Geen kaas om zo te eten, daar gaat het ook niet om.

Jeroen Thijssen

Soms kom je nutteloze nieuwe dingen tegen op een beurs. ’Noviteiten’, noemen ze het dan, en meestal hoor je er nooit meer iets van – maar het kan ook een hit worden.

Afgelopen herfst, bijvoorbeeld, op een beurs in Houten. Een kok in witte jas bakt witte blokjes in een pan. Tahoe? Macaroni? Nee, kaasblokjes die luisteren naar de fantasienaam Baccaroumi. Ze smelten niet tijdens het bakken, dat is de innovatie.

Deze kaas kan nooit fondue worden. Geen draden aan een tosti, niet die heerlijke uitlopertjes op een ovenschotel. En pizza? Geen pizza. Wie wil nou zoiets?

Daar denkt de markt anders over, want sinds enige tijd verkoopt Uniekaas zijn eigen soort niet-smelten kaas. Dat schreeuwt om een vergelijking – welke kaas smelt het minste niet? En er is, mijmert mijn geheugen, een andere kaas, een natuurlijke kaas die niet smelt bij het bakken. Hoe heet die ook weer?

De kaasboer weet het: Halloumi, een oeroud kaasje uit het Midden-Oosten, tegenwoordig vooral op Cyprus gemaakt. Hij heeft toevallig een verpakkinkje liggen, van 250 gram voor 4,75. Ter vergelijking: Baccaroumi kost euro2,75 per 175 gram.

Kijk, nu kunnen we vergelijken, de historische kaas, de originele Baccaroumi en de imitatie van Uniekaas. De historische kaas heb ik al, Uniekaas is zo vriendelijk om zijn bakblokjes langs te laten brengen, nu die van de beurs nog.

Producent Sjef Brock meldt telefonisch dat de blokjes Uniekaas dezelfde zijn als die ik toen zag.

Nou, dan hoef ik er maar twee te testen. Wat is de lekkerste, en welke kan het beste tegen de hitte?

De blokjes onsmeltbaar zuivel liggen naast elkaar op het aanrecht. Beide zijn even wit, beide ruiken naar hetzelfde: naar niks. De Baccaroumi, niet uit Griekenland, lijkt toch het meest op feta. Beide piepen een beetje tussen de kaken, rauw gegeten, maar de Halloumi wint het in smaak: zout, maar met een vage herinnering aan, alweer, feta – maar wel een vage. De Baccaroumi heeft eigenlijk geen echte smaak van zichzelf. Geen kazen om zo te eten, maar daar draait het dan ook niet om. Hier gaat het om de hardste bolster met de minste smelt.

Eerst maar eens bakken. Op een middelhoog vlammetje bruisen de kazen dat het een lieve lust is. De Baccaroumi staat wat vocht af, de Halloumi houdt het droog. Al snel krijgen de witte brokjes een goudbruin kleurtje, en begint het naar kaas te ruiken. Maar smelten, ho maar. Eenmaal afgekoeld piepen de blokjes niet meer tussen de kaken, beide hebben een korst met een malse binnenkant. Vooral de traditionele, de Halloumi heeft opeens iets aparts gekregen, maar ook de Baccaroumi is best te pruimen zo.

Ik moet het weten – welke smelt het eerst. Mijn oven zucht en steunt en kruipt langzaam naar de 275 graden. Twee schaaltjes gaan in het midden, met bacca en hallou. Na tien minuten, geen smelt. Na twintig minuten, nog geen smelt. De brokjes voelen aan als hete stenen.

Nou goed, ze smelten niet – maar de smaak scheelt nog steeds. Zelfs van deze hete stenen smaakt de oeroude het best.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden