Geen nood aan overloop

Noodoverloopgebieden zijn nuttig en noodzakelijk, concludeerde de commissie-Luteijn vorig jaar. Bij extreme watersnood moeten we niet afwachten waar de dijken het zullen begeven, maar moeten we het overtollige water laten weglopen in vooraf aangewezen gebieden. Een onzalig en onwerkbaar plan, zeggen waterbouwkundigen.

Als het niet zo'n ernstige kwestie was, zou hij erom kunnen lachen. Om de vele, vaak knullige fouten in het rapport 'Gecontroleerd overstromen' van de commissie-Luteijn.

Fotobijschriften die de Rijn voor de Maas aanzien en andersom. Een verkeerde literatuurlijst. Een kaart van de omgeving van Arnhem waarbij een steunkleur is weggevallen, zodat het lijkt alsof er in 1830 nog helemaal geen stad of infrastructuur was. ,,Of zouden ze 1830 vóór Christus bedoelen?'', grapt Enne de Boer, universitair hoofddocent infrastructuurplanning van de Technische Universiteit Delft.

Serieuzer: ,,Het wemelt van dergelijke fouten. Als je bedenkt hoe ingrijpend de voorstellen zijn voor mensen, dan is een zorgvuldig rapport toch wel het minste wat ze kunnen doen.''

Echt kwaad kan De Boer zich maken over de teneur van het rapport. ,,Er is een oplossing bedacht voor een probleem dat niet bestaat. Er wordt een sfeer van urgentie gecreëerd terwijl er geen enkele haast is. Er wordt ons een ramp voorspeld alsof we die met de armen over elkaar over ons heen laten komen.''

Na de hoogwaters van 1993 en 1995 zijn de dijken op orde gebracht. Nu kan zonder gevaar 15 000 kubieke meter water per seconde bij Lobith binnenstromen. Door die hoogwaters is ook de norm verhoogd: de dijken moeten straks 16 000 kuub per seconde aankunnen.

Straks is in 2015, als het programma 'Ruimte voor de rivier' is voltooid. Rijkswaterstaat lijkt met dit programma het oude devies van dijkverhogingen definitief te hebben verlaten. Dijken worden nu verplaatst en rivierbeddingen uitgegraven.

Los van dat programma staan de noodoverloopgebieden: als het water dan toch over de dijken dreigt te stromen, moet dat gecontroleerd gebeuren: in de Rijnstrangen en de Ooijpolder voor de Rijn en in het oostelijk deel van de Beersche Overlaat voor de Maas.

Waar is de goede gewoonte van ingenieurs gebleven, vraagt De Boer zich af, om verschillende varianten voor te rekenen, zodat de bevolking of de politiek kan kiezen? ,,Ik wil geen gecontroleerde overstroming. Waarom verhogen we de dijken niet gewoon? Is het zand soms op? Om een golf van 18 000 kuub per seconde aan te kunnen, moeten de dijken 50 centimeter hoger. Die variant is al bij voorbaat uitgesloten.''

Dat geldt ook voor het geval het mis gaat. Bij een ongecontroleerde overstroming begeven volgens het rapport alle dijken het. In een 'realistischer' scenario waar Rijkswaterstaat begin dit jaar in een kosten-baten-analyse van uitging, breekt het water door de Rijndijk van Huissen, waarna de hele Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaard onderlopen.

De Boer: ,,En wij zien werkeloos toe hoe het water helemaal tot Gorinchem stroomt? Ik dacht dat we bij watersnood altijd met zandzakken gaan slepen. En als we zo'n overstroming te groot vinden, waarom delen we dat gebied dan niet op in compartimenten? Je hoeft bij Kesteren maar een klein dijkje aan te leggen om het gebied in tweeën te hakken. Net zoiets als de Diefdijk, die nu al tussen Culemborg en Leerdam loopt. Bovendien moet het water het Amsterdam-Rijnkanaal over. Als je aan de westkant van dat kanaal een hogere dijk legt, ben je ook al een hoop water kwijt.''

Op bijeenkomsten en fora gooit De Boer de kont tegen de krib. ,,Zegt zo'n commissielid: 'We moeten haast maken, morgen kan het gebeuren.' Reageer ik altijd: 'Nee, morgen niet. Het zal eerst drie weken aan een stuk moeten regenen in Duitsland.' Maar ook zonder die retoriek. Waar komt die urgentie vandaan? Waarom zegt Luteijn dat de noodoverloopgebieden in 2007 gereed moeten zijn? Die gebieden zouden eerder het sluitstuk moeten vormen van het programma 'Ruimte voor de rivier', en dat hoeft pas in 2015 af te zijn.''

Hij heeft wel een vermoeden waar die haast vandaan komt. In 'Ruimte voor de rivier' waren ooit retentiebekkens gedacht: dat zijn overloopgebieden die er voor hadden kunnen zorgen dat de dijken aan de norm van 16 000 kuub per seconde kunnen voldoen. Noodoverloopgebieden zijn extraatjes voor als die norm wordt overschreden. Een nuanceverschil dat gemakkelijk kan vervagen.

,,Als er straks noodoverloopgebieden zijn aangewezen, kun je ze ook als retentiebekkens inzetten. Dan heb je, zonder verdere inspanningen, de capaciteit van 15 000 naar 16 000 kuub verhoogd. Het zou me niet verbazen als dat de reden voor de haast blijkt te zijn. Dat men bang is dat het in 2010 onmogelijk is gebieden te verwerven die als retentiebekken kunnen dienen en dat men die dus via de noodoverloop alsnog binnenhaalt.''

Eigenlijk zijn de noodoverloopgebieden een economisch verhaal, besluit hij. ,,Bij een dreigende overstroming heb je ruim de tijd om de bevolking te evacueren. Het gaat dus louter om het vermijden van de economische schade. Aangezien de plannen op veel weerstand stuiten, moet je laten zien dat het zeer rendabel is om dergelijke gebieden in te richten. Dat rendabele verhaal rammelt. Dus zou ik zeggen: dan doe je het toch niet.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden