Geen paniek na 106-0 nederlaag

Blessures, natuurlijk verloop en gemakzucht maken de rentree van rugbyclub DSR-C op het hoogste niveau tot een martelgang. Zelfs de ’derde helft’ lijdt eronder.

De oudste en, volgens de website, meest traditierijke rugbyclub van Nederland zwalkt door de ereklasse. DSR-C, onderdeel van het Delfts studentencorps, verliest wekelijks met grote cijfers. Zondag maakte de ploeg het wel erg bont. In Naarden veegde ’t Gooi hen met 106-0 van het veld. Tot paniek of een crisisberaad leidde dit niet. De vereniging wacht rustig op een nieuwe lichting.

President Ernst Kamp reageert verbaasd als hem de monsterscore ter ore komt. „O ja, wist ik niets van”, zegt hij. „Ik speelde met het tweede team mee. Of ik schrik van de cijfers? Nou, nee. Een studententeam kan nu eenmaal lastig de continuïteit waarborgen. Mensen studeren af, verhuizen naar een andere stad of vertrekken naar het buitenland. Afgelopen zomer verloren we zodoende een flink deel van het team. En de vele blessures helpen ook niet mee.”

Meer dan vervelend wil Kamp (23) de sportieve malheur niet noemen. Drie jaar op rij voerde DSR-C de boventoon in de eerste klasse. Dat de overstap naar de ereklasse zwaarder valt dan verwacht, mag de pret niet drukken. Rugbyen voor een studententeam behelst nu eenmaal meer dan winst of verlies. „Ik verzeker je, dat de sfeer niet lijdt onder de magere resultaten. Dat mag ook nooit gebeuren.”

Kamp doelt daarmee niet op bacchanalen op de sociëteit. Hoewel hij de waarde van het traditionele biertje na afloop erkent, biedt DSR-C veel meer dan studentikoze drankfestijnen alleen. Het in ere houden van de traditie, feestvieren en competitief rugbyen gaan hand in hand. Niet voor niets behaalde het team vorig jaar onbedreigd het kampioenschap in de eerste klasse.

Deze drie elementen kwamen samen tijdens de vorige kerstvakantie. Ter gelegenheid van het 18de lustrum trok de club naar Argentinië. „We bezochten Buenos Aires, Mar del Plata, Santa Fé en Cordoba”, legt Kamp uit. „In een periode van tweeënhalve week speelden we vier wedstrijden die we allemaal verloren. Dat lag niet aan onze instelling. Die ploegen waren gewoon heel sterk en sparden tegen ons ter voorbereiding op hun competitie. We stonden tegenover jongens uit de nationale ploeg, de Puma’s. Ik geef het je te doen, rugbyen in een temperatuur van rond de 40 graden. Dat waren we niet gewend. Toch gingen we niet volstrekt kansloos ten onder.”

DSR-C ontstond in 1918, precies negentig jaar geleden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog wilden in Den Haag gestationeerde legerofficieren graag hun favoriete sport uitoefenen tegen collega’s van kazernes elders in het land. Om een volwaardig team op de been te krijgen klopten ze aan bij het studentencorps in Delft. Deze contacten leidden tot de oprichting van de rugbyclub. Kamp: „We zijn zo oud, dat ik de oprichters nooit heb ontmoet. Die leven al lang niet meer.”

Aanvoerder Ward Italianer maalt niet zo om de folklore. Hij stond zich twee dagen geleden in de kou langs de lijn te verbijten. Zelf kon de ’flyhalf’ geen invloed uitoefenen op het spel. Een zware knieblessure houdt hem sinds de voorbereiding aan de kant. „Ik heb een scheurtje in mijn meniscus, een opgerekte binnenband en een botkneuzing”, somt hij de schade op. „Met een beetje geluk kom ik dit seizoen nog in actie.”

Net als Kamp refereert hij aan de makke van de studentenclub. „Met nagenoeg dezelfde selectie eindigde we in de eerste klasse tweemaal als tweede om vervolgens de titel te pakken”, zegt Italianer. „Afgelopen zomer raakten we ineens veel spelers kwijt. Eigenlijk zijn we een jaar te laat gepromoveerd. Daarbij komt, dat niet iedereen beseft wat er komt kijken bij acteren op het hoogste niveau. Je gaat met z’n allen een ’commitment’ aan. Dat zie ik niet altijd terug op het trainingsveld. Sommigen zeggen te makkelijk af.”

Italianer (25) vertelt, dat de ’derde helft’ wel degelijk aan glans heeft verloren. Door de brand op de faculteit Bouwkunde, pal naast de universitaire sportvelden, moesten de rugbyers uitwijken naar Delfia, een voetbalclub achter het ziekenhuis. Om de gastheer niet voor het hoofd te stoten, spekken de spelers na afloop van een thuiswedstrijd de kas van de kantine. De traditionele gang naar de sociëteit in centrum van Delft maken ze niet meer.

„Door de fik kwam er asbest op veld”, legt hij uit. „Toen die troep eenmaal weg was, gebruikte de universiteit de ruimte voor onderwijsdoeleinden. Studenten krijgen daar nu les in tenten en noodlokalen. Wij spelen en drinken nu bij Delfia. Leuk, maar toch anders.”

Italianer wil niet te somber overkomen. Goed beschouwd is het niveau van de ereklasse op dit moment te hoog gegrepen voor DSR-C. „De andere clubs halen buitenlandse spelers. Wij moeten het van geluk hebben. Dat een sterke rugbyer toevallig komt aanwaaien. Vorig seizoen hadden we een heel goede Spanjaard. Maar die is weer weg. We moeten hopen op een nieuwe lichting. Tot die zich aandient, vrees ik het ergste."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden