Geen massa-ontslagen maar arbeidstijdverkorting voor iedereen

De economische crisis begon ruim een jaar geleden in Thailand en kreeg daarna via Zuid-Korea, Indonesië en Japan vat op de rest van de wereld. In een serie beschrijft Trouw de gevolgen van de crises in de verschillende werelddelen. Vandaag deel 4: de aanpak van multinational Philips in Azië.

BANGKOK - “Natuurlijk gaat de economische crisis niet aan ons voorbij”, zegt Robert Martijnse, chairman en managing director van Philips Electronics in Thailand. “We halen simpelweg onze ambitieuze doelstellingen niet.”

Toch vallen zijn woorden een beetje als een natte lap op de grond. Het zal de ambiance zijn: we zitten op de achterbank van zijn Mercedes-met-chauffeur en als we over de nieuwe tolwegen zoeven, lijkt alles wat met crisis te maken heeft heel ver weg.

Martijnse werkt op het hoofdkantoor nabij het vliegveld en probeert de fabrieken in Thailand zo eens in de twee weken te bezoeken. Vandaag begint hij in Bangpoo, waar Philips een lampenfabriek, een luminaire fabriek en een televisiefabriek heeft staan. Vanmiddag staat de fabriek voor halfgeleiders, semiconductors, op het programma.

De gevolgen van de economische crisis in Azië voor een multinational als Philips worden pas echt zichtbaar als de lokale manager van de televisiefabriek de deur openzwaait. Waar tientallen rappe handen tv-toestellen in elkaar behoren te zetten, heerst nu een vredige rust. “Ja”, zegt de manager, “we draaien tijdelijk op halve kracht. We produceren hier nog maar vijftig procent van wat we normaal maken.” Ai, zie je Robert Martijnse even denken, moest je dat getal nou echt noemen?

Even later windt fabrieksmanager Ted Posthumus van de lampenfabriek er ook al geen doekjes om: zijn sector heeft in Thailand een flinke klap opgelopen. “De producten die we hier maken, worden voornamelijk afgezet in de regio, dus China, Hongkong en Thailand zelf”, zegt Posthumus. “Tot juli was er eigenlijk nog niet zoveel aan de hand. Maar toen vielen de orders opeens met vijftig procent terug.”

Philips zit sinds 1952 in Thailand. Destijds bleek het uitermate lucratief om fabrieken op te zetten in de regio waar ook het grootste deel van de afzet heen gaat en waar de werknemers keihard werkten tegen een schamel loon. De laatste vijf tot tien jaar is er enorm veel veranderd. De fabrieken zijn getransformeerd in hypermoderne plants waar internationale kwaliteits- en milieunormen moeiteloos worden gehaald en het personeel onder zeer acceptabele omstandigheden werkt. Philips investeerde de laatste vijf jaar vijfhonderd miljoen gulden in Thailand.

“Ze zeiden in Europa dat we het niet zo snel voor elkaar zouden krijgen”, zegt Ted Posthumus. “Het is ook nergens ter wereld zo snel gelukt de boel zo fors te moderniseren als in de lampenfabriek van Bangpoo. Er is hard aan gewerkt, vooral door de lokale mensen die we veelal naar Nederland hebben gestuurd voor een opleiding. We hebben daarmee een eind gemaakt aan het verhaal dat wij hier een goedkoop product maken dat we vervolgens naar Europa sturen. Dit zijn moderne, efficiënte fabrieken waar hoogstaande producten voor deze regio worden gemaakt.”

De fabrieken die onder Posthumus vallen, leveren jaarlijks 60 miljoen TL-buizen en 17 miljoen ronde buislampen af en de fabriek voor televisietoestellen rond de honderdduizend stuks. Alleen de ronde lampen gaan de hele wereld over, de overige producten komen uiteindelijk in een Aziatische huiskamer of kantoor terecht. Daarnaast levert Philips de verlichting voor onder andere luchthavens, stadions en langs de snelwegen in Thailand en de regio.

Posthumus: “Jaar in, jaar uit hoorden de mensen hier niets anders dan 'uitbreiding, uitbreiding'. Het ging alleen maar bergopwaarts. Het is dus niet verwonderlijk dat het hard aankwam toen de vraag opeens halveerde. Wij hebben besloten niet tot massa-ontslagen over te gaan, wat elders hier in Bangkok wel gebeurde. We kozen ervoor dat iedereen, dus ook het management, korter ging werken en dertig procent van zijn salaris inleverde. In de praktijk betekende het dat de fabrieken overstapten van een zevendaags rooster naar een van vijf dagen per week. Niemand klaagde. In het begin vroeg iedereen: 'hoeveel ontslagen gaan er vallen?' 'Niet één', kon ik antwoorden.”

“Dat is niet alleen een kwestie van sociaal beleid, hoor. Het is gewoon onverstandig om je personeel te ontslaan terwijl je het binnenkort waarschijnlijk weer nodig hebt. Ik wil, zodra ik een nieuwe order voor een miljoen lampen binnenkrijg, kunnen zeggen dat we weer overstappen op een zevendaagse productie. En dat werkt ook zo, want ik kreeg die order en nu in oktober zitten we alweer op tachtig procent van onze normale productie. Het is een rare business, ook de verkoop van televisietoestellen. Zodra hier een populaire televisieserie wordt uitgezonden, zit je zo weer aan je normale aantal.”

“Ik kom op dit moment zelfs tien man tekort. Dat wordt opgevangen met overwerk. Overwerk is nooit een efficiënte oplossing, maar in tijden van crisis kan het heel goed. De mensen werken bovendien graag over, want dat levert meer op. De tijden zijn echt veranderd. Het zijn niet meer de goedkope handjes die hier de spullen maken. Wij zijn echte niet de hoogste betaler in Bangkok. Maar geld is ook niet meer het enige waar het om draait. Drie jaar geleden nog gingen ze zo naar de buurman als ze daar tien baht meer konden verdienen. Wij regelen busvervoer, hebben medische zorg, een kantine. Dat zijn de dingen die meetellen, tegenwoordig.”

Robert Martijnse: “De verhouding tussen werknemer en werkgever is hier gezond. Op de Philippijnen was ik soms maanden bezig met conflicten met de vakbonden, die daar zelfdestructief van aard zijn. Kijk maar hoe zij Phillipine Airlines om zeep hebben geholpen.”

De relatie mag dan goed zijn, het initiatief komt wel van één kant. Het begrip ondernemingsraad is in Thailand onbekend. Overleg over arbeidszaken gebeurt per bedrijf met werknemers die vakbondslid zijn. Bij Philips is zestig procent van de werknemers georganiseerd, een hoge score in Thailand, waar gemiddeld hooguit tweeëneenhalf procent lid is van een vakbond. Ook van de overheid heeft het bedrijfsleven niet zoveel last. De top van Philips heeft overleg gevoerd over de invoering van een nieuwe Arbeidswet, die strengere eisen stelt aan onder meer de werkduur en bijvoorbeeld nachtdiensten voor zwangere vrouwen verbiedt. “Maar de realiteitszin van de Thaise overheid is groot genoeg dat zij een bedrijf niet blokkeren”, zegt Posthumus subtiel.

Martijnse dirigeert zijn chauffeur richting Philips Semiconductors, de derde en laatste vestiging die hij vandaag bezoekt. Het is met 3 600 man personeel en een omzet van 1,3 miljard gulden in zijn soort een van de grootste fabrieken ter wereld. De crisis zorgde ervoor dat vacatures die door natuurlijk verloop waren ontstaan, niet werden opgevuld. Maar de schade bleef beperkt. De fabriek produceerde dit jaar maar acht procent minder dan het groeiplan aangaf, terwijl de concurrentie een bres van ruim dertig procent zag ontstaan. “We hebben gewoon geluk gehad”, zegt managing director Tae Suk Suh met een knipoog.

“Geluk? Zo werkt dat hier niet”, zegt Martijnse op de terugweg naar Bangkok. “Het is een kwestie van keihard werken. Vooral in deze tijd is de concurrentie zwaar. Kijk, op dat flatgebouw daar hadden we altijd een enorm reclamebord staan. Onlangs is Sony onderhuurder van het gebouw geworden en ik kon bieden wat ik wilde, maar dat bord kwam er niet op terug.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden