Geen plaats voor gasfornuizen in aardgasloos Nederland

Gas wordt afgefakkeld op de NAM locatie Eemskanaal bij Lageland. Beeld Kees van de Veen
Gas wordt afgefakkeld op de NAM locatie Eemskanaal bij Lageland.Beeld Kees van de Veen

Geen paniek, maar als Nederland in 2050 gasloos wil zijn, moeten we vandaag al beginnen met ontkoppelen. Een instructie in 4 delen. Aflevering 3: Wat betekent het afscheid van aardgas, thuis en in de energiebranche?

Energienetbeheerders piekeren nog over hun gasnetwerken. Huizen en gebouwen moeten in 2050 aardgasvrij zijn, dat weten ze. Maar gaspijpen in de grond zijn bedoeld voor veertig jaar dienst. In die jaren moeten buizen zichzelf ‘terugverdienen’. Dus vroegtijdige sanering is kapitaalvernietiging voor de netwerkbedrijven. Het geluk is wel: steeds meer gasinfrastructuur is oud, toe aan vervanging. Maar ook dan worden er vaak traditionele gaspijpen gelegd. Zelfs in nieuwbouwwijken gebeurt dat nog.

Waarom? Het behoud van aardgasnetten heeft er deels mee te maken dat energienetbeheerders niet zelfstandig de dienst uitmaken. Bouwbedrijven en gemeenten hebben ook wat te zeggen over de energievoorziening in wijken. Verder gelden er ouderwetse regels. Er bestaat een aansluitplicht op gas. Maar dat verandert. De overheid schrapt die aansluitplicht, per 2018.

Helaas voor milieuorganisaties: een verbod op aardgasnetten komt er niet. Maar de weg is vrij voor andere energievormen. Bedrijven in de energie- en installatiebranche kunnen cv-ketels weghalen en gaspijpen saneren. Te beginnen in woonwijken in steden en dorpen. Daarna in historische binnensteden en afgelegen dorpjes, want dat is duurder.

Niet alles hoeft weg

Bezint eer ge begint, waarschuwt energiekenner Marco Bijkerk van ketelbedrijf Remeha. “Stoppen met aardgasgebruik hoeft niet te betekenen: gaspijpen in straten afbreken. De infrastructuur kan prima gebruikt worden voor transport van schone energie. Groen gas bijvoorbeeld, gemaakt van gft-afval of mest. Of andere milieuvriendelijke gassen.” Lukraak gasbuizen verwijderen is zonde, zegt hij.

Wat Bijkerk stoort: de discussie wordt zwart-wit gevoerd. Aardgas is fout, stroom en warmtenetten zijn super. Maar elektriciteit is niet altijd beter, zegt hij. Punt één: er is te weinig groene stroom in Nederland om alle huizen continu op te laten draaien. Dus als elk huishouden op stroom overstapt, gaan vieze kolen- en gascentrales bij een piek in de stroomvraag extra hard. “Dat is het paard achter de wagen spannen.” Een ander nadeel van massale elektrische verwarming in huizen is het gebrek aan opslag. “Met een batterij in huis kun je wel wát stroom opslaan. Maar niet genoeg voor de hoge vraag in de wintermaanden.

Dat probleem speelt niet bij warmtenetten, zegt Bijkerk. Maar daar kunnen wel andere problemen de kop opsteken. Warmtenetten zitten vol met de hitte van fabrieken en bedrijven. Maar wat als die (veelal vervuilende) bedrijven de deuren sluiten? “De bron van warmte moet wel langdurig gewaarborgd zijn.”

Duurzaam gas kun je opslaan als buffer voor schaarse tijden. Groen gas of waterstof kan bewaard worden in buffervaten, in buizenstelsels of in lege aardholtes. Groen gas is er nog weinig, erkent Bijkerk. Daar kunnen Nederlandse huizen en gebouwen zich nog lang niet mee verwarmen.

Een nieuwe techniek maakt hem enthousiast: ‘power to gas’. Daarbij zet een installatie groene stroom om in gas. Bijkerk: “Denk aan alle grote windparken die verschijnen op de Noordzee. Zet de groene stroom die daar wordt opgewekt om in gas, in de bestaande infrastructuur. Zo kun je aardgasgebruik afbouwen.”

Netwerk van zelfgestookt biogas

Wil Nederland af van aardgas, dan kan Sneek een voorbeeld zijn. Het is eigenlijk een waterzuiveringsinstallatie, maar de apparatuur die in de wijk Noorderhoek in Sneek staat opgesteld, produceert ook biogas, levert kunstmest en vooral: warmte. 

Brendo Meulman van watertechnologiebedrijf DeSah heeft afgelopen jaren heel wat journalisten rondgeleid, uit binnen- en buitenland. Ze kwamen allemaal af op een ‘experiment’ met de biovergister. Ruim dertig huizen loosden hun afvalwater en organisch keukenafval in een grote zwarte tank. Met behulp van bacteriën wordt alles omgezet in biogas.

Maar sinds eind 2016 is de experimentele fase voorbij. “Ruim 200 woningen en appartementen zijn nu aangesloten, en ook kantoorcomplexen in Wageningen en Venlo hebben inmiddels zo’n installatie”, zegt hij. En het nieuwe ministerie van milieu in Den Haag. Beter nieuws: wijken in het Zweedse Helsingborg en het Canadese Edmonton doen ook mee. “In Groningen worden 200 woningen op een vergister aangesloten, terwijl de geplande Amsterdamse wijk Buiksloterham 550 woningen gaat koppelen aan de eerste drijvende biovergister ter wereld.”

Meulman: “Een gasleiding komt in deze wijken niet meer voor, de huizen hebben wel twéé afvoerleidingen.” In de ene wordt het afvalwater van het vacuümtoilet afgevoerd, in combinatie met het organisch (etens)afval dat eerst door een vermaler naast de gootsteen wordt fijngekauwd. “Die stroom verdwijnt in de centrale vergister, waarin een proces plaatsvindt dat biogas produceert. Daarop volgt een proces om fosfaat terug te winnen, dat weer als kunstmest kan worden gebruikt.”

Daarnaast vangt een andere leiding het zogenaamde ‘grijze’ water op, dat bijvoorbeeld in het doucheputje verdwijnt maar nog zo’n 25 graden warm is. “Dat wordt samen met de reststroom uit de biovergister gezuiverd en via een warmtepomp met geringe energie opgewarmd tot 55 graden, zodat dit via een ‘warmtenet’ teruggaat om de woningen te verwarmen.” Op dit moment kan een biovergister in combinatie met warmterugwinning uit het grijze water voorzien in 40 procent van de warmtebehoefte van een aangesloten woning. De rest wordt aangevuld met elektriciteit.

“Technisch kan het, dat hebben we nu wel aangetoond. Nu is de vraag: willen we het?”, zegt Meulman. “Nederland heeft altijd vooropgelopen op het gebied van de ondergrondse infrastructuur. Bijna honderd procent van de huishoudens is bijvoorbeeld aangesloten op het riool. Dat heeft wel een waarde van 80 miljard euro. De komende twintig jaar moet dat ondergrondse stelsel gerenoveerd worden. Gaan we dat traditionele stelsel renoveren of kiezen voor een wijkgerichte netwerken die huishoudelijk afval gebruiken als bron voor energie?” Meulman zou voor het laatste kiezen.

De tekst loopt door onder de foto

Metaalhandel Stolwerk in Breda Beeld Hollandse Hoogte / Peter Hilz
Metaalhandel Stolwerk in BredaBeeld Hollandse Hoogte / Peter Hilz

Waar gaan al die gasfornuizen heen?

Met acht miljoen gasaansluitingen bevinden zich in de Nederlandse keukens tussen de vijf en zes miljoen gasfornuizen of -kookplaten. Die moeten in het kader van de ‘ontgassing’ allemaal verwijderd worden.

Helemaal geen punt, zegt Peter de Graaf van ‘De Graaf Afvalbeheer’ in Purmerend. “Een gasplaat of -fornuis is geheel van metaal, en laat dat nou het ultieme recyclingsmateriaal zijn. Papier kun je tot tien keer hergebruiken, metaal eindeloos.” Daarbij is de productie van hergebruikt metaal een stuk energievriendelijker dan metaal dat direct uit de gewonnen grondstof wordt opgebouwd.

Een gasfornuis van zo’n 10 tot 15 kilo is bij inlevering bij een schroothandelaar nog ongeveer acht euro waard. Er zitten drie metalen in verwerkt: aluminium, koper en ijzer. Dat kan handmatig gedemonteerd en gesorteerd worden, maar volgens De Graaf gaan de meeste gasapparaten direct de shredder in, waarna de snippers worden gescheiden.

“Nederland is wereldkampioen in het hergebruik van metalen, dus de massale inlevering van de gasapparaten is niet iets waar de branche tegen opziet. Zetten we deze voorraad af tegen het aantal auto’s dat we verwerken, dan is de afrekening met het gastijdperk echt een peuleschil voor ons.”

Gebruikten we in Nederland maar meer metalen voorwerpen, zegt De Graaf. “Ik geef mijn kleinkinderen bij voorkeur metalen speelgoed.”

“Al dat kunststof leidt tot de plastic soep waar juist zij straks last van zullen hebben. Een metalen brandweerauto kan weer versnipperd en omgevormd worden tot een metalen brandweerauto. Tot in de eeuwigheid, met zeer weinig energie. Als dat geen duurzaamheid is.”

De tekst loopt door onder de foto

Hans Marks bij bakstenenfabriek Huissenwaard in het Gelderse Angeren. Beeld Koen Verheijden
Hans Marks bij bakstenenfabriek Huissenwaard in het Gelderse Angeren.Beeld Koen Verheijden

Geen bakstenen zonder aardgas

Nederlandse huizen en daken komen er slordiger uit te zien zonder aardgasovens. Daarvoor waarschuwen de fabrieken die stenen en dakpannen bakken. “Aardgas is nu eigenlijk onmisbaar in het productieproces van de stenen”, beweert Hans Marks, directeur van het expertisecentrum voor bouwkeramiek TCKI. Stenenbakkers maken dakpannen en bakstenen in ovens waar de temperatuur oploopt tot 1000 à 1250 graden Celsius. “Dat kunnen we ook wel doen met olie, hout of steenkool. Maar die brandstoffen zijn viezer. Dan ga je feitelijk terug in de tijd”, zegt Marks.

De hitte is niet de enige reden dat Nederlandse steenfabrieken, zoals Huissenwaard in Angeren, zich geen bestaan zonder gas kunnen voorstellen. Het gas is bepalend voor de kwaliteit, zegt Marks. “De kleur van het steen kunnen we alleen met deze brandstof precies bepalen. Rozerood of een beetje groen? Dat kan een fabrikant niet sturen met een elektrische oven.”

Groen gas uit schone bron, is dat geen oplossing? “Dat is te weinig beschikbaar”, zegt Marks. “De volumes van groen gas zijn te klein.”

Neem steenfabriek Huissenwaard. Die jast er jaarlijks 10 miljoen kuub aardgas doorheen. In de productiehal staat een tunneloven waar de stenen, jaarlijks 75 miljoen stuks, gebakken worden. In totaal 14 rijen van 25 gasbranders stoken het vuur in de tunneloven op.

Alternatieve gassen zijn bovendien niet te betalen, meent Marks. “Neem synthetisch gas, ‘syngas’. Dat kost 80 cent per kuub, terwijl we voor aardgas nu 16 cent per kuub afrekenen.” Marks ziet slechts één mogelijk alternatief voor aardgas: waterstof. “Maar daar moeten we echt nog flink op studeren.”

Lees ook de andere afleveringen uit deze serie:
Deel 1: Afkicken van aardgas is nog niet eenvoudig
Deel 2: Hoe we verslaafd raakten aan aardgas

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden