Geen plek voor een Israëls?

Op verzoek van Trouw halen musea een bijzonder kunstwerk uit het depot dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van Frank Lubbers, directeur van museum De Wieger in Deurne.

Dit schilderij is één van de topstukken van Museum De Wieger in Deurne. Toch is het daar niet te zien voor het publiek. "Het is een beetje een lastig schilderij om zomaar op te hangen", zegt directeur Frank Lubbers. Hoezo lastig? Het heeft toch een handzaam formaat en is aangenaam om naar te kijken? Zo'n mooie Israëls laat je toch niet in het depot verpieteren?

Met het schilderij is helemaal niets mis, beaamt de directeur. Sterker nog, het is een van zijn favorieten. De vrouw is waarschijnlijk Sjaantje van Ingen, die vaker model stond voor Isaac Israëls. Een ander schilderij waarop zij is afgebeeld, liggend op bed en verdiept in een boek, werd vijf jaar geleden uitgeroepen tot het mooiste naakt in de Nederlandse schilderkunst. Dat dit doek niet op zaal hangt, heeft te maken met de benarde situatie van het museum, letterlijk en figuurlijk. Het is zo klein dat er geen ruimte is voor een vaste opstelling, waarin dit werk permanent zou kunnen worden getoond. Lubbers: "Als we kiezen voor een permanente presentatie, blijft er geen ruimte over voor wisselexposities, waarmee je de loop erin houdt. Bezoekers willen niet steeds maar dezelfde schilderijen zien in een museum."

Daarom heeft het museum ervoor gekozen om één keer per jaar uit de eigen collectie van in totaal 1600 werken een tentoonstelling te maken. Daarvoor wordt telkens een ander thema gekozen, variërend van zomer- en winterlandschappen tot stillevens of bloemstukken. Ook het onderwerp 'naakten' kwam al eens aan bod en toen heeft dit schilderij op zaal gehangen. Het wordt ook wel eens uitgeleend aan een ander museum, maar in feite is 'Sjaantje' gedoemd tot een verblijf in het depot.

Lastig

Ongelooflijk toch dat een museum zo omgaat met zijn topstuk? Lubbers: "Toen Trouw vroeg om iets uit het depot te halen, heb ik ook geen seconde hoeven na te denken. Al was het wel lastig om er een plek voor te vinden. Het hangt ook niet op zaal, maar in de ruimte meteen na de entree."

Behalve met ruimtegebrek kampt De Wieger ook met een tekort aan geld. "De situatie is uiterst precair", constateert Lubbers. De gemeente moest bezuinigen en heeft de jaarlijkse bijdrage afgebouwd van 250.000 naar 45.000 euro. Dat is amper genoeg voor het onderhoud en het beheer van het gebouw, een rijksmonument, vreest de directeur. Voor het betalen van het personeel - naast Lubbers die twee dagen in dienst is, werkt er nog één betaalde kracht -, het beheer van de collectie en het maken van tentoonstellingen doet hij een beroep op fondsen en sponsors. "Die steunen ons, maar het wordt wel steeds moeilijker." Het museum heeft ook last van het 'randstedelijke denken' in de kunstwereld, zegt Lubbers. "Als ik bij het Mondriaanfonds aanklop voor een bijdrage voor een expositie, vinden ze ons te regionaal. Terwijl de gemeente ons juist verwijt dat we te weinig mensen uit de regio trekken."

Maar de directeur wil niet bij de pakken neerzitten. "Ik hoop dat de economie aantrekt en de gemeente bereid is om er weer meer geld in te steken. Dit is gewoon een heel leuk museum met een mooie collectie, met vooral figuratieve kunst uit het Interbellum die veel mensen aanspreekt." Daar komt bij dat het gebouw De Wieger ook een bijzondere rol heeft gespeeld in de geschiedenis van Deurne. Het is het voormalige woonhuis van de arts en kunstenaar Hendrik Wiegersma (1891-1969). Zijn bijnaam was 'De Wieger' en een kleurrijkere en beroemdere inwoner heeft Deurne waarschijnlijk nooit gehad.

Wiegersma liet het landhuis De Wieger in 1922 bouwen door de architect Cornelis Roffelsen. Het heeft een wonderlijke oud-Hollandse stijl met elementen van de neo-renaissance. Wiegersma was geen doorsnee dokter. Hij schilderde ook en rond zijn dertigste werd die hobby zo serieus, dat zijn patiënten soms onder de verfvegen zijn praktijk verlieten. Daarom werd er een atelier bij het huis gebouwd. Wiegersma had talent, vonden de kunstrecensenten, en dat leidde ertoe dat hij in 1928 een solotentoonstelling kreeg in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Charley Toorop

Het doktershuis werd ook een belangrijke ontmoetingsplek voor kunstenaars. Ossip Zadkine, Aldous Huxley, Constant Permeke, Otto van Rees en Joep Nicolas kwamen er over de vloer. Wiegersma ontwikkelde zich tot een van de belangrijkste kunstenaars van het Nederlands expressionisme van voor de oorlog. Hij nam twee keer deel aan de Biënnale van Venetië en ook aan de Biënnale van Sao Paulo. Met kunstenaars als Charley Toorop en Jan Sluijters gold hij als een grote belofte, maar hij heeft dat niet kunnen waarmaken. Zijn ontwikkeling stagneerde en na de oorlog werd zijn werk als gedateerd gezien, ook onder invloed van de opkomst van de Cobra-kunstenaars.

Wiegersma raakte in vergetelheid, maar is toch blijven voortleven. Niet alleen in het naar hem vernoemde museum en zijn schilderijen, maar ook in het boek 'Dorp aan de Rivier' van Antoon Coolen, waarin Hendriks vader Jacob Wiegersma model stond voor de dorpsdokter. Hendrik Wiegersma zelf is de dokter in Toon Kortooms' boek 'Help de dokter verzuipt'. Beide boeken zijn verfilmd.

Wiegersma had vijf zonen. Zoon Pieter werkte jaren als conservator in museum De Wieger. Ook zoon Friso koos voor een artistieke carrière. Hij was schilder, ontwerper en liedjesschrijver. In 1966 schreef hij het lied 'Het Dorp' voor zijn toenmalige levensgezel Wim Sonneveld. Het voormalige doktershuis in Deurne stond model voor dit lied.

En dan moeten we nog even naar buiten, gebaart Frank Lubbers. We lopen naar het pad naast het museum, dat sinds enkele jaren is vernoemd naar het refrein (zie kader) van het lied 'Het Dorp': Het tuinpad van mijn vader. Nadat dieven het bordje hadden gestolen, is een nieuw exemplaar geplaatst, maar daarop mist het woordje Het. Dat moet de gemeente nog steeds herstellen, zegt Lubbers.

We lopen terug naar binnen. En staan nog even stil bij het schilderij van Israëls. Het hangt dan wel niet op zaal, maar is voor bezoekers wel de eerste blikvanger als ze binnenkomen.

Waarom laat u het daar niet gewoon hangen? Lubbers: "Ja, waarom eigenlijk niet?"

Het refrein van het lied ¿Het Dorp¿, geschreven door Friso Wiegersma voor Wim Sonneveld:

Tuinpad van mijn vader

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden