ligt dat anders. De exacte positie is bekend nadat er vanuit de boot met een satelliettelefoon om hulp is gevraagd.

Als de boot kort na middernacht op punt van vertrekken staat, is hij lang niet zo volgeladen met mensen, en zijn er kratten met koekjes en flessen water. Helemaal op het laatst, als de meesten al zitten, laden de smokkelaars veel van de proviand uit om nog meer mensen in te laden.

De druk op de immigranten in Tripoli is extra groot, nu op 19 maart een internationale coalitie onder leiding van Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten vanuit de lucht is begonnen om gevechtsinstallaties van de Libische leider Kadafi te bombarderen. Veel vluchtelingen uit Soedan, Ethiopië, Nigeria, Eritrea en Ghana die al geruime tijd in Libië wonen, zitten nu letterlijk tussen twee vuren, omdat zowel de opstandelingen als de troepen van Kadafi hen niet vertrouwen. Alleen al in maart slaan 350.000 mensen op de vlucht, van wie veel afkomstig zijn uit andere Afrikaanse landen.

Uiteindelijk zitten er 72 mensen in de boot, vijftig mannen, twintig vrouwen, van wie er enkele zwanger zijn, en twee baby's. Dan vaart de boot af, richting het Italiaanse eiland Lampedusa.

Om 14.55 uur vliegt een Frans militair vliegtuig over. Het maakt een foto van de boot en stuurt die naar de Italiaanse kustwacht. Om 16.52 uur belt de kapitein van de boot, een van de smokkelaars, met zijn satelliettelefoon naar Zerai, een Eritrese priester in Rome, en vraagt om hulp. Hij zegt dat de brandstof voor de buitenboordmotor bijna op is en dat de boot water maakt door de hoge golven.

De Eritrese priester waarschuwt om 18.28 uur de Italiaanse kustwacht. Om 18.40 heeft de kustwacht aan de hand van de gegevens van de satelliettelefoon de positie van het schip bepaald. Om 19.54 uur diezelfde avond zendt de kustwacht een noodboodschap uit naar alle schepen in de buurt om uit te zien naar dit schip. Die boodschap zal in de komende tien dagen elke vier uur worden verspreid. Om 20.07 bevestigt de Italiaanse marine dat het Spaanse oorlogsschip Mendez Nunez, dat onder Navo-vlag vaart, zich op 11 zeemijlen bevindt van de laatst bekende positie van de boot. De Italiaanse kustwacht stuurt voor de zekerheid, om 21.40 uur, nog een aparte boodschap naar het Navohoofdkwartier in Napels met de positie van de vluchtelingen. De Navo heeft immers inmiddels het commando overgenomen van de door Fransen, Britten en Amerikanen begonnen interventie in Libië. De Navo heeft verklaard dat dit deel van de zee onder haar controle valt. Het Italiaanse oorlogsschip ITS Borsini ligt op 37 zeemijlen, en mogelijk bevinden zich vanwege de oorlog in Libië nog meer militaire vaartuigen in dit deel van de zee.

De oproep van de kustwacht lijkt te werken: na een paar uur cirkelt een militaire helikopter boven de boot, die water en koekjes laat zakken. De bemanning gebaart geruststellend dat ze terugkomt. De kapitein gooit dan, tot ontsteltenis van de andere opvarenden, zijn satelliettelefoon en het kompas overboord. Hij is bang dat hij tijdens de redding geïdentificeerd zal worden als één van de smokkelaars. Hij stelt de opvarenden gerust: de redding is immers nabij.

Het loopt anders. De helikopter keert niet terug en haalt ook geen hulp. Tussen de derde en zesde dag raken de brandstof en het drinkwater op. Het schip ontmoet twee vissersschepen. De vissers halen snel hun netten binnen, kennelijk bang dat de bootvluchtelingen daarin zullen drijven en het materiaal zullen beschadigen. Dan varen de vissers weg. De mensen op de boot gaan de een na de ander dood.

Op dag tien is ongeveer de helft van de mensen overleden. Een militair vaartuig komt dan zo dicht in de buurt dat de opvarenden kunnen zien dat mensen in uniform hen door hun verrekijkers bestuderen en foto's nemen. De nog levende opvarenden proberen op allerlei manieren de aandacht te trekken. Maar het schip vaart weg. Wie nog leeft, wacht nu alleen nog op zijn eigen dood.

Op 10 april spoelt de opblaasboot na vijftien dagen aan op de Libische kust bij de plaats Zlitan. De overlevenden worden eerst in Libië gevangengenomen, maar worden na tussenkomst van hulporganisaties vrijgelaten. De acht mannen en één vrouw vragen in verschillende Europese landen asiel aan.

Resolutie vraagt om internationale verdeling van asielzoekers en compensatie van reddende vissers
De overlevenden vertellen een coherent verhaal, zei vorige week Eerste Kamerlid Tineke Strik tijdens de presentatie in Brussel van een rapport over deze bootramp. De reconstructie van de reis is grotendeels gebaseerd op dit rapport.

Strik interviewde vier van de negen overlevenden, namens de Raad van Europa, de mensenrechtenwaakhond in Straatsburg waarvan 47 Europese landen lid zijn. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is aan de Raad van Europa verbonden.

Van de negen overlevenden verblijft de nu 23-jarige Ethiopiër Abu Kurke Kebato in Nederland. Minister Leers van immigratie wil hem uitzetten naar Italië, waar Kebato Europa binnenkwam. Dinsdag werd bekend dat hij van de Raad van State voorlopig in Nederland mag blijven.

Strik, zelf gepromoveerd op migratierecht, vulde de informatie uit de interviews aan met informatie die de Italiaanse, Spaanse en Maltese overheid verstrekten over de positie van hun schepen en de inzet van hun kustwacht. Een team van wetenschappers van de Universiteit van Londen voegde gegevens toe over de stroming en weersomstandigheden. Aan de hand van radargegevens stelden zij ook vast dat zeker 24 schepen van elk meer dan 75 meter lengte hoogstwaarschijnlijk dicht in de buurt van de rampboot waren.

De parlementaire vergadering van de Raad van Europa, waarin afgevaardigden uit de 47 lidstaten periodiek bijeenkomen, stemt nog deze maand over een resolutie die moet voorkomen dat bootvluchtelingen aan hun lot worden overgelaten. Daarin worden onder meer de EU-landen opgeroepen afspraken te maken over de verdeling van asielzoekers. Want de huiver om bootvluchtelingen te helpen wordt in de hand gewerkt door onenigheid over wie verantwoordelijk is voor hun asielprocedure. Vooral Malta krijgt het hier benauwd van. Als Maltese vissers bootvluchtelingen redden, zit het kleine Malta met zijn 400.000 inwoners dan automatisch opgescheept met al die asielzoekers? En moet Malta dat probleem ook al oplossen als Italiaanse vissers de mensen oppikken en vervolgens naar de dichtstbijzijnde veilige haven brengen, die eveneens op Malta ligt?

De resolutie stelt verder dat er moet worden nagedacht over financiële compensatie als commerciële vaartuigen mensen redden. Angst voor vertraging of schade spelen vissers parten. Aangepaste internationale regels moeten kapiteins geruststellen dat zij niet zullen worden beticht van hulp aan mensensmokkelaars wanneer zij bootvluchtelingen oppikken.

Strik erkent dat er nog veel onduidelijkheden zijn over de aanwezigheid van schepen, evenals over de herkomst van de helikopter die koekjes bracht. Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, die beide in het kader van de Navoacties in Libië prominent aanwezig waren in de Middellandse Zee, weigeren tot dusverre de vragen van de Raad van Europa te beantwoorden.

Ook de Navo blijft op haar gegevens zitten en noemt alles 'vertrouwelijk'. In de resolutie wordt de Navo nadrukkelijk opgeroepen het incident zelf te onderzoeken. Bij een eventuele volgende interventie moet de Navo een draaiboek hebben klaarliggen dat duidelijk maakt wat te doen met de vluchtelingenstromen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden