Geen hulporganisatie is immuun voor misbruik

Port-au-Prince na de aardbeving in Haïti in 2010. Beeld AFP

Het seksschandaal bij Oxfam is geen incident. Hulpverlenende organisaties moeten zich continu wapenen tegen misbruik door hun werknemers.

Bij een ramp zijn niet de hulporganisaties het eerst ter plaatse, en nee, ook niet de media. "Dat zijn de kindhandelaren, die weten precies waar de klappen vallen", zegt Tjipke Bergsma, directeur van War Child en oud-plaatsvervangend directeur van Plan International. Tegen ouders in paniek zeggen ze wel een opvanghuis te weten. "De kinderen die meegaan, komen niet meer terug. Dat zagen we bijvoorbeeld na de orkaan Haiyan in het Filippijnse Tacloban."

Maar niet alleen mensenhandelaren, ook hulpverleners of vredessoldaten kunnen een bedreiging vormen voor slachtoffers van een ramp of conflict. Door misbruik te plegen, zoals dat vorige week naar boven kwam bij Oxfam. In 2010 hadden werknemers van deze Britse hulporganisatie prostituees ingehuurd voor seksfeesten op Haïti. Mogelijk waren hier minderjarigen bij betrokken. En secretaris-generaal António Guterres van de Verenigde Naties zei deze maand na de nodige schandalen seksueel misbruik door blauwhelmen niet te tolereren. Zijn voorganger Kofi Annan zei dat in 2006 ook al.

Elke hulporganisatie loopt het risico dat haar hulpverleners misbruik maken van hulpbehoevenden, kinderen in het bijzonder. Niemand is immuun. "We moeten niet naïef zijn. Je kunt altijd mensen treffen met slechte bedoelingen", zegt Bergsma. "Ga ervan uit dat het gebeurt", zegt directeur Pim Kraan van Save the Children Nederland. "Er zal altijd een gelegenheid zijn voor kwaadwillenden. Zoals een machtsoverwicht ook in religieuze organisaties, in de sport, in Hollywood of het bedrijfsleven tot seksueel misbruik leidt. Het is een breed maatschappelijk probleem."

Zesjarigen

Door groepsgesprekken met lokale bevolking op Haïti, in Zuid-Soedan en Ivoorkust bracht Save the Children in 2008 in kaart hoe kinderen in ruil voor zeep, voedsel, een mobieltje of geld meegaan met volwassen mannen. Meestal vredessoldaten, maar ook civiele hulpverleners. Niet per se blanke, rijke westerlingen. De dader kon ook uit eigen land komen. Meestal waren de slachtoffers tieners, soms zesjarigen.

Save the Children noemde in haar rapport een aantal redenen waarom er vaak geen aangifte volgt. Seks in ruil voor geld of voedsel is vaak een overlevingsmechanisme voor kinderen zonder ouders. Angst voor wraak speelt een rol. Het slachtoffer is vaak bang dat het na een melding geen hulp meer ontvangt. Er is ook angst voor een stigma in de gemeenschap, voor een lagere bruidsschat. En vaak gebeurt er niks met de aangifte, waardoor melden zinloos lijkt. Kraan van Save the Children: "We weten bovendien dat lokale gemeenschappen het misbruik accepteren als een tegenprestatie voor de geleverde hulp. Zo is dat in alle regio's waar we actief zijn."

Glazen wanden

Is sinds 2008 iets veranderd? Zowel War Child als Save the Children vraagt medewerkers om een Verklaring Omtrent Gedrag en zij screenen uitgebreid. Er zijn assessments, veiligheidstrainingen en cursussen kindveiligheid. Ze werken aan een organisatiecultuur waarin misstanden veilig gemeld kunnen worden en hanteren zero tolerance-beleid. Dat begint al bij de glazen wanden op kantoor bij Save the Children, waardoor niemand onbespied alleen kan zijn met een kind. Momenteel werkt de organisatie aan een 'humanitair paspoort' voor goedgekeurde medewerkers die uitgezonden worden. In de praktijk gaat het om 27.000 pasjes met chips. Ook de vele lokale werknemers, waaronder die van partnerorganisaties, worden doorgelicht.

Ondanks alle protocollen vreest Kraan dat de situatie wereldwijd nog veel verbetering behoeft. "Het is zelfs moeilijker geworden. Hulporganisaties moeten tegenwoordig meer hulp verlenen met minder geld. Preventieve maatregelen dreigen er dan sneller bij in te schieten. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er niet zoveel vluchtelingen geweest, namelijk 66 miljoen. Het zijn kwetsbare mensen. We moeten alert zijn."

Hoe kan de sector zich tegen dit probleem wapenen? Door niets aan het toeval over te laten, zegt Bergsma. "Als er een ramp gebeurt, sturen we alleen mensen die we vertrouwen. Dat is een vaste lijst. De rugzak staat klaar, ze boeken meteen een ticket." En als eens een landmanager uitvalt - de omstandigheden kunnen psychisch zwaar zijn - zorg dan voor een goede reservelijst. Want je wilt niet de eerste de beste moeten aannemen.

In de fout

Bergsma is meermalen op Haïti geweest, zoals in 1987, toen dictator Baby Doc was vertrokken - hij memoreert de stank van een sloppenwijk gebouwd met rivierafval. En ook in 2010, vier maanden na de verwoestende aardbeving waarvoor de Nederlandse Giro 555-actie 111 miljoen euro inzamelde.

Dat bij Oxfam de landmanager in de fout ging, verbaast hem. "Op zo'n hoge positie verwacht je dat niet." Op Haïti functioneerde de staat niet. "Iedereen die geld en brains had probeerde weg te komen", herinnert Bergsma zich. "Ook de Verenigde Naties konden weinig beginnen. Hun kantoren waren getroffen en vliegtuigen konden niet landen." In die situatie vond Oxfam het zinloos om aangifte te doen van de ontdekte misstanden. "Altijd aangifte doen", zegt Bergsma. "Ook als je te maken hebt met een falende staat. Voldoe aan je verplichtingen."

Heeft hij als leidinggevende weleens moeten ingrijpen? "Alleen intern, MeToo-situaties waarbij mensen op staande voet werden ontslagen. Meer dan eens, op elke werkvloer waar ik heb gewerkt. Als leidinggevende moet je een veilige cultuur creëren."

Gewelddadige werkplekken 

De Canadese mensenrechtenadvocate Megan Nobert (1986) weet hoe het is om te werken in een onveilige organisatie. Zelf is ze in 2015 in Zuid-Soedan misbruikt door een werknemer van een boorbedrijf, ingehuurd door Unicef. Ze voelde zich niet gehoord binnen de VN, een onderzoek kwam er niet. Nobert richtte de organisatie Report the Abuse op en deed twee jaar lang onderzoek naar seksueel misbruik onder hulpverleners. De reacties van 'overlevers' stroomden binnen vanuit de hele wereld. "Vrouwen die misbruikt zijn en de moed en de woorden vonden om zich uit te spreken. Ondanks sociale of culturele barrières, ondanks de schaamte. Het waren veelal oud-expats die hun gewelddadige werkplek inmiddels hebben verlaten."

Een terugkerend element in die getuigenissen is dat slachtoffers niet het idee hadden dat ze veilig hun verhaal konden doen. Ook vonden ze dat hun training onvoldoende was geweest. "Het zijn Me Too-momenten voor de hulpsector", zegt Nobert. "In de hulpsector werken geen Moeder Theresa's of stoere cowboys, maar gewone mensen die fouten maken."

Wat is de relatie tussen beide vormen van misbruik - enerzijds van collega-hulpverleners, anderzijds van hulpbehoevenden? "Als er binnen een organisatie niet wordt geluisterd naar slachtoffers, kunnen daders hun gang blijven gaan. En als leidinggevenden het interne probleem niet aanpakken, creëren ze de ruimte waarin die andere misdaad wordt gepleegd."

Een grotere misdaad zelfs, zo noemt Nobert het misbruik van hulpbehoevenden. "Organisaties komen naar een conflictgebied om de kwetsbaren te helpen en te beschermen. Het machtsmisbruik en het geschonden vertrouwen zijn dan afschuwelijk."

Avondklok

Als het melden van misbruik al moeilijk is voor professionele hulpverleners, hoe onmogelijk is het dan voor kinderen die afhankelijk zijn van hulp? En wat betekent een gedragscode als een werknemer om twee uur 's nachts over straat loopt en meisjes aanspreekt, zoals Save the Children in haar rapport beschreef? Is Bergs-ma niet bang dat hij lang niet alles ziet of hoort? "Daar ben ik heel bang voor. Daarom laten we onze mensen in teamhuizen verblijven. Zes weken lang doen ze alles samen: werken, koken, schoonmaken. Dat zorgt voor spanningen, of juist voor een sterk team, soms leidt het tot een huwelijk. Maar belangrijk is de onderlinge controle. We hebben een avondklok. Je komt 's nachts de straat niet op zonder je te melden. Iedereen moet elkaar kunnen aanspreken op het gedrag. En dat begint bij de voorbereiding. Niemand gaat op reis zonder veiligheidstrainingen."

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen blijkt dat er mensen doorheen glippen, zie Haïti. De Belgische dader ging na het misbruik bij een andere organisatie aan de slag, hij kreeg volgens de berichtgeving zelfs referenties mee. Save the Children heeft laatst meegemaakt dat een problematische hulpverlener door een andere grote hulporganisatie met warme aanbevelingen werd doorgestuurd. Kraan: "We ontdekten dat er een onderzoek tegen hem liep wegens seksueel misbruik. Hoe zoiets kan? Soms zijn organisaties blij iemand kwijt te zijn."

Bergsma: "Wat kan helpen is een register met mensen die door alle controles zijn gekomen en zich toch misdragen hebben. Een zwarte lijst van mensen waarvan je niet wil dat ze elders aan de slag gaan. Dit moet wereldwijd te regelen zijn." Als voorbeeld van een goede ontwikkeling noemt Bergsma een kamp in Jordanië waar geen contant geld meer wordt uitgedeeld aan Syrische vluchtelingen. "Iedereen krijgt een bankpasje met maandelijks vijftig dollar op basis van irisscancontrole. Daardoor worden vluchtelingen minder afhankelijk van hulpverleners."

Oxfam is in een week zeker zeventienhonderd Nederlandse leden kwijtgeraakt door het schandaal. Bergsma begrijpt de verontwaardiging bij het publiek als weldoeners soms ook kwaad aanrichten. "Dat heeft te maken met verwachtingen en de beloftes die we doen. En als het misgaat, is dat ook heel schokkend."

Lees ook:

Een aantal medewerkers van de Britse tak van Oxfam heeft zich in Haïti schuldig gemaakt aan ernstig wangedrag. Dat erkende de hulporganisatie na berichtgeving in The Times over veronderstelde seksfeesten met jonge prostituees na de aardbeving in 2010.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden