Geen Kerkbalans in België, want de staat betaalt

Nederland mag soms een subsidieland lijken, de kerken bedruipen zichzelf. Dat is uitzonderlijk; bijna overal in Europa helpt de staat de kerken. Heel ver gaat dat in België, waar de overheid op allerlei manieren de kerkgenootschappen betaalt. Een overzicht, ter gelegenheid van de Actie Kerkbalans in Nederland, van hoe katholieke en protestantse kerken elders in Europa aan hun geld komen. Vandaag deel 1: België.

Bijna elke frank die in België in de collectezak wordt gestopt, kan onmiddellijk naar de missie in verre landen of andere mooie projecten, want voor de dagelijkse gang van zaken heeft de rk kerk in België nauwelijks nog geld van haar leden nodig. Waar in Nederland de overheid de kerken in het geheel niet subsidieert en in andere landen de overheid de kerken vaak alleen indirect helpt, krijgen de kerken in België regelrecht subsidie. En niet zo weinig ook.

Of het nu gaat om het inkomen van de priesters of het onderhoud van de gebouwen: de overheid betaalt. Als de kerkleden om een bijdrage wordt gevraagd, blijft dat meestal beperkt tot een collecte voor de verwarming of voor andere relatief kleine begrotingsposten, vertelt Toon Osaer, woordvoerder van de bisschoppenconferentie in België. ,,Het is hier heel anders dan bij jullie met Kerkbalans.'

Het begint al met de wedde van parochiepriesters en bisschoppen: deze wordt betaald door de federale overheid, opmerkelijk genoeg ten laste van het ministerie van justitie. Deze subsidie geldt niet alleen de rk kerk: alle 'dienaars van erediensten' in België worden door de federale overheid bezoldigd, zodat ook islamitische, protestantse, humanistische, joodse, orthodoxe en anglicaanse genootschappen geld krijgen. Nu in de rk kerk taken worden overgedragen aan niet-gewijd personeel, neemt de overheid ook hun bezoldiging steeds vaker op zich. Zo staan inmiddels binnen de rk kerk ook circa vijftig pastoraal werkers op de loonlijst van de overheid.

Een tweede grote kostenpost, de gebouwen, drukt evenmin op de parochies. In Nederland zijn het juist de enorme kosten van de kerkgebouwen die de kerken in problemen brengen, zegt mr. J. M. Chr. Klok, verantwoordelijk voor financiën en gebouwen in het aartsbisdom Utrecht. Van de uitgaven van de Nederlandse rk kerk gaat 37 procent naar het onderhoud van de gebouwen. In België speelt niets van dat al.

Daar worden de kerken onderhouden door zogeheten kerkfabrieken, publiekrechtelijke organen die worden bestuurd door de burgerlijke gemeente, de plaatselijke pastoor en enkele notabelen. Deze opzet dateert, net als de betaling van de weddes voor de geestelijken, uit de Napoleontische tijd.

Nadat in het kielzog van de revolutie in Frankrijk alle kerkbezit door de staat was genaast, werd toen, nadat de grootste onrust voorbij was, een concordaat gesloten om dit verlies te compenseren en een nieuwe vorm van omgang te vinden tussen staat en kerk.

De kerkfabrieken bezitten veel kapitaal, waaronder land, en met de opbrengst daarvan bekostigen ze een deel van het onderhoud. Een kleine bijdrage komt van de kerkgangers zelf, een percentage van de collectes. Een enkele keer wordt er nog eens apart gecollecteerd om de kerk te kunnen verwarmen, maar als er ernstige kastekorten ontstaan, komt de overheid weer om de hoek.

Het gemeentebestuur springt namelijk altijd bij als de kerkfabriek tekortkomt, zolang ze uiteraard geen gekke dingen doet, vertelt Osaer. ,,Dat is vooral belangrijk als er serieuze restauratiewerken moeten gebeuren.' In dat geval dragen ook de provincie en de Vlaamse gemeenschapsregering bij. Zelfs het huis waarin de bisschop woont, het bisschoppelijk paleis, komt niet ten laste van de rk kerk: dit wordt door de provincie ter beschikking gesteld.

Alleen voor bijzondere werkzaamheden draagt de rk kerk zelf de financiën aan. Zo krijgt de missie een percentage van alle collectes, terwijl het aartsbisdom Mechelen-Brussel bij huwelijken een solidariteitsbijdrage vraagt voor de jeugdpastores.

Als kerken zonder veel politiek rumoer zo'n vergaande vorm van overheidssteun genieten, betreft het doorgaans meerderheidskerken, kerken die in hun gebied veruit dominant zijn zoals de rk kerk in België. Nu echter door de ontkerkelijking zelfs in landen waar maar één kerk dominant is ook deze alsnog in een minderheid kan veranderen, ontstaat er prompt ook politiek debat over de wenselijkheid van de overheidssteun.

De woordvoerder van de rk bisschoppenconferentie benadrukt overigens dat, als het om het begin en het eind van het leven gaat, de meeste Belgen zich nog altijd katholiek weten. Meer dan 85 procent van de Belgen wordt rooms-katholiek begraven, terwijl ruim tachtig procent van de geborenen wordt gedoopt in de rk kerk, zegt Osaer.

Maar ook in België ontstond in de aanloop naar de laatste verkiezingen debat over de bevoordeling van de rk kerk, vertelt Osaer. ,,Er is toen wel voorgesteld om het Duitse systeem van kerkbelasting in te voeren.' Daarbij gaat er geen overheidsgeld naar de kerken, maar helpt de overheid de kerken wel bij het innen van de bijdrage van de leden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden