Geen Marx, geen Jezus

Stel je bent van je geloof gevallen en je zoekt voortaan toevlucht in de filosofie, bij welke filosoof kun je dan het best terecht? Welke filosofie biedt soelaas in tijden van ontreddering; welke verleent het lijden en de zinloosheid waardoor het bestaan getekend is een hogere zin en daardoor rechtvaardiging? In hedendaagse taal: waar moeten we onze 'waarden en normen' op baseren; in welke levensbeschouwelijke supermarkt is het burgerlijk fatsoen in de aanbieding? Hoe kweken we, na de dramatische ontvolking van de kloosters (ware reservoirs voor onbaatzuchtige mensenliefde) weer opofferingsgezindheid ('de maatschappij, dat ben jij!') aan, de ultieme oplossing voor alle 'tekorten in de zorg'?

Het zijn hoge eisen die hier aan de filosofie worden gesteld, eisen waaraan waarschijnlijk geen enkele (bestaande) filosofie kan voldoen. In dit opzicht kan de situatie hopeloos worden genoemd: geen godsdienst meer en evenmin een vervangende filosofie. Het is, als je de politici mag geloven, bij benadering de situatie waarin wij ons in het eerste decennium van het derde millennium bevinden; het is diezelfde situatie die ons door koningin Beatrix in haar laatste kersttoespraken indringend-moederlijk wordt geschetst, als ging ze haar persoonlijk ter harte (terwijl ze wel wat anders aan haar hoofd heeft, zou je denken).

Laten we ons voor het moment tooi en met het Akela-achtige op ti misme en de dadendrang ('fatsoen moet je doen'; hoe verzin je het) van JPB en niet bij voorbaat bij de pakken neerzitten. Misschien is er toch een uitweg uit deze impasse, misschien toch een filosofie waarvan le vens duiding en zinverlening te verwachten zijn?

In elk geval moet zo'n filosofie aan één eis voldoen: ze moet een sluitend wereldbeeld bevatten, een wereldbeeld waaraan je je kunt warmen, zoals je je koestert aan een haardvuur. Want het geloof mag dan ondermijnd zijn, de behoefte die aan het geloof ten grondslag ligt, schrijnt nog onafgebroken (dat blijkt eens te meer na het hyperconsumentisme van de jaren negentig). Want de religieuze mens, ook al heeft hij zijn geloof verloren, zoekt onveranderd in de eerste plaats geborgenheid en in de tweede plaats troost en zingeving, vooral ten aanzien van lijden en dood (godsdienst, en trouwens ook de metafysica, ontstond toen het dier 'mens' besefte dat het sterfelijk was).

In het recente verleden, zeg de twintigste eeuw, heeft zich ten minste één filosofische stro ming opgeworpen als universele zinverlener, evenwaardig aan de traditionele godsdiensten: het marxisme (inclusief alle neo varianten die rijkelijk ontsproten aan de hoofdtak). Op het eerste oog leek dat marxisme (of zijn reëel bestaande vorm: het communisme) over uitstekende papieren te beschikken. Het leverde niet alleen een sluitend wereldbeeld maar meende ook te weten wat het doel van het leven was, of nog beter: het doel van de geschiedenis. Het had zijn heiligen, zijn schriftgeleerden, zijn bijbel, zijn gemeenten.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw zagen we hoe hordes jonge katholieke (aankomende) intellectuelen het geloof van de heilige Paulus, vaak na een tussentijds uitstapje naar het existentialisme, verruilden voor het geloof van de heilige Marx, en de Bijbel voor 'Das Kapital'. Ze voelden zich thuis in het marxisme zoals ze zich thuis hadden gevoeld in het rijke, maar vooral knusse roomse leven. Net als het katholieke huis was dat van het marxisme zorgvuldig afgekit tegen de kille tocht van toeval en zinloosheid.

Tegelijkertijd was er ook een tegengestelde beweging gaande, die weliswaar als verdwazing of op zijn minst als reactionair werd afgedaan, maar die toch zorgen baarde. Er waren (meestal al wat rijpere) intellectuelen die uit hun rode nest vielen en troost zochten én vonden in de schoot van de moederkerk. Men hoeft de romans van Gerard Reve er maar op na te lezen, waarin op een ongeevenaarde wijze de geheime charme van het katholieke geloof uit de doeken wordt gedaan (met als hoogtepunten natuurlijk de onbeperkt herhaalbare goocheltruc van de transsubstantiatie, de regelmatig terugkerende verzuchting in de biechtstoel: een mens is ook maar een mens en de even inventieve als praktische moeder-ideologie: door Maria tot Jezus, door de Moeder tot de Zoon). Blijkbaar leverde de haard van het communisme op de lange duur niet voldoende warmte.

Daarbij dient eerlijkheidshalve te worden opgemerkt dat het marxisme het zich vooral op één punt moeilijk maakte: het ging er op naïeve wijze prat op dat, indien de rechtzinnige marxisten maar aan de macht kwamen, het heil hier op aarde al gerealiseerd zou worden, en dus niet in een speculatief leven na de dood. Het marxisme was dus in zekere zin empirisch controleerbaar, en dat is deze profane verlossingsleer fataal geworden: ze is als het ware door de geschiedenis weerlegd en dat al na een dikke eeuw. (Het is misschien wel de grootste politieke en levensbeschouwelijke ontnuchtering van de twintigste eeuw dat het marxisme in zijn gerealiseerde toestand, het communisme, geen wenselijk alternatief bleek te zijn voor de burgerlijke uitwas van het fascisme en nationaal-socialisme).

Intussen onthullen de laatste communisten in Oude Pekela een standbeeld van Fré Meis -daarmee een monument oprichtend voor een definitief verloren tijd. Je hoeft niet helderziend te zijn om te voorspellen waar JPB's speurtocht zal eindigen: onder de kansel van een of andere verlichte dominee. Of veel mensen hem zullen volgen, is maar de vraag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden