Geen kennis van Duits en nog dik doen ook

Er bestaat groter en kleiner leed, maar ook het kleinste mag niet worden vergeten. Vandaar dit stukje dat bij uitzondering over een kwestie gaat waarvan niemand wakker ligt, al betreft het wel degelijk een serieuze zaak: de verwaarlozing van het Duits en van Duitse publicaties in het academisch milieu.

J.A.A. van Doorn

Het kan zijn dat men de Duitse taal onvoldoende beheerst. Van studenten en jonge promovendi kan ik me nog wel voorstellen dat ze naar een Engelse vertaling grijpen van een moeilijke Duitse tekst. Er bestaat inderdaad een uiterst gecompliceerd professoren-Duits dat daartoe uitnodigt. Maar wie in de wereld van de wetenschap een naam heeft te verliezen, kan er zich niet zo gemakkelijk vanaf maken. Hij dient de oorspronkelijke publicatie te kennen.

Dat is helaas niet langer het geval, zoals ik onlangs bij twee gelegenheden merkte. Het eerste voorbeeld betreft prof. dr. P.N. (geen naam, we zijn altijd aardig), van 1999 tot 2002 voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Ter herinnering aan die periode heeft hij een aantal korte beschouwingen verzameld en door de Akademie in de vorm van een fraai boekje laten uitgeven.

De columns -daarop lijken deze stukjes het meest- tonen aan dat N. niet van de straat is. In nogal wat gevallen staat onder het stukje een kleine lijst van geraadpleegde literatuur waarin heel diverse publicaties zijn opgenomen, inclusief romans van het genre Den Doolaard, 'De bruiloft der zeven zigeuners'.

In een van deze stukjes ontwikkelt N. in het bestek van vier kleine bladzijden een grandioos Nederlands actieplan 'Kennisinitiatief', inclusief een pleidooi voor een 'pro-actieve rol' van ons land in de nieuwe 'Europese Onderzoekruimte' en soortgelijke papieren stoutmoedigheden.

Het stukje heeft als kop: 'Motto van Friedrich List'. Omdat de Duitse politiek econoom List mij al een tijdlang bijzonder interesseert, begon ik de bespiegeling met nieuwsgierigheid te lezen. Na twee regels stuitte ik op de titel van Lists bekendste werk, tot mijn verbazing aangeduid als 'National systems of political economy', gedateerd 1841, waaruit N. vervolgens citeert. N., hoogleraar economie, weet natuurlijk dat dit onzin is: in 1841 verscheen van List 'Das nationale System der politischen Oekonomie' en zeker niet een Engelse vertaling. Waarom dan niet de juiste titel genoemd en het 'motto' in de oorspronkelijk taal vermeld?

Een tweede geval betreft de oratie waarmee de socioloog G.E. (we blijven aardig) onlangs zijn ambt aan de Erasmus Universiteit aanvaardde. Hij behandelt een theoretisch onderwerp dat zeker de moeite waard is: het optreden van onverwachte keuzeprocessen tussen personen, groepen en instituties.

Het Amerikaanse begrip elective affinities dat hij daarvoor gebruikt, voert hem terug naar het beroemdste werk van de beroemdste Duitse socioloog, Max Weber, dat gewijd is aan de historische relatie tussen protestantisme en kapitalisme: 'Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus'. Weber heeft het in een cruciale passage in dit werk namelijk over Wahlverwantschaften tussen religieuze en materiële cultuur, een begrip dat met elective affinities aardig is vertaald.

Nu zou je verwachten dat een hoogleraar algemene sociologie Webers studie ongeveer onder handbereik in zijn kast heeft staan, maar zo ligt het hier niet. E. gebruikte een Amerikaanse vertaling en vond daar achter de term elective affinities tussen haakjes het woord Wahlverwantschaften. We moeten momenteel naar de Verenigde Staten reizen om onze Europese klassieken te leren kennen.

Dat is nog niet alles. Uit andere Amerikaanse bronnen heeft E. begrepen dat de term Wahlverwantschaften in het Duitse taalgebied in omloop is gekomen door Goethes bekende roman met dezelfde titel, 'Die Wahlverwantschaften', een klassiek meesterwerk van enkele honderden bladzijden.

E. heeft het nooit in handen gehad, zoals blijkt uit zijn tot tweemaal toe gebruikte aanduiding 'novelle', de term voor een kort verhaal in proza. Ernstig voegt hij eraan toe dat deze 'novelle' door Weber gelezen moet zijn zodat de titel in zijn studie terecht is gekomen. E. beseft klaarblijkelijk niet dat voor ontwikkelde Duitsers destijds, Goethe kennen zoiets was als kunnen lezen en schrijven, een volstrekte vanzelfsprekendheid. Trouwens, ook heel wat oudere Nederlanders zijn met Goethe vertrouwd gemaakt, zoals blijkt uit de vele staande gezegden die men eraan ontleende.

Ik geef het toe: het is een knorrig stukje geworden, ongetwijfeld beïnvloed door oude ergernissen over studenten die van het bestaan van de gigantisch rijke Duitse erfenis op het gebied van de sociale en cultuurwetenschappen zelfs geen flauw vermoeden hadden; die er ook niet in waren geïnteresseerd, gewend als ze waren zich te beperken tot Amerikaanse handboeken en verwend als ze werden door de toelevering van handzame uittreksels.

Maar geërgerd of niet, ik blijf bij mijn mening dat als zelfs hoogleraren niet meer de moeite nemen die erfenis te leren kennen en door te geven, er weinig meer valt te redden. 'Hoger onderwijs voor velen' -de officiële doelstelling van de overheid- zou moeten zijn: kennismaking met eruditie. Het heeft er niets meer van.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden