’Geen krachtwijk zonder topdorp’

Nu leeg, maar in de avonden en weekenden gezellig druk: dorpshuis Den Deel in het Brabantse Spoordonk. ( JÿRGEN CARIS, TROUW )

De leegloop van het platteland is volgens minister Verburg een kans. Door de krachten te bundelen ontstaan ’topdorpen’, waar ook jonge gezinnen weer willen wonen.

Gerda Verburg, als minister verantwoordelijk voor plattelandsontwikkeling, schrok toen ze deze zomer door Noord-Frankrijk fietste. „We reden van dorp naar dorp, nergens was een cafeetje, een bakker of een andere winkel. Er was niets te beleven, de ziel was verdwenen. Dit mogen we in Nederland niet laten gebeuren.”

Zo ontstond het idee van ’topdorpen’, die naast de krachtwijken het speerpunt moeten worden van het kabinet. Dorpen die vitaal zijn, waar ook jonge gezinnen willen wonen en kinderen opgroeien. Ze moeten in de woorden van de minister ’het kloppende hart’ worden van gebieden, die steeds meer te maken krijgen met een afkalvende bevolking.

Deze krimp, die zich gaat voordoen in bijna de helft van de Nederlandse gemeenten, slaat vooral neer buiten de Randstad op het platteland. Het kan de lokale economie, het onderwijs, het wonen en het voorzieningenniveau ondermijnen, zoals de drie regio’s waar het actieplan van het kabinet zich vooral opricht, al ervaren. „We doen volop mee in dat actieplan, maar ik wil een bredere aanpak die alle plattelandsgebieden bestrijkt. Dan kunnen we wegglijden van gemeenschappen voorkomen.” Ze mogen volgens haar niet aan hun lot worden overgelaten omdat deze gebieden zorgen voor voedsel, natuur, recreatie en alternatieve energiebronnen.

Net als haar PvdA-collega Van der Laan (wijken, welzijn en integratie), de motor achter het actieplan, meent Verburg dat krimp niet als een probleem moet worden gezien maar als een kans. „Door de krachten te benutten en van elkaars ideeën en oplossingen te leren, kunnen we vernieuwen.”

Die innovatie en initiatieven ziet ze nu al op tal van plaatsen ontkiemen. Als voorbeeld noemt ze de Vereniging van Kleine Kernen en Plattelandsparlement. Eerst was ze terughoudend. „Wat zou dit kunnen worden? Maar ik zie dat dit een geweldige energie en creativiteit kan losmaken.” Met bewondering kijkt ze naar het Friese Koudum, waar bewoners een eigen stichting ’Trochgean’ (doorgaan) oprichtten om hun dorp nieuw leven in te blazen. „Ze steken er zelf geld in en knappen het dorp op. Er staan nu een gemeenschapshuis met bibliotheek, muziekschool en een jeugdsoos.” Ze prijst de kweker in Horst aan de Maas, die een kantine bouwde om scholieren en anderen te leren over champignons. „Het is in die omgeving een echte trekker.”

Ook boeren zijn bezig met vernieuwing en verduurzaming. „Er is verbreding van het agrarisch ondernemerschap aan de gang.” Samen met landbouworganisatie LTO bracht het ministerie deze maand een boekje uit over boeren die naast het ’gewone’ produceren van melk en andere landbouwproducten ondernemen met natuur. „Ze pionieren met de aanleg en het beheer van natuur. Zo zorgen ze voor landschap en nieuwe recreatiemogelijkheden.”

Met Van der Laan vindt Verburg dat aandacht en budget moeten verschuiven ten gunste van krimpgemeenten. „Geen krachtwijken zonder topdorpen”. Het is het volgens haar niet altijd een kwestie van extra geld. „Veel kunnen deze mensen op eigen kracht. We willen hen ondersteunen, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat pionierende boeren makkelijker aan vergunningen komen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden