Geen man zou zoiets laten gebeuren

Ooit keek de buitenwereld met een mengeling van afgunst en bewondering naar de Socialistische Partij. Terwijl haar linkse zusters worstelden, blaakte de SP van zelfvertrouwen. Kunstenaars, nieuwe rijken, theologen, schrijvers – ze liepen weg met de voormalige maoïsten. De gewone kiezers ook. Knap gemaakte campagnefilmpjes, een kek logo, goeie slogans – alles werkte mee. En waren er smetjes (al te weerspannige kameraden, al te eigenzinnige Kamerleden) dan sloot de partijtop kordaat de rijen.

Het succes was ernaar. Bij de verkiezingen van november 2006 schoot de SP van negen naar 25 zetels. Menig opiniemaker schetste in die dagen bezorgd het ’hoefijzermodel’. Uiterst links (SP) en uiterst rechts (PVV) zouden voortaan het politieke midden in een grimmige omarming houden.

Nu, ruim drie jaar later, blijkt die vrees ongegrond. Uiterst rechts floreert, uiterst links is in een vrije val terechtgekomen. De leden zeggen bij duizenden op, geen BN’er spreekt meer warme woorden over de partij, en volgens de peilingen zullen er van de 25 zetels straks elf, hooguit twaalf overblijven. Zelfs het hippe reclamebureau lijkt zijn gelukkige hand te verliezen. Het nieuwe, vorige week gelanceerde campagnefilmpje is van een tenenkrommende lulligheid – met domme danspasjes, een even dom deuntje, en een nietszeggende leuze: ’Ik. Jij. Wij. SP’. (Vul D66 of CDA in, en de bewering is even waar.)

Natuurlijk is het niet héél moeilijk om de neergang te duiden. Want hoewel geen partij zo prat gaat op de kracht van haar boodschap, liepen de kiezers in de praktijk achter één man aan: de Tovenaar uit Oss. Onmiddellijk nadat Jan Marijnissen in juni 2008 het fractievoorzitterschap neerlegde, sijpelde de magie weg.

Zijn opvolgster was dan ook beslist niet te benijden. Heel lang nog hield Agnes Kant blijmoedig vol dat de SP méér was dan haar charismatische voorganger. „Veel mensen dachten”, zei ze in maart 2009 tegen dagblad De Pers, „de hele partij klapt in elkaar als Jan weg is als fractieleider. Ik ben er bijzonder trots op dat we hebben laten zien hoeveel ongelijk die mensen hebben.”

Maar twee maanden later werd uit een profiel in weekblad Vrij Nederland pijnlijk duidelijk hoezeer de man nog steeds over haar schouders meekijkt. Ze eten ’vrijwel elke week’ samen, en hij dient haar gevraagd én ongevraagd voortdurend van advies, waarbij zij zijn Wijze Raad gehoorzaam in een schriftje noteert. Onbegrijpelijk trouwens, voor wie de (prachtige) documentaire ’De Tweede Kamer’ van René Roelofs uit 2003 heeft gezien. Daaruit bleek dat hun verstandhouding, zacht gezegd, verre van idyllisch was. Marijnissen zag er geen been in om haar voor het oog van de fractie te koeioneren als een schoolmeisje. En nu mag hij haar nog stééds de les lezen? Het doet, vrees ik, de vrouwenzaak weinig goed. Ik kan me althans geen mannelijke politicus voor de geest halen die zoiets zou laten gebeuren.

Hoe lang de partij haar nog laat spartelen, is de interessante vraag.

Dinsdagochtend zei Kant tegen deze krant dat iedereen die Geert Wilders bij voorbaat uitsluit ’onbegrijpelijk stom’ is. Doodgemoedereerd beweerde Marijnissen even later op Radio 1 precies het omgekeerde. De SP, zei hij, zou ’nooit’ in zee gaan met ’de heer Wilders’. Ook deelde hij en passant mede dat hij ’overweegt’ straks weer op de kandidatenlijst te gaan staan.

’s Avonds mocht de fractieleider aanschuiven bij Nova. Daar zat ze, het toch al krampachtige lachje nog krampachtiger. Ze werd, ongetwijfeld tot haar opluchting, niet bevraagd over het rebelse Kamerlid. Maar het zou mij verbazen als deze lijdensweg nog heel lang duurt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden