Geen Papialands, maar Nederlands

Reportage | Leerlingen op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius worstelen met het Nederlands. Dat is meestal niet hun eerste taal, maar ze moeten het wel beheersen, bijvoorbeeld voor een vervolgopleiding in Nederland.

In het lokaal van Connie Marijs op Scholengemeenschap Bonaire hangen overal spiekbrieven. Die heeft Marijs, docent Nederlands, zelf opgehangen: 'het boek', 'het meisje'. Geen woorden waarmee een gemiddeld kind in een Nederlandse vwo-klas moeite heeft, maar op Bonaire vinden leerlingen lidwoorden lastig. De meeste kinderen - ook die in deze vwo-klas - spreken thuis Papiaments, en die taal kent minder lidwoorden.

Marijs schrok van het niveau van het Nederlands toen ze twee jaar geleden op Bonaire kwam. "Er zitten leerlingen in havo 4 die nauwelijks het basisschoolniveau halen. Nederlands wordt gegeven als moedertaal, maar dat is het voor de meesten helemaal niet."

Een leerling levert een werkstuk in. "Als u het gelezen heeft, kunt u ermee blijven." De docent trekt haar wenkbrauwen op. "Dat is dus, wat ik noem, Papialands: Papiaments letterlijk vertaald naar Nederlands. Je hoort het ontzettend veel, maar in een toets is het fout.

Nog anderhalf jaar en dan moet het onderwijs op Scholengemeenschap Bonaire (SGB), de Gwendoline van Puttenschool (GVP) op Sint-Eustatius en de Saba Comprehensive School (SCS) op Saba voldoen aan de basiskwaliteit. Dat betekent onder meer dat de leerprestaties op peil moeten zijn, dat docenten de juiste papieren moeten hebben en dat de leerlingenzorg op orde moet zijn, zoals de Nederlandse onderwijswetgeving voorschrijft. Want daar hebben de scholen sinds 10 oktober 2010 mee te maken.

Samen met het ministerie van onderwijs werd een zogeheten onderwijsagenda opgesteld, met stappen om in vijf jaar het onderwijs in Caribisch Nederland te verbeteren. Taal is daarin een van de speerpunten, maar het taalbeleid heeft op de Papiaments- en Engelstalige eilanden nog weinig vaste vorm. Veranderen gaat met vallen en opstaan en de onderwijspraktijk in Caribisch Nederland is een 'lastige kluwen', waarvan het de vraag is in hoeverre die in 2016 ontward zal zijn.

Een leerling uit de schakelklas op de Gwendoline van Puttenschool schrijft een som op het bord. "Enneh, this is samen dan two eighty." De berekening klopt, maar het lukt het meisje niet om uitleg te geven in het Nederlands.

De schakelklas is een overbruggingsjaar, bedoeld voor kinderen die met achterstand van de basisschool komen, want er zijn er die rekenen op het niveau van groep 5. Maar niet iedereen gelooft in het effect van een schakelklas. Ook interim-directeur Frans van Efferink niet. Hij kwam begin april op Statia, zoals de bewoners Sint-Eustatius noemen, en blijft drie maanden. Zijn taak is de rust te herstellen op de school waar, aldus het rapport van de onderwijsinspectie, een zorgelijke situatie heerst en in plaats van vooruitgang 'een achteruitgang in de ontwikkeling van de kwaliteit van het onderwijs' te zien is. Volgens Van Efferink komt dat mede doordat veel leerlingen niet op de juiste plek zitten: "Er komen kinderen binnen met een havo-advies die presteren op vmbo-niveau. Dan kun je kinderen een kans geven, bijvoorbeeld met zo'n schakelklas, maar ik pleit ervoor die af te schaffen. Juist scholen die kinderen een kans geven, hebben grote kans om kwetsbaar te worden."

Daarbij leidt ook op de Gwendoline van Puttenschool het Nederlands tot veel frustratie. Leerlingen krijgen les in een taal die ze in het dagelijks leven nooit horen, uit een land dat ver weg is. De onderwijsagenda stelt dat 'moet worden aangesloten bij de leefwereld van leerlingen', maar de 'polders' waar het bij aardrijkskunde over gaat, zeggen een kind van vijftien in de Cariben weinig. "Dutch is what messed everything up!", zegt een vmbo-leerling fel. Als ze huiswerk maakt, moet ze soms wel honderd woorden opzoeken in een woordenboek.

In het afgelopen schooljaar is daarom onderzocht of Nederlands wel de instructietaal moet blijven van het onderwijs op Statia. Een taalcommissie brengt daarover medio juni advies uit aan staatssecretaris Dekker van onderwijs.

Moederland

Waarschijnlijk kan Statia beter overstappen op het model dat op de Saba Comprehensive School wordt gehanteerd. Op de middelbare school op het buureiland vallen volgens directeur Hemmie van Xanten geen leerlingen uit omdat ze moeite hebben met de instructietaal. "Bovendien, er is maar één lagere school. We weten vrij goed wat er binnenkomt."

Anders dan op de andere eilanden krijgen leerlingen op Saba les in hun moedertaal, het Engels, zowel op de lagere als op de middelbare school. Geen Nederlandstalige boeken maar Engelse, en een Caribisch examen. Nederlands wordt gegeven als stevige vreemde taal, om de band met het moederland te behouden. Op het 'academic level' krijgen de leerlingen vijf uur Nederlands per week en volgen ze bovenop het Caribische programma enkele aanvullende modules, waardoor het diploma vergelijkbaar is met dat van de havo. Maar ook op Saba loopt het verbeterproces vertraging op: de module voor Nederlands is nog altijd niet gereed.

Een overstap naar onderwijs in de moedertaal lijkt vooral voordelen te hebben. Toch is niet iedereen op Statia onmiddellijk enthousiast over 'het Sabaanse model'. "De woordenschat van leerlingen hier is relatief groot", zegt een docent Engels, "maar Statian English is geen standaard Engels. Persoonlijk voornaamwoorden worden nauwelijks gebruikt, werkwoorden niet vervoegd."

Er zijn er ook die vrezen dat ze straks niet genoeg Nederlands beheersen om in Nederland een vervolgopleiding te kunnen doen. Al is dat een probleem waar leerlingen van de eilanden ook nu al tegenaan lopen. De 22-jarige Antonya bijvoorbeeld. Zij wilde drie jaar na haar eindexamen vmbo verder studeren en schreef zich in voor een mbo-opleiding in Rotterdam. Vanuit Statia aangekomen in Nederland moest ze eerst een intakegesprek doen, haar Nederlands bleek niet goed genoeg om de studie te kunnen volgen. Antonya ging terug en doet nu mbo welzijn op haar eigen eiland.

De scholen op Bonaire, Saba en Sint Eustatius willen daarom, met het ministerie van onderwijs, het studeren in de regio meer promoten. Van Xanten: "Het is belangrijk dat leerlingen ergens gaan studeren waar ze niet zullen uitvallen. Waarom naar Nederland als je met dezelfde studiefinanciering een vervolgopleiding dichterbij, in Barbados kunt doen?"

Docenten bijscholen

Behalve voor de prestaties van de leerlingen, heeft de onderwijsagenda aandacht voor 'het verbeteren en versterken van de kwaliteit van de leraren'. Met docentencoaches, workshops en studiedagen over taalbeleid, rekenbeleid, toetsconstructies en didactiek wordt gewerkt aan hun bekwaamheid. Veel docenten zijn de veranderingen moe: "Horendol word je van wat er allemaal moet."

SGB-directeur John van 't Hoff ziet dat er veel van zijn korps gevraagd wordt. "De situatie op Bonaire kun je vergelijken met die in Nederland begin jaren zeventig. We proberen om in vijf jaar tijd, veertig jaar te overbruggen."

Met de nieuwe onderwijswetgeving bleek bovendien dat niet iedereen die voor de klas stond over de juiste papieren beschikte. Om docenten niet noodgedwongen te hoeven ontslaan, faciliteerde en financierde het ministerie van OCW een opleidingstraject. Zo'n vijftig mensen uit Saba, Sint-Eustatius en Bonaire uit het basis- en voortgezet onderwijs, volgen nu een studie. "Het is pittig, twintig uur studeren naast een voltijdsbaan", aldus Van 't Hoff. "Er zullen mensen zijn die dat niet redden. Daarbij, de opleidingen zijn later begonnen dan gepland. Het is de vraag of we het halen om voor 1 augustus 2016 iedereen bevoegd te krijgen. En een enkeling moesten we toch ontslaan, die voldeed niet aan de eisen om de opleiding te mogen beginnen."

Maar zelfs als iedereen bevoegd is, blijft het docentenkorps een wankel evenwicht. Want de scholen op Bonaire en Sint-Eustatius, Saba minder, zijn voor leraren afhankelijk van Nederland en worstelen mede daardoor met een groot verloop. Op Statia gaan er van de veertig docenten aan het eind van dit schooljaar negen weg: "Sommigen komen om de verkeerde redenen, denken 'tropisch eiland, lekker rustig'. Maar je moet ertegen kunnen om op een paar vierkante kilometer te wonen. Iedereen kent elkaar, het leven is duur. En vooral, het onderwijs is complex."

Unicef

Want behalve taal- en rekenachterstanden, hebben de scholen op de BES-eilanden een hoger percentage zorgleerlingen dan een gemiddelde Nederlandse school. Van 't Hoff wijst op de alarmerende Unicef-rapporten over kinderrechten in Caribisch Nederland: tachtig procent zorgleerlingen op de SGB is geen willekeurige gok. Een docent op Statia: "Je wilt niet weten wat sommige kinderen hebben meegemaakt. Bijna allemaal worden ze opgevoed door één ouder, die soms wel drie banen heeft om rond te komen, er is veel misbruik, er zijn tienerzwangerschappen. Dat uit zich ook in soms heftig gedrag in de klas."

De zorg op de scholen is in opbouw, er zijn zorgcoördinatoren aangesteld en op de eilanden zijn 'expertisecentra onderwijs en zorg' ingericht. Op Saba heet dat centrum EC2, Henriette van Heijnsbergen is er directeur. "Kinderen zijn hier altijd samen naar school gegaan, ongeacht hun problemen. In dat opzicht lopen we misschien wel voor op Nederland." De zorg die EC2 biedt, varieert van het aanleren van leestechnieken tot gedragscoaching, van logopedie tot psychologie. Ook Van Heijnsbergen ziet dat er nog een grote kloof moet worden overbrugd: "In Nederland lees je over gedragsproblemen in de Margriet, je hoort erover op televisie. Hier staat dat allemaal in de kinderschoenen. Autisme bijvoorbeeld, is voor veel mensen compleet nieuw."

Volgens de onderwijsinspectie heeft men op Saba 'goed zicht op de nodige verbeteractiviteiten die nog nodig zijn' om te kunnen voldoen aan de eisen die in 2016 aan de school gesteld worden. De bewoners van Sint-Eustatius worden eind juni voorgelicht over het advies van de taalcommissie. Wordt Engels de instructietaal op de Gwendoline van Puttenschool, dan betekent dat een ingrijpende verandering. De SGB heeft voorlopig de vernieuwingen opgeschort. De school wil eerst de basis, het lesgeven, op orde hebben, voor er verder wordt gewerkt aan zaken als taalbeleid.

Maar docent Connie Marijs wilde geen tijd verspillen. Zij bedacht een eigen taalverbetermethode. Behalve spiekbrieven hangen er gele posters in haar lokaal met veel voorkomend 'Papialands' en de juiste Nederlandse vertaling. Marijs: "Het is een steun in de rug. Om écht tot verbeteringen te komen, is vijf jaar te kort."

Middelbare scholen op de Cariben

De Scholengemeenschap Bonaire is met zo'n 1.500 leerlingen de enige middelbare school op Bonaire. De school heeft een afdeling praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo en mbo.

De Gwendoline van Puttenschool op Sint-Eustatius telt ongeveer 270 leerlingen. Zij volgen onderwijs op niveaus variërend van praktijkonderwijs tot havo. Er is een kleine mbo.

De Saba Comprehensive School heeft zo'n tachtig leerlingen. Naast praktijkonderwijs kent de school een 'vocational level' (vergelijk vmbo/mbo) en een 'academic level' (soort havo).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden