Geen plannen voor arme mensen

reportage | Het is een van de armste buurten van de stad, de Van der Pekbuurt in Amsterdam-Noord. De buurt zit in de lift, maar de achterstanden verdwijnen niet. Die schuiven gewoon op, naar de randen van de stad.

Huh? Een achterstandsbuurt?" Abdel (17) slentert met twee van z'n vrienden over de Hagedoornweg. Vanouds is dit dé winkelstraat van de Van der Pekbuurt in Amsterdam-Noord. Veel winkels zijn hier in de loop der tijd weggetrokken en wat ervoor teruggekomen is, maakt meestal geen bloeiende indruk. Een belwinkel, een videotheek, drie kappers, een elektronicawinkel, een Turkse bakker.

Dit is een van de armste buurten van Amsterdam. Maar als hem gevraagd wordt of hij daar iets van merkt, haalt Abdel z'n schouders op. "Nou ja", zegt hij, "voor ons is hier niet veel te doen."

Om de hoek, op de Van der Pekstraat, komt Karin net haar huis uit, een vrouw van een jaar of veertig. De buurt gaat vooruit, zegt zij. "Toen ik hier vier jaar geleden kwam wonen, dacht ik: ik wil hier zo snel mogelijk weg. Ik heb een kleine jongen, en die wilde ik hier niet laten opgroeien. Met al die junks en dealers en dat soort zaken."

Maar dat is veranderd. "Hier in de straat is een ander soort winkeltjes gekomen. En er komt een ander slag mensen. Ik hoef niet meer zo nodig weg."

Aan het eind van de Van der Pekstraat ligt het Mosveld, waar drie dagen per week markt gehouden wordt. Het is nu nog een grauw stukje Amsterdam. Aan de ene kant van de markt, in een houten noodgebouw, zit een Albert Heijn. Langs twee andere randen lopen drukke verkeerswegen.

Achmed Yusuf zit met bungelende benen op zijn marktkraam. Tassen verkoopt hij. Maar op deze miezerige middag lopen de zaken slecht. "Sowieso loopt de markt niet zo goed."

Als het aan het stadsdeelbestuur ligt, ziet het er hier over drie jaar heel anders uit. Op het Mosveld moet een nieuw winkelcentrum verrijzen, dat volgens de plannenmakers het 'kloppend hart' wordt van heel Oud-Noord. De markt moet daarom verdwijnen: die wordt over een klein jaar verplaatst naar de Van der Pekstraat.

Marktkoopman Yusuf ziet er weinig in. "Je begint er niets tegen", zegt hij mismoedig. "Hier is het niet veel, de markt. En daar wordt het niet beter, denk ik. Maar ja, wat moet je?"

Amsterdam-Noord kan wel een opkikker gebruiken. Uit 'De staat van de stad Amsterdam', een tweejaarlijkse publicatie van het gemeentelijke Bureau Onderzoek en Statistiek, bleek eerder dit najaar dat de stadsdelen buiten de Ring A10 en boven het IJ (Zuid-Oost, Nieuw-West en Noord) op veel gebieden achterlopen bij de rest van de stad, en dat die kloof de afgelopen jaren groter is geworden.

Ongedeelde stad
Die tweedeling bedreigt het ideaal van de 'ongedeelde stad', dat in Amsterdam hoog aangeschreven staat. Mensen met hoge én lage inkomens moeten in alle delen van de stad kunnen wonen, is de gedachte, en bewoners van het ene stadsdeel moeten niet slechter af zijn dan die van een ander deel. Stadsbestuurders voeren al jaren beleid om een tweedeling te voorkomen, en deden zij dat niet, dan zou die kloof waarschijnlijk nog veel harder groeien. Maar de kloof dichten, dat lukt niet.

Binnen Noord hoort de Van der Pekbuurt, meteen aan de overkant van het IJ achter het Centraal Station, bij de wijken met de grootste achterstanden. Een eeuw geleden was de grond hier goedkoop. Daardoor konden er kleine, maar nette woningen gebouwd worden, die betaalbaar waren voor mensen met weinig geld. Architect Van der Pek schiep er een eer in arbeiders iets goeds te bieden. Er kwamen pleintjes en plantsoenen, met bijna dorpse huizen eromheen. De geknikte straten zag hij als een 'echo van de grachtengordel'. De buurt verdient de status van beschermd stadsgezicht, schreef de Rijksadviseur voor Cultureel Erfgoed vorig jaar al.

Maar in de loop der tijd is de bevolking van de buurt ingrijpend van aanzien veranderd. Wie het zich kon veroorloven, vertrok naar grotere huizen elders, met een tuintje voor en achter. De plaats van de arbeiders van destijds werd vooral ingenomen door Amsterdammers van Marokkaanse en Turkse komaf: tegenwoordig is de helft van de bewoners allochtoon.

Tegelijkertijd stapelden ook de achterstanden zich op. Een derde van de huishoudens hier moet rondkomen van een minimuminkomen (tegen 21 procent gemiddeld in Noord en 17 procent in heel Amsterdam). Meer dan gemiddeld zitten mensen er in de bijstand, ze hebben vaker een lage opleiding, ze klagen meer over hun gezondheid, ze zijn minder tevreden over hun eigen buurt. Enzovoorts, enzovoorts.

De woningen in de buurt zijn intussen hard aan een opknapbeurt toe. De funderingen zijn niet goed meer en veel woningen zijn vochtig en gehorig. Al zo'n tien jaar wordt er gesproken over plannen om daar iets aan te doen. Veel bewoners vinden dat het karakteristieke aanzien van de buurt behouden moet blijven en willen daarom dat alle woningen worden gerenoveerd. Maar volgens woningcorporatie Ymere, eigenaar van bijna alle woningen hier, is dat onbetaalbaar. "Sloop en nieuwbouw die dezelfde uitstraling heeft, is 15.000 tot 20.000 euro per woning goedkoper", zegt regiodirecteur Ron Onverzaagt van Ymere.

Ymere ziet graag een meer gemengde buurt ontstaan, niet alleen voor mensen met weinig geld, maar ook voor bewoners met middeninkomens. "Nee, geen yuppen", zegt Onverzaagt. "Maar als je bouwt voor mensen met iets meer koopkracht, komen er ook weer andere winkels terug, dan gaat de hele buurt erop vooruit."

Maar een beslissing valt voorlopig niet te verwachten. Ymere en stadsdeel Noord hopen dat er andere partijen gevonden kunnen worden die geld willen steken in de buurt. Ymere zelf zit zo krap bij kas dat ze de buurt hoogstens blok voor blok kan aanpakken. Onverzaagt: "En dat duurt alles bij elkaar zeker vijftien, twintig jaar."

Een van de armste buurten van de stad? Een opknapbeurt die zich misschien nog jaren voortsleept? Kan kloppen, maar toch maken Rob Post en Kees Diepeveen, bestuurders van stadsdeel Noord, zich uitgerekend over de Van der Pekbuurt geen al te grote zorgen.

Vooruitgeschoven post
Amsterdam-Noord is bezig zijn imago van achtergebleven gebied kwijt te raken en de Van der Pekbuurt is letterlijk een vooruitgeschoven post in deze trend: die ligt het dichtst bij de binnenstad. "Je ziet nu al veel zogeheten nieuwe stedelingen hiernaartoe komen, mensen van Nederlandse komaf die niet in Amsterdam zijn geboren. Dat is vaak een graadmeter voor de populariteit van een buurt", zegt stadsdeelvoorzitter Post. "Over twintig, dertig jaar is dit het centrum van de stad."

Dat gaat niet vanzelf, het stadsdeelbestuur zet zich er stevig voor in. Een eerste stap was de vestiging van filmmuseum Eye, op de noordoever van het IJ: dat trekt een stroom bezoekers uit de rest van stad en land naar Noord. Meteen naast Eye verrijst nu een nieuw wijkje, Overhoeks, met vooral dure koopwoningen. Nu nog scheiden een stuk braakliggende grond en een kanaal die nieuwe wijk van de Van der Pekbuurt. Maar in de dromen van het stadsdeelbestuur trekt Overhoeks straks ook de hele Van der Pekbuurt omhoog.

"We hebben met opzet geen winkels gepland in Overhoeks", vertelt Diepeveen, binnen stadsdeel Noord verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. "Nu gaan de bewoners van Overhoeks voor hun boodschappen nog met de pont het IJ over, naar de binnenstad. Maar over een paar jaar kunnen ze ook terecht op het nieuwe winkelcentrum op het Mosveld."

Rode loper
In dit visioen speelt de Van der Pekstraat een belangrijke rol. Het stadsdeel en Ymere spannen zich ervoor in dat daar leuke, nieuwe winkeltjes komen - er zitten nu onder meer een kinderboekhandel, een gewone boekhandel, een skatezaak en een paar hippe restaurantjes. Als er straks drie dagen per week ook nog een gezellige markt komt, droomt het stadsdeel, wordt de straat een 'rode loper' die bezoekers van heinde en verre verleidt zich tot diep in Noord te wagen.

Verdwijnen de achterstanden in de Van der Pekbuurt daarmee? Als er een rode loper wordt uitgelegd voor bezoekers van elders, wat moeten de buurtbewoners daar dan mee? "Laat die maar gewoon lekker in de buurt blijven wonen", zegt Post.

Maar dat is Bart Stuart van de huurdersvereniging in de Van der Pekbuurt niet genoeg. Hij zou graag zien dat de bewoners gaan meeprofiteren van wat er in de buurt gebeurt. "Leuk, hoor, die hippe winkeltjes in de Van der Pekstraat. Maar zo'n skatewinkel, dat betekent weinig of niets voor de buurtbewoners."

En waar de buurt wel wat aan heeft, dat wordt wegbezuinigd, zegt Stuart. Twee buurthuizen en een 'moedercentrum' zijn de afgelopen jaren al gesloten. "En dat in een buurt met veel ouderen en veel eenpersoonshuishoudens. Die hebben juist behoefte aan zulke ontmoetingsplekken. Daar wordt de buurt echt niet beter van, hoor."

Wat de huidige bewoners nog de meeste zorgen baart, is de vraag: is er in de toekomst nog wel plaats voor hen in de buurt? Als een buurt in populariteit stijgt, gaat ook de waarde van de huizen omhoog. En als het kabinet zijn zin krijgt, wordt dat vanaf volgend jaar rechtstreeks vertaald in de huurprijzen. Waar moeten de armste buurtbewoners dan heen? "Is dit straks nog een wijk voor ons?", zegt Stuart. "Ik zeg het maar wat cru: er worden geen plannen gemaakt voor arme mensen. Moeten die allemaal weg?"

De beleidsmakers in het stadsdeel begrijpen die zorg. "Nou ja, elders in Noord is genoeg plek voor mensen met lage inkomens, hoor", zegt stadsdeelvoorzitter Post eerst nog. Maar ja, geeft hij toe, die plekken liggen meer naar de randen van de stad. "Het is deels een autonome ontwikkeling: de lage inkomens worden naar buiten geduwd."

Ook Ymere ziet het gebeuren, overal in de stad. Buurten die niet al te ver van het centrum liggen, worden nu aangepakt, en meteen schieten daar de prijzen omhoog. De kloof tussen de rijkere en armere delen van de stad verdwijnt daardoor niet, maar schuift op. "Pas op voor getto's aan de randen van de stad", zegt Onverzaagt van Ymere. "Als je niets doet, ontstaan die vanzelf."

Even iets kleins
Maar de Soepboer zit goed. Een half jaar geleden begon Mike Lubben met z'n restaurantje halverwege de Van der Pekstraat en de loop zit er al stevig in. "We zitten hier goed, dichtbij de binnenstad, voor een huur die nog te betalen is. En we trekken precies het publiek waarop we hoopten: van mensen uit de buurt met weinig geld die even iets kleins komen eten tot en met de stadsdeelbestuurders."

Een achterstandsbuurt? "Dat merk ik alleen 's avonds als ik wegga, tegen tienen. Dan is het donker, er hangen jongeren rond waarvan je niet weet wat ze gaan doen. Niets misschien, maar het geeft een onveilig gevoel."

Van Karin met haar kleine jongen hoeft er aan de Van der Pekstraat niets meer te gebeuren. "Ik woon hier prima. Die opknapbeurt van de woningen? Van mij hoeft het niet. Ik krijg die post erover wel, hoor. Maar ik lees het niet. Het zal mijn tijd wel duren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden