Geen kassei, maar een trotse Drentse kei

Marijn de Vries. Beeld Foto: Maartje Geels
Marijn de Vries.Beeld Foto: Maartje Geels

Wat! Ik ben geen kassei! Ik ben een kei. En dat is heel wat anders. Ik lig in Drenthe, in de bossen. En niet in dat rare Vlaamse land. Gewoon onder de bomen, samen met duizenden andere keien, daar zo neergesmeten door de reuzen. Of door God. Door wie je wilt. Mij om het even. We liggen daar al eeuwen. Lekker rustig.

Die snoeverige Vlaamse stenen, of hun Franse evenknietjes, daar moet ik niks van hebben. De winter is nog niet half begonnen of het gaat alweer over hen. Over wie er in het voorjaar de sterkste zijn zal, fietsend op hun ruggen. En over hoe ze erbij liggen natuurlijk. Altijd over hoe ze erbij liggen.

Bij ons gaat het er nooit over hoe we erbij liggen. Want dat weet iedereen. Onze kontjes zijn bedekt met mos. Dat komt van de bomen. In het midden liggen we hoog, aan beide zijden laag. Dat komt van de eeuwen. Eeuwen vol karren over onze rug. Maar tegenwoordig is het stil. Nauwelijks nog karren. Op wat wandelaars na dan bijna geen bezoek. Behalve in dat ene weekend, die ene keer per jaar.

Dan is de Ronde van Drenthe en zijn wij ineens je van het. "Kijk, kasseien!", roepen buitenlandse wielrenners. Ik wilde dat ik terugroepen kon: Hallo. Ik ben geen kassei. Ik ben een kei! De Nederlandse coureurs, zij weten beter. Zij weten wie we zijn. Waarderen ons, om onze eigenschappen. En terecht, wat ik u brom.

Trots

Die grote, lompe kasseien - die liggen vooral schots en scheef. Ik ben eleganter. Veel kleiner, en prachtig rond. Over kasseien hots en bots je. Over ons rammelt je lichaam door elkaar. Trap je goed door over ons, dan kriebelen we door je benen, krabbelen we aan je billen. Jeuken we aan je borst en op je armen. Een gevoel zo veel meer verfijnd dan lompe kasseipijn.

Ik ben trots om een kei te zijn. Al zul je me nooit horen snoeven. Ik blijf tenslotte een bescheiden Drent. De Hel van het Noorden, zo noemen ze Parijs-Roubaix wel. Maar wij keien weten beter. De échte Hel, die is mooi bij ons. Véél verder in het noorden. Door de bossen bij Exloo, bij Odoorn of bij Valthermond. Keienpaadjes o zo smal, met haakse bochten, licht omhoog. Het einde zie je nooit, er staan altijd bomen voor. Dat maakt ons zo verrassend, en verraderlijk tegelijk.

Eén weekend

En als het regent, ja! Dan zijn we glad als groene zeep. Bijna surfend op je fiets, met je billen bij elkaar, glijdend met je banden, is het koersen geen fietsen, maar een behendigheidsspel geworden. Maar afgelopen weekend was het droog. Na een winterslaap van een jaar werden we heftig wakker geschud. De mannen en de vrouwen, ze raasden over ons heen. Als doorgesnoven junkies, of nou, die ene dan. Die winnaar, hoe heet-ie ook al weer. Ja, Jan Willem van Schip.

Eén weekend in het jaar is voor ons altijd genoeg. Daarna gaan we weer ten ruste. Mogen de opschepperige kasseien zich tot in den treure laten zien. Wij zijn voor fijnproevers, we zijn een zeldzaamheid. En daarom, voor eens en voor altijd: ik ben geen kassei. Nee mensen, ik ben heel wat anders. Ik ben een trotse Drentse kei.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden