Geen ontvangst met rijst voor Italianen

De eerste Italianen zijn dit weekeinde gearriveerd in Zuid-Libanon. Italië levert het leeuwendeel van de nieuwe 15.000 man tellende VN-macht Unifil.

Ze hadden het graag in stijl gedaan. De prachtige witte zandstranden van de Zuid-Libanese stad Tyrus waren de aangewezen plek om 880 Italiaanse manschappen via zee aan land te brengen. Maar de mooie strandlanding ’lukte helaas niet’, aldus Sergio Fanari, een Italiaanse officier. Nu zijn er zo’n 100 man per helikopter aangevoerd, en moet de rest in Naqoura, een havenplaatsje aan de grens met Israël, aan wal.

Terwijl de helikopters de plunjezakken aanvoeren, trekken de Italiaanse militairen hun blauwe baretten strak om het hoofd zodat ze niet wegvliegen. Sommige baretten zijn nog mooi blauw, andere wat vaal, getuigen van eerdere missies, zoals Kosovo en Albanie.

„Spreekt u Engels?” Nee, ze spreken geen van allen Engels. Ook geen Frans. De meeste Libanezen kunnen zich redelijk redden in het Engels of Frans. Maar Italiaans wordt wat moeilijk. Hoeft ook niet, want bijna niemand is komen kijken.

Ook het Libanese leger komt langzaam op gang. In de zuidelijke zone, die vrij kwam toen Israël zich in 2000 terugtrok, hadden ze zich nog niet laten zien. Hezbollah nam het gebied destijds over, hetgeen iedereen wel goed uitkwam, behalve de Israëliërs. Nu moet – een voorwaarde van Israël – het leger er toch aan geloven, en zich aan de grens opstellen.

Maar ook zij zijn niet met rijst ontvangen; een lokaal gebruik om welkome bezoekers te begroeten. Zelfs de Israëliërs werden in 1982 met rijst bestrooid toen ze Zuid-Libanon binnenvielen, alhoewel men dat in Libanon liever vergeet.

In Es Souyane staan de Libanezen langs de weg; elke 20 meter een soldaat, 5 kilometer lang. Eén staat er voor een berg puin dat is afgebakend met rode linten. Waarom weet hij niet. „Misschien omdat er onontplofte munitie ligt,” Hij haalt zijn schouders op.

In elMjadel, waar 17 huizen zijn gebombardeerd, worden de Italiaanse tanks en soldaten – op weg naar hun basis in Jabal Marun – in stilte aanschouwd door de bewoners. De tanks manouvreren met moeite door de smalle straatjes van het dorp. Mohammad (21) is niet voor, noch tegen de VN troepenmacht. Hij heeft in zijn leven al heel wat vreemde legers voorbij zien komen. Nederlanders, Ieren, Zambianen, Indiërs, Chinezen en Fijis. „Noem maar op, heb ze allemaal gezien.” En Israëliërs natuurlijk. Nu dan de Italianen. “Mensen blijven er koud onder. Het maakt echt niks uit. Israëliërs trekken zich van niemand iets aan. De enige die tegen ze opkan is Hezbollah.”

De lauwe ontvangst toont aan hoeveel fiducie de Libanezen hebben in deze nieuwe ontwikkeling. Het machtsvertoon creëert geen vertrouwen. „Ja, het is heel goed dat ze komen,” zegt Hussein Fakih, een tabaksbouwer in Tibnin. Blijft het nu dan rustig? „Nee, dat bepalen de Israëliërs.” Maar de VN zijn er toch om de bevolking te beschermen? „Nee, dat doet Hezbollah.” Wat doet de VN dan hier? Dat weet hij niet. „Nou ja, het kan nooit kwaad,” meent hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden