Geen klus was haar te veel

Een rebels, wat verwend meisje groeide op tot een vrouw die alles alleen kon klaren. Met humor wist ze de ellende te boven te komen.

Toen ze verlamd in een ver- pleeghuis lag, en ze niet meer praten of lezen kon, hield ze toch een pas verschenen boek binnen handbereik. Ze liet zich er uit voorlezen, één klein hoofdstuk maar. Dat ging over Ome Keesje, de man die zich over haar had ontfermd toen haar moeder kort na jaar geboorte stierf en haar vader geen vierde kind kon of wilde opvoeden. Toen ze veertien was, in 1944, werd haar geliefde Ome Keesje vermoord. In het Brabantse dorp werd geroddeld dat hij door het verzet om het leven was gebracht wegens collaboratie met de Duitsers. Maar zij wist beter: de moordenaars waren SS'ers geweest. Het boek op haar nachtkastje, 'Sluipmoordenaars' van Inger Schaap, gaf haar gelijk.

Thea van Son had het als kind goed gehad bij Kees Wintermans en zijn vrouw Sien, de zus van haar vader. Ze was er als baby heen gebracht, in de la van de bedstede op de kar van de postbode. Ome Keesje was als directeur van de stoomzuivelfabriek in Gemert een welvarend man. Thea werd, als enig kind in huis, verwend. Maar in de zomervakantie moest ze naar haar echte vader. Haar zussen en broer waren jaloers op haar. Ze had de mooiste kleren, een paardje om op te rijden en veel boeken die ze verslond. Al dat lezen vond haar biologische vader maar niets. 'Een paardetand en een vrouwenhand mogen nooit stilstaan', was zijn stelregel. Al met al keek ze later terug op gelukkige kinderjaren.

De moord op Ome Keesje veranderde alles. Tante Sien, die ze moeder noemde, moest de directeurswoning meteen verlaten. Ze verhuisden verscheidene keren, van familie naar familie.

Na de mulo in Boxtel werd Thea apothekersassistente in opleiding: hard studeren en veel pret en kattekwaad met collega's. De apotheek waar ze werkte, klaagde zelfs over haar gedrag dat de concentratie in de zaak verstoorde. Daar zat ze niet mee. Op de nonnenschool had ze al een 4 voor gedrag gekregen, omdat ze er plezier in had de nonnen op de kast te jagen, en daar was ze trots op.

Ook was er een klacht dat ze in de apotheek bezoek ontving. Misschien was dat Eddie Cools geweest, een student psychologie die ze voor het eerst op de kermis van Eersel had gezien. Ze kregen verkering. Hij vond haar het mooiste en slimste meisje uit de hele streek, zij vond hem als halve intellectueel en amateur-archeoloog reuze interessant. Samen genoten ze van lange fietstochten door de Kempen. Ze hebben wel twijfels gehad of ze echt samen verder wilden, maar na zes jaar trouwden ze toch in februari 1958.

Door haar huwelijk kreeg Thea de Belgische nationaliteit. Eddie was de zoon van een pacifistische Belg die in 1914 weigerde dienst te nemen tijdens de Eerste Wereldoorlog en naar Nederland vluchtte. Thea is altijd Belgische gebleven en ook haar kinderen en kleinkinderen zijn formeel Belgisch of hebben een dubbele nationaliteit.

Het jonge paar woonde eerst in bij familie. Maar Eddie had z'n zinnen gezet op een mooi bosje bij het Kempische boerendorp Knegsel. Thea had haar bedenkingen, schreef ze aan Eddie die toen zijn dienstplicht in België deed. "Ik ga niet in Knegsel wonen. We moeten 52 keer per jaar naar de kerk en 300 keer naar school, en die is er niet, en geen kleuterschool. Ik moet voor al de dingen zorgen. Er is geen slager, schoenmaker, fietsenmaker, groenteboer enz. enz. Daar ben ik allemaal goed voor. Jij bent om 8 uur weg 's morgens en om 7 uur thuis en ik maar zien dat ik het allemaal opknap en eten op tafel heb."

Ze had een vooruitziende blik, want zo is het gegaan.

In de strenge winter van 1962/'63, toen Thea hoogzwanger was van haar vierde kind, verhuisden ze naar het dik besneeuwde bos, waar ze een modern huis met veel glazen wanden hadden laten bouwen. Ze zijn er altijd blijven wonen met de strakke meubels van Pastoe. Pas op hoge leeftijd, toen ze problemen met haar heupen had, liet Thea zo'n logge maar comfortabele kiepstoel in haar huis toe.

Eddie maakte carrière als bedrijfspsycholoog bij Philips en universitair docent in Utrecht, en was altijd weg. Thuis was hij dominant, streng en soms buiten zichzelf van drift. Als de oudere kinderen in bed lagen en de boomtakken oplichtten door de koplampen van zijn auto, was er spanning in huis. Was alles netjes, had niemand iets vergeten te doen? Anders zwaaide er wat. Thea probeerde hem te sussen, maar slaagde daar niet altijd in.

Aan tafel gaf hij college, en ook de vakanties moesten leerzaam zijn met veel bezoeken aan kerken en musea. Thea wist het zo te plooien dat ze met hun tent, en later een kampeerwagen, toch in de buurt van water gingen staan zodat de kinderen ook plezier konden maken. Het huwelijk was soms gespannen, toch hielden ze veel van elkaar.

Thuis regelde Thea alles. Ze kon ook alles met haar handen. Als de wasmachine kuren had, kroop ze erin. De kinderen leerden van haar banden plakken. Ze volgde een cursus autotechniek en een timmercursus en uiteindelijk maakte ze zelfs een beroemde stoel van Rietveld na. In de hectare eigen bos om het huis was ze in de weer met bijl en kettingzaag. En als ze iets niet kon, dan had ze haar mannetjes om raad te vragen. "Als ge 't nie vraagt, dan witte 't ok nie!"

Thea raakte verknocht aan Knegsel. Ze ging er graag naar de kerk, soms ook doordeweeks. Haar man Eddie gaf er niets om. Als hij zondags zonodig mee moest, dan zat hij een boek te lezen in de kerkbank. Op de middelbare school was Thea 'theemoeder' die de scholieren eten en drinken gaf bij gebrek aan een kantine. Voor de dorpsjeugd zette ze een stichting op die allerlei activiteiten organiseerde. Ze ontving Sinterklaas in de kerk, want er was geen andere ruimte in het dorp ('Hij is toch ook een heilige'). Toen de streekbus naar Eindhoven werd wegbezuinigd, ging ze een ochtend per week op de buurtbus rijden; dat hield ze 25 jaar lang vol. Ook de Wereldwinkel kon rekenen op haar hulp.

Toen haar zes kinderen de een na de ander het huis uit gingen, solliciteerde ze nog eens bij een apotheek. Maar ze was te lang uit het vak geweest om nog mee te kunnen. Dus stortte ze zich helemaal op vrijwilligerswerk.

Eddie overleed eind 1989 plotseling aan een hartstilstand in de trein naar Utrecht. Ze vergeleek het met de dood van Ome Keesje. Allebei waren ze 's morgens vertrokken, uitgezwaaid door Thea, en ze kwamen nooit meer terug.

Bij al haar verdriet voelde ze ook iets van bevrijding. Ze kon nu echt haar gang gaan. Ze kocht een caravan, iets wat Eddie veel te burgerlijk had gevonden, en ze trok eropuit. Ze wist te genieten van het leven, en van haar uitdijende familie. Een spelletje rummikuppen, een glaasje port erbij en haar avond kon niet meer stuk. Als er problemen waren, dan wist ze altijd weer met humor verder te komen. Er was weinig waar ze niet mee kon lachen.

Toen ze in september 2010 naar het ziekenhuis moest voor hartonderzoek, ging zoon Frank mee. "Wie bent u?" vroeg de zuster aan Frank. "Een van de erfgenamen", zei hij. Waarop Thea hem toesnauwde: ""e moet nie denken dat er veel overblijft. En van wat er nog is, ga ik een nieuwe auto kopen!" De zuster wist niet waar ze moest kijken terwijl moeder en zoon de grootste pret hadden.

Diezelfde avond werd Thea gevonden in de schuur. Ze had net een schol uit de vriezer gehaald toen een hersenbloeding haar velde. Ze kon niet meer bewegen, niet meer praten, niet meer lezen. Alleen met haar mimiek kon ze nog iets vertellen. Ze moest naar een verpleeghuis. Daar vond ze het vreselijk, dat wist ze duidelijk te maken. Ze was ruim een jaar een gevangene in haar eigen lichaam. Met Kerstmis werd ze eindelijk bevrijd.

Thea Cools-van Son werd geboren in Gemonde op 23 oktober 1930. Ze stierf in Eindhoven op 25 december 2011.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden